Het nut van een brok rood vlees voor de eurosceptici

M et een goede spreker moet je altijd oppassen. Het kan heerlijk zijn om naar een meeslepend betoog te luisteren, maar waarheen word je meegesleept?

David Cameron is een voortreffelijke spreker. Retorisch laat hij zijn Europese collega’s ver achter zich. Zelfs Barack Obama, vaak geprezen om zijn fraaie redevoeringen, heeft niet de dwingende, persoonlijk stijl die Cameron zo tot in de puntjes beheerst.

Vorige week sprak Cameron op het World Economic Forum in Davos. Het ging, natuurlijk, over de financiële en politieke crisis rond de euro. Cameron, die in december weigerde akkoord te gaan met een nieuw verdrag dat de euro moet redden, dreigt met zijn land af te drijven van de rest van Europa. In Davos zette hij de spanningen met Berlijn en Parijs nog even op scherp. Althans, zo leek het.

Nog voor hij een woord gesproken had, maakte hij al indruk. Het publiek van topondernemers en politici in Davos is wel wat gewend, maar de enorme zelfverzekerdheid die de Britse premier uitstraalde, en zijn zichtbare drang om het woord te nemen, deed zelfs dit publiek op het puntje van zijn stoel zitten.

De Europese economie beleeft „een gevaarlijk moment”, begon hij. Iedereen ziet dat Europa dreigt „achter te blijven”. Gedreven, zonder teleprompter, begon hij zijn veto in december te rechtvaardigen en de andere Europese leiders – zonder hun namen te noemen – te hekelen.

„Dit is een tijd voor daadkracht, niet voor voorzichtigheid”, drukte hij de zaal op het hart. We moesten problemen „eerlijk onder ogen zien”, „urgent aanpakken” en natuurlijk moeten politieke leiders nu „doortastend” optreden. In zijn ernstige, precieze dictie hadden al die clichés zowaar een explosieve kracht – het werd muisstil in de zaal, iPad’s werden dichtgeklapt, smartphones weggestopt.

In eigen land voerde hij „een onbeschaamd pro-bedrijfslevenbeleid”, zei Cameron, en dat zou de rest van Europa ook moeten doen. Alleen al het overwegen van een belasting op financiële transacties is „pure waanzin”.

Lekkere, stevige woorden, stuk voor stuk uitgesproken alsof zijn (en ons) leven ervan af hing. In onzekere tijden moet je van goede huize komen om er in zo’n zaal niet een op zijn minst een beetje door aangestoken te worden.

De Financial Times, de Britse zakenkrant die tegelijkertijd dé krant is van het politiek-bureaucratisch complex in Brussel, kopte de volgende dag op zijn voorpagina: Cameron valt eurozone aan. De spanningen in de EU liepen weer op.

Maar zo’n stevige toespraak kan verschillende bedoelingen hebben. Het retorische geweld – red meat, in het Amerikaanse politieke jargon – kan dienen om de achterban op te porren, de eigen positie te markeren of de tegenstander ervanlangs te geven. Maar evengoed kan het een afleidingsmanoeuvre zijn.

Cameron gaf de buitenwereld met zijn harde taal de indruk dat hij nog steeds pal tegenover Merkel, Sarkozy en de hele eurozone stond. Hij wierp de invloedrijke eurosceptici in zijn partij een brok rood vlees toe. Maar daarmee verschafte hij zich politieke dekking om juist weer enigszins in Europese richting op te schuiven, om de politieke schade van december wat te herstellen.

Of Cameron de politieke ruimte die hij zo geschapen heeft ook benut, kan vandaag al blijken op de Europese top in Brussel. De Financial Times meldde zaterdag dat Cameron de eurozone op twee belangrijke punten ‘zonder veel fanfare’ tegemoet is gekomen (hij zou er geen bezwaar meer tegen maken dat de Europese Commissie en het Europese Hof van Justitie een rol krijgen in het nieuwe verdrag).

Het is te hopen dat de harde speech inderdaad bedoeld was om juist een toenadering mogelijk te maken. Want bij een Britse Alleingang en groeiende irritatie tussen de Europese grote drie is niemand gebaat – en zeker Nederland niet.