In de knoop door soul, seks en geloof

We hoorden twaalf jaar niets van soulzanger D’Angelo. Maar hij is terug en staat vanavond weer op het podium.

Recensent muziek

Na afloop van D’Angelo’s eerste optreden in Nederland, ruim tien jaar geleden op het North Sea Jazz-festival, vroeg het publiek zich af of hier sprake was van zinsbegoocheling. Had de intiem croonende zanger hier werkelijk een sacraal sensuele seance tot stand gebracht? En had iedereen in de zaal inderdaad hetzelfde ervaren, terwijl iedereen ook het gevoel had dat soulzanger D’Angelo zich speciaal tot hem of haar richtte?

Vanaf de opkomst, met de hele band gekleed in zwarte monnikspijen, werd stap voor stap toegewerkt naar de catharsis. De spanning was opgebouwd, weer teruggenomen, een stapje verder gevierd en net zo lang uitgerekt tot eindelijk de jubelende ontlading volgde.

D’Angelo gaf dit soort optredens niet alleen in Den Haag. Hij trok met zijn soulrevue de wereld rond, en overal raakten mannen, vrouwen, jong en oud, homo of hetero, in de ban van de schetterende blazers, jubelende orgels en opgewonden koortjes. D’Angelo speelde piano of gitaar, zong zijn smekende odes en zeeg op de knieën voor wat erotische gymnastiek: soepel opdrukken tussen de monitorboxen. Daarna sprong hij in één keer overeind en sloeg de microfoonstandaard op een knie in tweeën.

D’Angelo had op dat moment twee cd’s gemaakt: het debuut Brown Sugar uit 1995, en de opvolger Voodoo (2000). Destijds was zijn status onaantastbaar. Net als Prince of R. Kelly was D’Angelo (in 1974 geboren in Richmond, Virginia als Michael Archer) een allroundmuzikant: hij maakte liedjes, zong, produceerde, arrangeerde, en schreef waar nodig muzikale software voor computers. D’Angelo was in alle opzichten een schepper.

Maar dat was 2000. Na de Voodoo-tournee werd het tijd voor nieuwe muziek. Jaren gingen voorbij. Er verscheen geen cd. D’Angelo zelf verscheen ook nauwelijks meer. Hij had zich verschanst in zijn studio waar hij aan songschetsen werkte. Toen volgden berichten over problemen met alcohol en drugsverslaving. D’Angelo werd verschillende keren gearresteerd, onder andere nadat hij een auto-ongeluk had veroorzaakt dat hem bijna het leven kostte. Er circuleerden foto’s waarop hij nauwelijks te herkennen was: somber en grauw, de fijne trekken vervaagd door pafferigheid.

D’Angelo’s teloorgang hing wellicht samen met juist datgene wat hem in eerste instantie beroemd maakte: een combinatie van seksuele lading en gewijde concentratie op de muziek. Vooral het seksuele element bracht een conflict met zich mee. Als zoon van een strenge predikant uit het Zuiden, waar de kerkgangers geloofden in wonderbaarlijke genezingen en in tongen spraken, was D’Angelo van jongs af aan gedrenkt in religie. Hij wilde zelf ook predikant worden, totdat de muziek hem verleidde. Maar na de Voodoo-tour en vooral na het verschijnen van de videoclip van Untitled (How Does It Feel) was zijn leven definitief veranderd. Untitled toonde uitsluitend D’Angelo’s ontblote torso. Wellustig streelde de camera langs de heuvels en dalen van zijn geprononceerde bovenarmen, schouders, borst, navel, van links naar rechts, van boven naar beneden – alwaar het beeld plagerig terugzwenkte.

Na Untitled was de buitenwereld nauwelijks nog geïnteresseerd in zijn muziek, D’Angelo was nu een sekssymbool. Dat veroorzaakte een inwendige strijd.

Met twee van de beroemdste soulzangers had hij die hartenpijn gemeen. Marvin Gaye gedroeg zich op het podium en in zijn liedjes als beroepsverleider (Let’s Get It On, Sexual Healing), maar raakte privé zozeer gekweld door het tekortschieten in zijn geloof, dat hij eind jaren zeventig, toen hij Elvis in sexappeal had overtroffen, overwoog om monnik te worden. Een paar jaar eerder was Al Green hem voorgegaan. De zoetgevooisde Green zong graag over de fysieke liefde. Maar toen een jaloerse minnares hem had verwond met een gloeiende pan havermout en vervolgens zelfmoord pleegde, zag Green dat als een teken van God. Hij keerde de muziek de rug toe en werd dominee bij het Full Gospel Tabernacle in Memphis.

Is het toeval dat juist soulzangers met deze tweespalt worstelen? Misschien heeft het te maken met de voorgeschiedenis van deze muzieksoort: soul is letterlijk ontstaan uit goddelijke verering. Gospelzangers in de kerk bedachten dat je ‘Him’ door ‘her’ kon vervangen, en een seculier genre was geboren.

Toch is de worsteling niet voorbehouden aan soulmuzikanten. Het eerste bekende slachtoffer was rock-’n-rollzanger Little Richard, beroemd van wereldhits als Tutti Frutti en Long Tall Sally. Little Richard wist zijn vrouwelijke fans zo op te winden dat concerten regelmatig moesten worden afgebroken omdat het publiek hem de kleren van het lichaam scheurde. In 1957, tijdens een openluchtconcert in Australië, zag Little Richard een geheimzinnige rode vuurbal in de lucht – in werkelijkheid de lancering van de Spoetnik 1 – en beschouwde dit als een teken dat hij aardse zaken de rug moest toekeren. Little Richard brak zijn tournee af en schoolde zich om tot evangelisch werker.

In interviews heeft D’Angelo zich vaak uitgesproken over zijn interesse in de Afrikaans-Amerikaanse culturele erfenis. Hij was geobsedeerd door de muziek van voorgangers als Sly Stone, Curtis Mayfield, Jimi Hendrix, Sam Cooke en de obscure rockgroep Black Merda, en bestudeerde alles wat hij over hen kon vinden. Die verering was bijna religieus, alsof hij door diepe onderdompeling hun muzikale gaven kon oproepen. Maar in de biografieën die hij las, van Marvin Gaye of van Muhammad Ali, kwam hij ook steeds weer vertwijfeling tegen. Daarop volgde een neergang die nu al bijna twaalf jaar duurt.

Na opkomst en teloorgang lijkt het nu tijd voor de wederopstanding van het muzikale talent D’Angelo. En het publiek staat klaar. Toen afgelopen november de twee optredens in Paradiso werden aangekondigd, waren de kaarten in enkele minuten uitverkocht.

De laatste berichten over de nieuwe cd zijn afkomstig van drummer Ahmir ‘?uestlove’ Thompson, die al tien jaar bij het project betrokken is. Hij zegt dat de cd, die James River zal heten, voor 97 procent klaar is en het in zich heeft om de ‘zwarte versie van Smile te worden’. Die verwijzing naar het Beach Boys-album is complimenteus en vilein tegelijk; Smile is immers beroemd om zijn legendarische liedjes, maar ook omdat het meer dan dertig jaar duurde voor het album voltooid was.

D’Angelo treedt op: 30/1, 31/1, extra concert 9/2 (nacht), Paradiso, Amsterdam