Barricade tegen Berlusconi

Te midden van een grote corruptiezaak in de jaren ’90 intervenieerde oud-president Scalfaro in de politiek.

Oscar Luigi Scalfaro gaat de geschiedenis in als een man die Silvio Berlusconi in toom probeerde te houden. Zijn uitgangspunt was de grondwet, waaraan hij zelf meeschreef. Hij zei ‘nee’ tegen wie deze met voeten trad, en beschermde zo Italië tegen zichzelf.

Scalfaro, die zondag op 93-jarige leeftijd overleed aan een hartstilstand, trad in 1992 aan als president toen Italië met Tangentopoli (steekpenningenstad) een van de meest roerige periodes uit de naoorlogse geschiedenis beleefde. Door de affaire werd vrijwel de hele politieke klasse ontmaskerd als corrupt.

De zeer gelovige Scalfaro steunde het Openbaar Ministerie in de strijd tegen de maffia, die in de jaren negentig veel aanslagen pleegde en rechters vermoordde. Premier Mario Monti dankte hem „als lichtend voorbeeld van iemand met coherente ideeën en morele integriteit”. President Giorgio Napolitano zei dat Scalfaro „met kracht en rechtlijnigheid het hoofd had geboden aan een van de moeilijkste periodes uit onze geschiedenis”.

Net als Napolitano – die de technocraat Monti benoemde – moest ook Scalfaro in de jaren negentig tot twee keer toe beslissend ingrijpen in de politiek.

In 1993, tijdens ‘Steekpenningenstad’, toen burgers elk vertrouwen in de politiek hadden verloren, installeerde Scalfaro de technocraat Carlo Azeglio Ciampi als premier.

In het voorjaar van 1994 veroverde de nieuwkomer Silvio Berlusconi het premierschap. Scalfaro, medeopsteller van de grondwet van 1946, hield stand tegen Berlusconi’s pogingen de grondwet te omzeilen.

Hij blokkeerde de benoeming van Berlusconi’s advocaat Cesare Previti tot minister van Justitie: „Die naam zal mijn bureau niet passeren.” Toen Berlusconi’s regering al na acht maanden viel, weigerde Scalfaro, tot woede van Berlusconi, verkiezingen uit te schrijven.

De president vond een nieuwe parlementaire meerderheid voor een regering onder Lamberto Dini. Berlusconi verloor de volgende verkiezingen van Romano Prodi en moest tot 2001 wachten om weer aan de macht te komen. Hij heeft het Scalfaro nooit vergeven. Als een van de weinige Italiaanse politici reageerde hij niet op diens overlijden.

Gevraagd naar zijn analyse van de huidige economische crisis zei Scalfaro eind 2010 tijdens een etentje met vrienden van zijn dochter: „Ik wil enkel zeggen dat ik optimistisch ben”. Na de diepe stilte die viel, vervolgde hij: „Ik vul optimisme op deze manier in: de dingen gaan slecht, maar wat kan ik doen om er iets aan te veranderen. Als er ook maar een komma is die ik kan verplaatsten, als er ook maar enige ruimte is, dan stroop ik mijn mouwen op, en dat is de essentie van mijn optimisme.”