Kredietbeoordelaars zijn belangrijk, omdat wij erop reageren

Handelaar van Standard & Poor's. Foto Bloomberg

Reageer hier kalm op, zei de Franse president Sarkozy toen Standard & Poor’s zijn land de Triple-A status afnam. Een advies om in de wind te slaan: als de kredietbeoordelaar een land afwaardeert, wordt het land ook echt minder waard. Dumpen dus, die obligaties.

De grote rating agencies Moody’s, Standard & Poor’s en het wat kleinere FitchRatings beoordelen niet alleen het financiële spel, ze beïnvloeden het ook. Juist in tijden van crises.

Het VPRO-programma Tegenlicht sprak met voormalig werknemers, deskundigen die de beoordelaars kritisch volgen en ‘slachtoffers’, zoals een burgemeester van een bloeiende Portugese gemeente die lijdt onder de gevreesde Junk-status. “We zitten in een oorlog”, zegt hij in de uitzending (bekijk online). “Een nieuwe oorlog, die niet gevoerd wordt met legers, maar met andere middelen.”

Hij bedoelt afwaarderingen. Moody’s deed dat bij zijn land nogal rigoureus. Niet één punt eraf, maar vier punten. “Het is alsof je van het dak van een gebouw springt”, legt een Portugese journalist uit. “Het wekt bij iedereen nationalistische gevoelens op. Iedereen had ’t erover en niemand snapte waarom die status zo sterk verlaagd werd. Terwijl alles juist beter ging. Iedereen was toen heel kwaad op de kredietbeoordelaars.”

Een dergelijke afwaardering leidt er volgens Timothy Sinclair, hoogleraar van de Universiteit van Warwick, toe dat pensioenfondsen in één klap enorme hoeveelheden obligaties op de markt brengen. “Ook de software speelt een rol”, zegt hij over de beslissing die daarachter zit. “Het is allemaal geautomatiseerd.”

Logisch toch, dat je wilt weten of een land kredietwaardig is

Investeerders moeten wel naar die Amerikaanse ratingbureaus luisteren, legt ex-beurshandelaar Dirk Müller uit. “Het is vastgelegd in vele documenten en overeenkomsten tussen banken. En ook in statuten. Investeringsbeslissingen zijn gekoppeld aan ratings.”

De invloedrijke columnist Thomas Friedman noemde de agencies zestien jaar geleden al “vernietigende” bureaus. Pas sinds vorig jaar lijken hele volksstammen die mening te delen. “Op het moment waarop de situatie niet slechter had kunnen zijn, met een eurozone die op de rand van de afgrond staat, deelt één van de drie ratingbureaus een dodelijke slag uit”, schreef de Spaanse krant El Périodico, in juni. “Door hun enorme macht op het financiële toneel en het gebrek aan regulering door de VS zijn deze bureaus een groot probleem op zich gaan vormen, vooral voor de lidstaten.”

Dit is een onrechtvaardige inmenging in het politieke proces, zei Dennis Kucinich, Democratisch congreslid, diezelfde maand tegen CNN. “Geen enkele natie, agentschap of organisatie heeft de bevoegdheid om voorwaarden aan de VS op te leggen. Moody’s vertegenwoordigt mensen die er baat bij hebben als de VS meer kan financieren.” Jan Kees de Jager, minister van Financiën, klaagde in een interview met nu.nl dat kredietbeoordelaars veel te laat de risico’s van Griekenland in hebben gezien. “Nu het misgaat neigen ze naar doorslaan en worden ze te streng. Misschien moet je je daarom in zo’n situatie meer laten leiden door het oordeel van het IMF dan door het oordeel van een kredietbeoordelaar.”

Agencies werden groot toen landen op kapitaalmarkt gingen lenen

De bureaus hebben dus veel macht, veel invloed. Teveel, allicht. Maar kunnen we ze dat kwalijk nemen? Eigenlijk niet, toonde Tegenlicht vanavond aan. Professor Timothy Sinclair: “Bedrijven en landen leenden traditioneel altijd geld van grote banken. Maar de afgelopen veertig jaar lenen ze steeds vaker direct op de kapitaalmarkt. Ze slaan de banken over.” Dat zijn overheden gaan doen om goedkoper aan kapitaal te komen, doceert hij. Het is volgens hem logisch dat beleggers willen weten of een land kredietwaardig is. Net als bij andere bedrijven zijn ze benieuwd of een land een risico vormt.

De bureaus werden groot in de jaren tachtig, zegt David Levey tegen Tegenlicht. Hij was tot 2004 werkzaam bij Moody’s, als hoofd van de afdeling die Europese landen beoordeelde. In 1985 hadden maar twaalf landen een rating, weet hij. “En maar weinig Europese. Groot Brittannië, bijvoorbeeld. En Denemarken. De meeste landen leenden toen alleen nog op hun eigen markt. Er was niet echt behoefte aan rating.”

De winsten zijn enorm, weet Jerome Fons, ex-werknemer van Moody’s. “Groter dan in bijna elke andere sector. Moody’s is één van de meest winstgevende beursgenoteerde bedrijven in de VS. De winsten zijn hoger dan van Google of Microsoft.”

Neutraliteit in het geding, verstrengeld met banken en politiek

Aanvankelijk waren het alleen beleggers die betaalden voor de informatie, vervolgt Sinclair. “Maar na de grote fusies en overnames betalen juist de partijen die schuldpapier uitgeven. Dus partijen die kapitaal nodig hebben, betalen het ratingbureau een vergoeding. De hoogte hangt af van hoeveel geld ze willen lenen.” Lenende partijen doen dat volgens Fons omdat je met een rating obligaties goed in de markt kunt zetten. Althans, als het een positieve rating is.

Deze praktijk wekt argwaan, de schijn van belangenverstrengeling. Dirk Müller, ex-beurshandelaar: “Als een scheidsrechter bij verschillende spelers andere maatstaven hanteert, moet je je afvragen wiens belang wordt gediend. Als je ziet hoe de ratingbureaus zijn verstrengeld met de grote banken op Wall Street, maar ook met de Amerikaanse politiek, dan werpt dat de vraag op of het hier om neutrale beoordelingen gaat of dat er politieke invloed achter zit, of de strategie om Europa zo klein mogelijk te houden.”

Zelf beweren de bureaus uiteraard dat hun beoordelingen objectief zijn. Maar het is duidelijk dat ze door politiek en bedrijfsleven beïnvloed worden. Jerome Fons, de man die 17 jaar bij Moody’s heeft gewerkt, geeft dat lachend toe. “Ze zeiden weleens: als je ons afwaardeert, sta ik op straat.”

Volg @stevendejong op Twitter

Eerder in deze serie:
Kredietbeoordelaars: rookmelders die brand veroorzaken
Grote crisis vergt grote leiders. Breek eurozone, druk drachmes
Kruip uit je schulp, China. Verover de wereld nu Amerika uitgespeeld is
Het grootste offer in de crisis is niet welvaart, maar democratie
Centrale aanpak eurocrisis verbloemt onderling wantrouwen
Tien jaar oorlog tegen het terrorisme. Dit is de rekening
Democratie en kapitalisme gaan scheiden. Ontferm je over kind Occupy
Er is genoeg voor iedereen. Op naar de 10 miljard mensen
Wat de koningin wijselijk voor zich hield: er is geen uitweg voor deze crisis
Wijs dit euroakkoord af. Het roept losbandige regeringen niet tot de orde
Koop goud, koop goud, zegt iedereen. Dat is eigenlijk heel raar
Kamervraag van de week: wat moet Griekenland met 400 tanks?