Pishok

Een rechter en een griffier informeren bij de bode in welke zaal ze zitting hebben. Als de twee later langs mij lopen, zegt de een langs haar neus weg tegen de ander: „Dat is geen zaal, dat is een pishok.” Waarop de ander reageert met: „... een doorgangshuis.”

Ik kijk in welke zaal ze verdwijnen en moet toegeven dat het de minste van de drie zalen op deze verdieping is: klein en zonder ramen aan de straatkant zodat er geen daglicht naar binnen valt.

Toch is de zaal riant vergeleken bij de cel waar menig verdachte in belandt. Wat voor kwalificatie zou de rechter hiervoor in huis hebben?