Lekker veilig hè, hier in ons luchtkasteel

Onze obsessie met regels en risico’s verandert Nederland in een fort – waar het nooit echt veilig is, maar wel kil

Zal mijn buurman mijn dochter vermoorden? Kan ik na de laatste voorstelling terug naar huis lopen zonder dat ik word verkracht? En moet ik bang zijn voor de wraakfantasieën van de stille jongens in de klas, die op een dag de school binnen lopen met een semi-automatisch geweer?

Aan de andere kant van de Atlantische Oceaan is het antwoord op deze vragen al in praktijk gebracht. De constante groei van het aantal gated community’s laat zien wat de extreme oplossing is voor deze gevaren: afsluiting. Verscholen achter metershoge hekken met prikkeldraad en bewaakt door mannen met geweren, schermt de angstige bewoner zich af van de buitenwereld. Momenteel zijn er in de Verenigde Staten meer dan één miljoen bewoners van deze omheinde gemeenschappen. Door het gevaar buiten de hekken te zetten, denken ze veiligheid binnen de muren te kunnen garanderen.

De bewoners willen meer dan veiligheid alleen, ze verlangen ook naar kenbaarheid van het kwaad. Een knusse gemeenschap waar ‘ons ons kent’ en geen enkele buitenstaander de idylle kan verstoren. Om dit doel te bereiken, nemen de inwoners van de gated community’s geen genoegen met halve maatregelen. De toelatingscommissies stellen ingangseisen om te voorkomen dat je toekomstige buurman een psychopaat is, de kinderen hebben eigen basisscholen en voor de nieuwste bioscoopfilm hoef je niet buiten de hekken te zijn. Met buren die uit dezelfde klasse komen, een afwezigheid van buitenstaanders en een goed onderhouden gazon, is deze perfect geordende gemeenschap het antwoord op het onzichtbare gevaar van buiten.

In Nederland is de tijd nog niet rijp voor prikkeldraad. Maar ook wij willen het kwaad herkennen en voorkomen. Sinds 1 januari kan de overheid ons op de Nederlandse snelwegen fotograferen. Langs de grens zijn camera’s opgehangen die elke passerende auto scannen. Het uiteindelijke plan is om een landelijk dekkend cameranetwerk te introduceren dat alle in- en uitgaande auto’s van verdachten – van moord tot openstaande boete – kan registreren. Privacyvoorvechters vrezen de toegenomen observatie. Wilmer Heck schreef in deze krant dat het onduidelijk was of deze maatregelen de criminaliteit werkelijk verlaagden (‘Ze zien je straks overal’, 31 oktober). Toch gaat het plan door en zal het een onderdeel vormen van een fort dat moet beschermen tegen gevaar.

Onze vingerafdrukken staan in paspoorten, we worden preventief gefouilleerd, strengere migratiewetten houden vreemdelingen buiten en een enkeling oppert om asocialen in kampen op te sluiten. Onze muren zijn voorlopig nog onzichtbaar, maar net zo echt als die van de gated community.

Deze onzichtbare muren doen in eerste instantie denken aan een Geert Wilders of aan iemand die vindt dat Mauro buiten de grenzen moet blijven. Maar het is te makkelijk om alleen rechtse politici te haten als degenen die grenzen dichthouden. Het gaat om meer dan de vraag welke buitenlander we wel of niet binnenlaten. Het geloof dat gevaar op te lossen is met regels is een probleem in de hele maatschappij. Dit gevaar kan de buitenlander zijn, maar ook een ontsnapte tbs’er, of de uitbraak van de Mexicaanse griep. Om ons te beschermen stellen we regels op die het gevaar kunnen inperken – met zichtbare, dan wel met onzichtbare muren. Onze cultuur is zelfs gebaseerd op een rotsvast geloof in het nut en belang van regels: de rechtsstaat. Dit blijkt des te meer wanneer er iets mis gaat.

Op het moment dat iets onze regels doorbreekt en de muren afbrokkelen, klinken uit alle hoeken van de samenleving stemmen op. Bij een schietpartij vraagt iedereen zich af hoe Tristan van der Vlis aan een wapenvergunning kon komen of waarom niet eerder is ingegrepen. We begrijpen niet hoe het mogelijk is dat een monster zich op een Amsterdamse crèche maandenlang vergreep aan tientallen kleine kinderen. En we willen weten hoe het kon gebeuren dat een kapitein tegen een rots aan voer, zijn gekapseisde schip vroegtijdig verliet en duizenden mensen zonder leiding achterliet. We willen een schuldige aanwijzen die een fout moet hebben gemaakt: iemand die de regels niet goed heeft uitgevoerd of niet de goede regels op tijd heeft bedacht. Maar de werkelijkheid is dat er geen fouten hoeven te worden gemaakt voordat het fout gaat.

Regels en wetten zijn nodig om zoveel mogelijk kwaad te voorkomen. Maar tegelijkertijd kost die veilige en transparante samenleving meer dan alleen onze privacy. Een perfecte samenleving impliceert niet alleen dat we in de gaten worden gehouden of dat er geen buitenstaanders worden toegelaten. De transparante samenleving eist ook dat mensen die niet voldoen aan ons idee van de maatschappij er buiten moeten vallen. Dit abstracte idee wordt concreet wanneer we terugdenken aan Brandon, de onhandelbare tiener die noodgedwongen zijn leven vastgeketend doorbrengt aan een muur. Met zijn ketens symboliseert hij het neveneffect van de perfecte gesloten samenleving: het risico dat er altijd mensen zullen zijn die niet binnen de muren kunnen functioneren.

Onze obsessie met regels blokkeert de ingang van ons fort en we willen onhandelbare mensen en de daarbij horende risico’s buitensluiten zodra ze niet passen bij ons persoonlijke ideaal. We verlangen naar een geordende maatschappij en koesteren de illusie dat de mens daarbinnen maakbaar is en risico te voorkomen valt. Maar als onze zoon op een ochtend zijn klasgenoten en docenten uit wraak neerschiet, is ons antwoord een volledig onbegrip. Hoe heeft dit kunnen gebeuren? Wie heeft er een fout gemaakt? Waarom is dit niet te voorkomen geweest? We lijken niet te beseffen dat er altijd een volgende keer komt. Ons fort is een luchtkasteel.

Anouk van Kampen (22) studeerde kunstgeschiedenis en cultural analysis en werkt bij NRC Handelsblad. Jan Truijens Martinez (27) studeerde literatuurwetenschap en rechten en werkt op een advocatenkantoor.