Hitler wordt rijkskanselier van Duitsland

Adolf Hitler had al „voldoende bewezen” dat hij „slechts voor een dictatuur door de nationaal-socialistische partij” te vinden was, schreef de correspondent van het Algemeen Handelsblad op 30 januari 1933. Toch werd Hitler op die dag rijkskanselier en aanvoerder van een coalitieregering.

De reactie in zowel het Algemeen Handelsblad als de Nieuwe Rotterdamsche Courant was verre van angstig. Men was vooral verrast. Verrast, juist omdat Hitler had gezegd alleen het land te willen leiden als hij alle macht in handen zou hebben. Maar nu werd Hitler kanselier van een minderheidskabinet, en had hij dus steun van de oppositie nodig om veranderingen door te kunnen voeren. Redacteur M. van Blankenstein schreef in zijn dagelijkse rubriek ‘De toestand’ in de NRC dat men probeerde „door hem in schijn te winnen, hem in werkelijkheid te vangen.” Het omgekeerde gebeurde: binnen twee maanden was Hitler alleenheerser.

Nederlandse kranten wilden in de jaren dertig zo veel mogelijk neutraal blijven. Maar correspondenten hadden zo hun eigen ideeën over wat zich afspeelde in Duitsland.

H.J. Noordewier, correspondent in Berlijn van NRC, was in de krant niet al te kritisch, maar schreef in vertrouwelijke rapporten aan Den Haag in de vroege jaren van het regime al over anti-joodse maatregelen die resulteerden in een terreurbewind. De kritische Van Blankenstein vertrok in 1936 bij de krant.

En Max Blokzijl, die in 1933 in het Algemeen Handelsblad al omineus had gewezen op Hitlers ambities, ontwikkelde zich tot nationaal-socialist. Hij werd in 1935 – in het geheim – lid van de NSB. In de oorlog werd hij berucht als nazipropagandist voor de radio. Om die reden werd hij op 23 september 1945 geëxecuteerd.