... en andere boeken uit de Literaire Strafkamer

Als de rechter vaker ‘het lezen van een boek’ als straf op zou leggen, welke boeken komen daar dan voor in aanmerking? Voor de wetenschapsfraudeur is er bijvoorbeeld Onder professoren.

Dat een boek een straf is om te lezen krijgt ineens een heel nieuwe betekenis door de Belgische rechter die een verkeersovertreder vorige week verplichtte om Tonio van A.F.Th. van der Heijden te lezen. Rechters hebben de laatste tijd toch al de neiging om verdachten met de neus in de boeken te duwen. Vorig jaar reciteerde rechter Rino Verpalen voor een verdachte van vastgoedfraude de eerste acht regels van Hiëronymus van Alphens De Pruimenboom. ‘Jantje zag eens pruimen hangen/ O! Als eieren zo groot./ ’t Scheen dat Jantje wou gaan plukken/ Schoon zijn vader ’t hem verbood.’ Het verband tussen de graaiende vastgoedjongens en de pruimen was helder, misschien wel iets te helder. Verpalen werd gewraakt.

Een gedicht moeten aanhoren, al is het dan achttiende-eeuws, zou gelden als een minimumstraf in wat we de Literaire Strafkamer zullen noemen, de plaats waar overtreders terug op het rechte spoor worden geduwd met hulp van de wereldliteratuur. Grote vergrijpen zijn uitgesloten: je kunt een man die een oude vrouw berooft en doodslaat met een bijl wel Misdaad en straf laten lezen, maar de gevangenis is dan toch passender. En het boek moet ook wel het predicaat werkstraf verdienen. De sjoemelende vertegenwoordiger die Lijmen / Het Been moet lezen is veel te snel klaar – en doet ook veel te veel handzame ideeën op. Passender straffen zijn:

Voor onzorgvuldige ambtenaren: alle zeven delen van J.J. Voskuils Het bureau, plus de verplichting om ze te kopen – gebonden in de eerste druk.

Voor huisartsen na een medische fout: Zomerhuis met zwembad van Herman Koch.

Voor schulden bij winkeliers: Eenzame opsluiting met Madame Bovary!

Voor dierenmishandeling: De gedaanteverwisseling van Franz Kafka (‘Toen Gregor Samsa op een ochtend uit onrustige dromen ontwaakte, ontdekte hij dat hij in zijn bed in een reusachtig ondier was veranderd’), zeven keer, te lezen in de schemer van het insectenhuis in Artis.

Voor illegaal prostitueebezoek: De pianiste van Elfriede Jelinek.

Voor gauwdieven: niet naar de musical van Les Misérables, maar Victor Hugo zelf.

Voor openbare dronkenschap: Malcolm Lowry’s Under the Volcano

Voor milieudelicten: Nescio’s Natuurdagboek

Voor seksuele intimidatie: Disgrace van J.M. Coetzee (nee, het toneelstuk is uitverkocht).

Voor wetenschapsfraude: Onder professoren van W.F. Hermans , met daaraan toegevoegd het nooit door iemand begrepen De God Denkbaar Denkbaar de God.

Voor malafide sekteleiders: óók De God Denkbaar Denkbaar de God en in één moeite door Het schervengericht van Van der Heijden (over sekteleider Charles Manson).

Je zou een aparte afdeling Van der Heijden kunnen maken in de Literaire Strafkamer, met ook De Movo Tapes voor voetbalhooligans, Advocaat van de hanen voor juristen die hun beroepsgeheim schenden. Al valt dan ook het verschil met de Tonio-straf weer op. want bij Tonio gaat het niet om de erge dingen die je kunt verzinnen, het gaat erom dat die dingen gebeuren voordat je ze hebt kunnen verzinnen. Dat is de grootste straf.

Arjen Fortuin is literair redacteur van NRC Handelsblad

Meer suggesties zijn welkom op Twitter: #welkboekbijwelkestraf