Voorzitter strijdt voor hulp aan de slachtoffers

Vier oud-turnsters traden naar buiten met het verhaal hoe ze door trainers zijn vernederd, mentaal mishandeld, uitgehongerd en in een enkel geval geslagen. Jos Geukers was in die periode nog geen bondsvoorzitter, maar hij voelt zich verantwoordelijk. „Ik heb vanaf dag één gezegd: ik duik erin.”

Duidelijker kan Jos Geukers niet zijn: „Nee, ik kende die verhalen over misstanden in de turnzalen niet. Toen vier oud-turnsters en hun ouders in het blad Helden ermee naar buiten traden ben ik me kapot geschrokken. Vooral van de intensiteit van hun klachten.”

Sindsdien beweegt de voorzitter van de turnbond KNGU zich als Sherlock Holmes door de turnwereld. Om te weten wat er zich exact heeft afgespeeld. Geukers wil herhalingen voorkomen. En hij wil de slachtoffers helpen. Alles onder het adagium: „De KNGU van toen is de KNGU van nu niet meer.”

Geukers had zich er formeel vanaf kunnen maken door te verwijzen naar het verleden. Hij is tweeënhalf jaar voorzitter en was bestuurlijk niet verantwoordelijk in de periode dat turnsters naar hun zeggen door trainers werden vernederd, mentaal mishandeld, uitgehongerd en in een enkel geval geslagen. Zo zit de burgemeester van de gemeente Westervoort niet in elkaar. „Turnen is van de KNGU, zo ziet de buitenwereld dat. Daarom heb ik vanaf dag één gezegd: ik duik erin. Ik wil er wat aan doen. Ik voel me wél verantwoordelijk.”

Krijg maar eens een beeld van alle uitwassen. Geukers heeft er intussen zo’n vijfentwintig persoonlijke gesprekken opzitten, twee rondetafelgesprekken gevoerd en is onaangekondigd een trainingshal binnengelopen. Een compleet overzicht heeft hij nog niet gekregen. Omdat de klachten divers zijn, oud-turnsters elkaar ook tegenspreken en de perceptie soms wordt gekleurd door wrok. Maar als voorzitter van een getormenteerde bond heeft Geukers zich voorgenomen niet te weg te lopen als er harde maatregelen genomen moeten worden.

Had u voor de onthullingen in de media nooit signalen over wantoestanden ontvangen?

„Niet in die mate. In 2010 waren klachten over het functioneren van trainer Gerrit Beltman bij het Nationaal Turn Talenten Centrum in Almelo. Topsportmanager Hans Gootjes heeft hem uit voorzorg uit zijn functie als talentcoach gezet, zodat hij niet meer met meisjes in de zaal zou staan. Daarna verdween Beltman naar een turncentrum in Calgary.”

Hoe ernstig zijn de vergrijpen van Beltman?

„Ik kan niet in detail treden, maar de verhalen maken mijn genuanceerde mening over Beltman steeds ongenuanceerder. Een onderzoek naar aanleiding van klachten in 2005 viel negatief voor hem uit. De KNGU heeft hem toen in de ban gedaan, waarna hij de wijk nam naar België. Beltman keerde later terug in Nederland bij de club Bosan in Oldenzaal. Toen hij daarna in aanmerking kwam voor de functie van talentcoach bij de KNGU maakte een positief onderzoek van sportkoepel NOC*NSF daarvoor de weg vrij. Vervolgens werden we opnieuw met klachten geconfronteerd. Als ik daar de verhalen van turnsters opplak, zeg ik: hier zijn we ver klaar mee.”

Wat was de aard van de klachten tegen Beltman?

„Hij zag turnsters niet als mens, maar als een product dat hij ter meerdere eer en glorie van zichzelf gebruikte. Dat werd vergemakkelijkt doordat hij de kinderen had losgeweekt van hun ouders. Die hadden hun grenzen ook verlegd, wilden hun dochters droom niet verstoren. En ze horen vaak: goh, als het mijn kind was zou ik dat niet laten gebeuren. Dat is gemakkelijk gezegd. Als je er zelf mee te maken hebt, schuif je mee. Een bond die dat stelselmatig verder laat gaan, zit op de verkeerde weg. Dan moet je tegengas geven.”

Zijn de overtredingen van Beltman en andere trainers geen reden tot aangifte?

„Nee, dat denk ik niet. Was het maar zwart-wit. Het is meer grijs. Dus moeilijk te bewijzen. Dat maakt het zo verrekte lastig de situaties met terugwerkende kracht te beoordelen.”

Oud-turnsters klagen ook ex-bondscoach Frank Louter aan. Is zijn situatie anders?

„Louter is technisch de beste trainer van Nederland. Zijn problemen liggen op het communicatieve en pedagogische vlak, in combinatie met zijn harde trainingsmethode. Maar hij is ronder geworden, niet hoekig meer. Dat maakt het lastig maatregelen tegen hem te nemen. Bijkomend probleem is dat hij in dienst is van een club [Pro Patria, Zoetermeer].”

Maar de klachten stammen uit de tijd dat Louter als bondscoach in dienst van de KNGU was.

„Klopt. Hij was bondscoach af na een rapportage over de WK van 2003. Hij is verantwoordelijk gesteld voor het falen daar. Hij voelt zich min of meer afgeserveerd. En daar zit ’m zijn wrok. Daarmee zijn mentale ontwikkelingen deels te verklaren. Maar hoe ga je dat beoordelen? Dat is lastig.”

Heeft u met trainers gesproken?

„Ik heb drie keer met Louter gesproken. Uit die gesprekken bleek dat de medaille twee kanten heeft. Vanwege zijn verblijf in Canada heb ik Beltman niet gesproken. Maar zijn reactie wil ik zeker horen.”

Uiteindelijk is de bond verantwoordelijk. Schaamt u zich als voorzitter voor de misstanden?

„Ik vind het ontzettend vervelend. Het is topsport en daar horen wetten bij. Dat je mensen hard kunt aanpakken. Maar bij alles hoort ook de wet van balans. Als die uit evenwicht is, zie ik liever minder goede prestaties, maar wel een veilige trainingsomgeving. We zijn erop gebrand daar serieus werk van te maken.”

U heeft oud-turnsters excuses gemaakt. Worden er nog maatregelen tegen trainers genomen?

„Zou kunnen, maar we zitten nog in de inventarisatiefase. Sommige turnsters verlangen harde maatregelen. Ik heb ze gezegd dat onze polsstok eindig is. Het is onze intentie er iets aan te doen, maar als de instrumenten ontbreken is dat een gegeven.”

Bij een rondetafelgesprek ontbrak een aantal oud-turnsters en hun ouders. Mogen die alsnog hun verhaal doen?

„Graag. Met een aantal is intussen een afspraak gemaakt. De enige met wie ik maar niet in contact kan komen is Verona van de Leur. Ze reageert noch op telefoontjes noch op e-mails. Wat moet ik dan nog meer doen? Gelukkig waren de aanwezigen na afloop van het gesprek positief. En dat terwijl ze boos aan het gesprek waren begonnen.”

Dopingaffaires rond Yuri van Gelder, misstanden bij het vrouwenturnen en gedoe rond Epke Zonderland en Jeffrey Wammes over aanwijzing naar de Spelen. Hoe verklaart u die reeks incidenten?

„Ik weet het niet. Misschien dat het individuele karakter van de sport de oorzaak is. Is het bij andere sporten anders? Bij Ajax is ook onrust.”

Bij de verwijdering van Van Gelder van de WK in 2010 in Rotterdam is ongelukkig geopereerd.

„Soms wel, soms niet. Dat wij weinig konden vertellen was omdat advocaat Cor Hellingman ons het mes op de keel zette. Als wij meer zouden zeggen dan ‘redenen van medische en persoonlijke aard’, zouden we nog diezelfde avond gedagvaard worden. We hebben persbijeenkomsten meegemaakt die achteraf gezien nooit zo georganiseerd hadden mogen worden. Dat trek ik me persoonlijk aan.”

Geldt dat ook voor het moment waarop u de breuk met Van Gelder onherstelbaar noemde?

„Mijn woorden waren toen van a tot z afgewogen. Die waren vooral ingegeven door de pure ontgoocheling die ik zag bij de bondstrainer en de bondsarts. Wij dachten toen ook: komt het met Van Gelder überhaupt nog goed? Korte tijd later realiseerden we ons dat de steun aan Yuri links en rechts wegviel en wij toch de verantwoordelijkheid hebben hem op een of andere manier te helpen. We hebben gepoogd met hem in gesprek te komen, maar dat werd belemmerd door zijn advocaat, die van meet af aan riep: ‘er zit een duur bonnetje aan.’ Dankzij bemiddeling van NOC*NSF, in de persoon van Maurits Hendriks, is de relatie hersteld. Maar dat dure bonnetje heb ik nooit gezien. En had ik ook nooit betaald, trouwens.”

Vindt u ook niet dat de bond in de kwestie rond Zonderland en Wammes knullig opereert?

„Ik stoor me er ook aan. Maar de materie is deksels ingewikkeld. Als we Zonderland rechtstreeks hadden aangewezen voor de Spelen zou de wereld te klein zijn geweest. En dan hadden we van Wammes stappen kunnen verwachten. Achteraf zeg ik dat we voor de WK in Tokio een alternatief scenario hadden moeten hebben. Maar diep in ons achterhoofd zat de verwachting dat tenminste één turner zich zou kwalificeren door het winnen van een medaille. Hier wreekte zich de tijdelijke onderbezetting bij de bond. Onder Gootjes was dat scenario er geweest. Dat is geen verwijt aan zijn vervanger Ad Roskam, want die moet het werk als interim-topsportmanager doen naast zijn taak als prestatiemanager bij sportkoepel NOC*NSF. Maar die discussie over vormbehoud is inderdaad bijna niet meer uit te leggen. Dat wringende gevoel heb ik ook.”