Het Amerikaanse bedrijfsleven komt op stoom

Het Amerikaanse bedrijfsleven kruipt tevoorschijn uit de schaduw van de publieke sector. De groei van het bruto binnenlands product (bbp) van 2,8 procent op jaarbasis, die zichtbaar wordt in de cijfers over het vierde kwartaal van afgelopen vrijdag, maakt minder indruk als rekening wordt gehouden met de aanwas van de voorraden. Maar over het geheel genomen heeft het bedrijfsleven in 2011 aan kracht gewonnen, terwijl de overheid zich geleidelijk uit de economie terugtrok.

Op het eerste gezicht was de economische groei in het vierde kwartaal teleurstellend. De 2,8 procent was lager dan algemeen was verwacht, terwijl bijna twee procent van die groei voor rekening kwam van de voorraadaanwas. Die wordt meestal als een negatieve factor gezien, omdat hij doorgaans niet duurzaam is. De groei van de uitgaven voor persoonlijke consumptie was met slechts 2 procent aan de lage kant, net als die van de investeringen in vaste activa (exclusief vastgoed), met 1,7 procent.

Maar bij nadere beschouwing waren de cijfers sterker dan ze leken. Een relatief zwakke groei van de omzet en de binnenlandse consumptie volgde op forse stijgingen van deze factoren in het voorgaande kwartaal. De aanwas van de voorraden kwam na een daling een kwartaal eerder, zodat de negatieve gevolgen voor de toekomst waarschijnlijk beperkt zijn.

Bovendien is de publieke sector gekrompen en de privé-sector navenant gegroeid. Over heel 2011 is het Amerikaanse bbp met slechts 1,7 procent toegenomen. Maar het bruto particuliere product, waarin de overheidsuitgaven niet zijn opgenomen, is met 2,7 procent gegroeid.

In het vierde kwartaal is het bedrijfsleven op jaarbasis met 4,5 procent uitgedijd, terwijl de publieke sector zowel op federaal niveau als op dat van de individuele staten is gekrompen.

De inflatie was dit kwartaal ook aan de lage kant, vermoedelijk als gevolg van de daling van de grondstoffenprijzen in het najaar. Over heel 2011 is de prijsindex voor de uitgaven voor persoonlijke consumptie – de favoriete inflatiemaatstaf van Fed-voorzitter Ben Bernanke – met 2,4 procent gestegen. Dat is bescheiden, zij het nog steeds 0,4 procent boven de nieuwe inflatiedoelstelling van de Fed.

Dit betekent dat het Amerikaanse bedrijfsleven groeit in een tempo dat de werkloosheid zal doen teruglopen, ook al is het lager dan je misschien zou hopen na een diepe recessie. Meer dan het verkiezingsproces waaruit zijn Republikeinse tegenstander moet voortkomen, kan dit verklaren waarom de waarschijnlijkheid dat president Barack Obama in november wordt herkozen is gestegen naar 55 procent. Als deze trend aanhoudt, worden de kansen van Obama steeds groter.

Martin Hutchinson

Vertaling: Menno Grootveld