Zal SuperMario Europa redden?

Mario Monti werd in november, zonder verkiezingen, tot premier benoemd om Italië door de economische crisis te loodsen. Hij hervormt voortvarend in eigen land en blijft er populair bij. Met dezelfde voortvarendheid trekt hij Europa in. „Monti geeft ons eindelijk weer hoop dat we de euro kunnen redden.”

In Palazzo Chigi, de ambtswoning van de Italiaanse premier, werd Oud en Nieuw dit jaar sobertjes gevierd. Geen danseressen ditmaal, en geen muziek. Mario Monti en zijn vrouw hadden hun twee kinderen over, met aanhang, vier kleinkinderen en een zuster van mevrouw Monti met haar man. Iedereen betaalde zelf zijn reis- en hotelkosten. Mevrouw Monti had boodschappen gedaan en gekookt. Vooraf tortellini, daarna de traditionele oud-en-nieuw-pot, cotechino (gekookte zoute worst) met linzen. Bediening was er niet. Om kwart over twaalf gingen ze van tafel en even later ging het licht uit.

Veel Italianen moeten nog wennen aan hun nieuwe premier. Na de bacchanalen van mediamagnaat Silvio Berlusconi, een showman die alles deed om zijn zakenbelangen veilig te stellen, wordt het land sinds midden november geleid door een ongekozen professor economie die in alle opzichten Berlusconi’s tegenpool is. Mario Monti, een voormalig bankier en eurocommissaris die sinds 2004 aan het hoofd stond van de Bocconi-universiteit in Milaan, wil geen salaris. Hij noemt zichzelf „een beetje verlegen’’ en neemt gewoon de trein naar huis in Milaan.

Hij vertelt de Italianen dat het publieke belang in de politiek weer voor het eigenbelang gaat en geeft zelf het goede voorbeeld. In één maand voerde hij voor 34 miljard euro aan bezuinigingen door, plus een indrukwekkende pensioenhervorming. In januari lanceerde hij een omvangrijk liberaliseringspakket, volgende maand volgt de hervorming van de sociale zekerheid. Hij maakte een medialicentie ongedaan waarmee Berlusconi zijn imperium als machtsfactor had willen handhaven. Woensdag steunde een uniek grote meerderheid van het Italiaanse parlement zijn Europese strategie. Volgens peilingen heeft Monti steun van 55 tot 70 procent van de Italianen; 71 procent vindt het zonder meer het beste voor het land als hij doorgaat.

Met zijn innemende bescheidenheid, kurkdroge Angelsaksische humor en intellect tackelt Monti ook Europa. Heel bewust. Hij heeft vaak gezegd dat Italië alleen kan veranderen als Europa verandert, en andersom. Zijn redenering: als Italië zijn financiële en economische huishouding niet op orde krijgt, kan een rijk, dominant land als Duitsland nooit instemmen met meer Europese solidariteit. Die solidariteit is meer politiek dan financieel: als landen hun huiswerk doen, is geld geven of lenen immers niet aan de orde. Het gaat meer om het management van de euro; dat moet volgens Monti Europeser worden. Zonder meer solidariteit in de vorm van euro-obligaties en een sterker noodfonds, denkt hij, redt de munt het niet. Al erkende hij deze maand dat die euro-obligaties – gezien de Duitse terughoudendheid – nog op zich zullen laten wachten.

Zo schaakt Monti, vanachter zijn façade van grootvaderlijke ‘technocraat’, op twee borden tegelijk. Iedereen die hem in Brussel heeft meegemaakt en waar hij de status van halfgod heeft, weet welk politiek dier hij is: „Ik ben dol op de politiek, maar partijpolitiek interesseert me niet.” In de jaren 90 sloeg hij aanbiedingen af om minister te worden en vertrok hij naar Brussel; als eurocommissaris kon hij aan politiek doen zonder zijn onafhankelijkheid te verliezen.

Als het moest, stak hij grote bedrijven als GE en Microsoft en zelfs zijn eigen land een stok tussen de spaken. De partijloze Monti doet niets liever dan debatteren en met argumenten overtuigen. Tijdens tv-interviews vraagt hij beleefd „mag ik even de professor uithangen” om het waarom van zijn handelen te illustreren.

Dineren met Monti is een feest: op een sympathieke manier kraakt hij je hersenen. „Er zijn maar weinig onafhankelijke denkers die een Europese visie hebben en dat zó innemend brengen”, zegt Sylvie Goulard, een Franse liberale Europarlementariër die voor Monti werkte. „Onder de Europese regeringsleiders zie ik er nu niet één van dit kaliber. Ik wou dat wij in Frankrijk zo iemand hadden. Monti geeft ons eindelijk weer hoop dat we de euro kunnen redden.”

Stoorzender

Dit is Monti’s doel: de euro redden. In twee maanden tijd heeft hij in Italië een revolutie voltrokken. Zo vijzelt hij in Europa het geschonden imago van zijn land op en geeft hij zichzelf een volwaardige plaats aan de euro-onderhandelingstafel. Berlusconi was in Brussel passief en vaak een stoorzender. Mede doordat traditionele ‘waakvlammen’ als Italië en de Benelux nauwelijks met ideeën kwamen, bedisselt de Duitse bondskanselier Merkel nu alles met de Franse president Sarkozy. En ineens zit Monti erbij. Hij was nog maar net premier of hij overlegde al met hen in Straatsburg. Daarna ging hij naar Parijs. En Berlijn. Als Sarkozy niet had afgezegd wegens zijn verkiezingscampagne, was ‘Merkozy’ vorige week naar Rome gereisd. Tijdens de afgelopen Ecofin gaf de Deense voorzitter Monti als eerste het woord om de Italiaanse economische politiek als voorbeeld te presenteren.

Onderhandelaars in Brussel zijn blij met de komst van Monti. Merkel en Sarkozy zijn het over weinig dingen eens. Merkel zit gevangen in binnenlandse emoties over de zwakke landen in Zuid-Europa en Sarkozy is volledig gefocust op de Franse verkiezingen in april. Ze komen, zegt een ambtenaar, „niet verder dan nógmaals onderhandelen over dezelfde begrotingsdiscipline en sancties. Dit brengt de euro dichterbij de afgrond en splijt de EU in eurolanden en niet-eurolanden.’’

Monti brengt frisse lucht op een goed moment. Hij wil méér Europa, met euro-obligaties en een sterker reddingsfonds. Hij is vóór liberalisering van de interne markt maar pleit als een tweede Keynes voor stimulering van de economie die „nu kapot wordt bezuinigd”. Hij ziet, net als Merkel, de interne markt van 27 landen als basis en wijst daarom Sarkozy’s plannen voor een versterkte eurogroep af. Europa ís de interne markt. De euro, zegt hij, „is louter de kers op de taart”. De kers is oké, maar de taart wordt wiebelig doordat veel burgers denken dat Europa alleen goed is voor grote bedrijven. Monti wil Europa socialer maken.

De ellende met de euro is, in zijn optiek, dat landen die de interne markt het meest steunen – Groot-Brittannië, Zweden, Polen – de munt niet hebben. En Duitsland staat dichter bij Polen dan bij euroland Slovenië. Dit geeft constant frictie. Monti is zo verstandig om niet te proberen het nieuwe verdrag te torpederen, waar de Britten niet aan meedoen maar dat Merkel per se wilde. Maandag wordt het beklonken. Maar hij probeert het verdrag zo te wijzigen dat er niets in staat dat onacceptabel is voor niet-eurolanden. Hij reisde naar Londen en vroeg premier Cameron niet verder af te drijven van Europa. Hij steunt de Poolse premier Donald Tusk, die dat nieuwe verdrag niet wil tekenen als hij voortaan niet bij eurotoppen mag zijn.

Monti wurmt zich niet tussen Merkel en Sarkozy in, maar manoeuvreert om hen heen. Als een pan-Europese verzoener. Zo bouwt hij steun op voor de euro-obligaties die, zegt hij, als enige de torenhoge Italiaanse rentes op staatsleningen omlaag kunnen krijgen. Hij zegt het Merkel in haar gezicht: wij hebben straks ons huiswerk af, nu jullie. Woensdag zei hij het wéér: „Italië wil geen beloning van Duitsland, wel erkenning.” Hij wil een politiek gebaar om de rentes omlaag te krijgen – géén cash.

Op de top in december gaf Europees president Herman Van Rompuy Monti de kans om voor euro-obligaties te pleiten. Die kans greep Monti. „Iedereen luisterde”, zegt een betrokkene. „Toen spraken ze af dat ze in maart verder praten, als Merkels verdrag erdoor is. Heel slim: het punt is geagendeerd. En nu niet door Merkel.” Dé twee makkes van Europese toppen, schreef Monti in juni in de Financial Times, zijn „de ongezonde beleefdheid van regeringsleiders voor elkaar en de neiging om alles aan grote lidstaten over te laten”. Hij veegt charmant de vloer aan met beide.

Velen zeggen dat Merkel en Sarkozy Monti er expres bijhalen. Merkel wil zo de kritiek pareren dat ze alles alleen doet en iedereen passeert. Sarkozy wil af van het verwijt dat alleen hij Merkels schoothondje is. Monti laat beiden begaan. Hij heeft zijn eigen agenda. „Ik en mijn regering kennen geen taboes”, hield hij deze week de Italianen op tv voor. „We hebben wel een lijst van zaken die moeten gebeuren.”

Laatste strohalm

De grote vrees in Brussel is dat de regering-Monti bezwijkt bij de eerste de beste machinatie van zijn voorganger Berlusconi. Maar voorlopig heeft Monti in het parlement veel steun. Door de omstandigheden is er een curieuze coalitie ontstaan van drie grote partijen die elkaars bloed wel kunnen drinken. „Alle drie steunen ze de impopulaire maatregelen waartoe mijn regering heeft besloten”, zei Monti. „Dat is toch bijna een wonder?” Zijn ‘geluk’ is dat de politieke klasse rond Berlusconi ieders vertrouwen heeft verspeeld – van de meeste Italianen en van de markten. Kredietbureaus waardeerden het land af, beleggers vluchtten weg. Merkel en Sarkozy zegden Berlusconi publiekelijk de wacht aan. Zo kon president Napolitano Monti aan de macht helpen: technocraten als laatste strohalm na het falen der politici.

Laatst vroeg de Franse premier François Fillon aan Monti: „Ik zie dat u een ingrijpende pensioenhervorming heeft doorgevoerd. Is dat een voorstel van uw regering, of nog maar een project? President Sarkozy zei me, ‘die Italianen stellen van alles voor maar beslissen doen ze niet’.” Monti, die weet hoeveel moeite Fillon heeft om zoiets in Frankrijk voor elkaar te krijgen, antwoordde trots: „Dat is geen project, het is een wet. Hij is al van kracht. En stelt u zich eens voor, tegen deze zeer pijnlijke hervorming is maar drie uur gestaakt. Een uitzonderlijk bewijs voor de volwassenheid van de Italianen.” Monti vertelt dit soort dingen uitvoerig op de Italiaanse tv. Hij wil dat het succes van dit pakket, ‘Red Italië’, het succes van alle Italianen is.

Het liberaliseringspakket, ‘Groei Italië’, wordt lastiger. Er komen 1.500 notarissen en 5.000 apotheken bij. Minimum- en maximumtarieven van advocaten verdwijnen. Er komen meer vergunningen voor taxichauffeurs. Concurrentie van gas- en stroomleveranciers wordt gestimuleerd. Volgens de Centrale Bank kan dit op termijn een groei van 11 procent van het bruto nationaal product opleveren. Maar vrachtwagenchauffeurs blokkeerden knooppunten, taxichauffeurs staken, apothekers en notarissen dreigen met werkonderbrekingen. De voormalige regeringspartij Lega Nord mobiliseert in het noorden verzet tegen Monti.

Maar Monti gaat gewoon door. Hij gebruikt dit verzet om tegen zijn Europese partners te zeggen: Italianen brengen grote offers, maar dat moet wel snel iets opleveren, anders kan een gevaarlijke anti-Europese en anti-Duitse beweging ontstaan – dus zorg dat de rente op staatsleningen eindelijk daalt. Hij heeft een doorgewinterde Spaanse woordvoerster, die in Brussel heeft gewerkt. Dat is geen toeval: hij moet de boer op met deze Europese boodschap. In het Italiaanse parlement vertelt hij dan weer dat Merkel soepeler wordt als het om de stabiliteitsfondsen gaat en dat dit de verdienste van de Italianen is.

Het is een wankel evenwicht: Monti heeft weinig aan vrede in Europa als hij daardoor oorlog in Italië krijgt, en weinig aan vrede in Italië als hij daardoor oorlog krijgt met Europese regeringsleiders. Maar er is geen weg terug. En ondanks de overuren schept hij er plezier in om als onorthodoxe buitenstaander Italiaanse en Europese politici en burgers een spiegel voor te houden. Die rol heeft hem altijd het best gelegen.