Hersenactiviteit in het eerste levensjaar voorspelt autisme

Autisme kan al bij baby’s van zes maanden oud gediagnosticeerd worden, nog voor de eerste symptomen in het gedrag zichtbaar worden. Kinderen die later een autisme spectrum stoornis (ASS) ontwikkelen, zoals ADHD of het syndroom van Asperger, blijken heel vroeg in hun leven al een andere hersenactiviteit te hebben in reactie op mensen die naar hen kijken en dan weer wegkijken. Dat schrijven Canadese, Australische en Britse onderzoekers in het wetenschappelijk tijdschrift Current Biology.

Op dit moment kan de diagnose autisme op zijn vroegst pas vanaf een leeftijd van twee jaar gesteld worden, schrijven de onderzoekers, omdat de verschijnselen dan pas duidelijk worden. De kinderen blijken minder goed in sociale vaardigheden en communicatie en vertonen star, stereotype en repetitief gedrag.

De onderzoekers vergeleken in de studie 54 kinderen met een hoog risico voor autisme (de aandoening heeft een erfelijke component, en deze kinderen hadden een broer of zus met autisme) en 50 controlekinderen, zonder bekende gevallen van autisme in de familie. De kinderen werden vanaf een leeftijd van zes tot tien maanden getest en verder gevolgd totdat zij drie jaar oud waren.

Met 128 elektroden op het hoofd maten de onderzoekers de hersenactiviteit van de kinderen, terwijl een volwassene hen recht aankeek en vervolgens van hen wegkeek. Kinderen die als driejarige peuter de diagnose autisme kregen bleken als baby een andere hersenactiviteit te vertonen. Volgens de onderzoekers is dat een aanwijzing dat de kinderen zo vroeg in hun leven al sociale informatie op een andere manier verwerken. Gevoeligheid voor aankijken en het volgen van de blik van een ander zijn de voorlopers van gezamenlijke aandacht. Dat is een belangrijke vaardigheid om te kunnen leren van volwassenen, schrijven de onderzoekers, bijvoorbeeld om woorden te leren begrijpen, gelaatsuitdrukkingen of de bedoelingen van anderen.

Maar sommige baby’s met afwijkende hersengolven bleken later geen autisme te ontwikkelen, en andersom. Daarom manen de auteurs tot voorzichtigheid. „Foute uitslagen zijn in dit soort studies een groot probleem”, zegt ook hoogleraar kinderpsychiatrie Rutger Jan van der Gaag van het UMC Radboud in Nijmegen. „Bovendien: wat heb je eraan als je de diagnose zo vroeg kunt stellen terwijl er geen manier is om die kinderen zo vroeg al te behandelen?” Autisme komt naar schatting voor bij 1 procent van de bevolking.