Voor het trage nagevoel van de lezer

Elsbeth Etty neemt wekelijks de stapel nieuwe boeken door, signaleert en geeft een eerste oordeel. Met deze week getuigen van het literaire leven en een onderzoek naar het Kwaad.

Volgens de Amerikaanse journaliste Deborah Scroggins is vrouwenonderdrukking voor de ideologie van de radicale islam zo fundamenteel als racisme is voor het oude zuiden van de VS en antisemitisme voor nazi-Duitsland. Ze schrijft dit in de inleiding van Twee vrouwen. De islam in de levens van Ayaan Hirsi Ali en Aafia Siddiqui (Nieuw Amsterdam vert. Nico Groen & Jeske Nelissen, 384 blz. |€ 27,95), een verhelderende ‘dubbelbiografie’. Hirsi Ali ontvluchtte Somalië om een gedwongen huwelijk te ontlopen. Siddiqui, afkomstig uit een Pakistaans middenklassemilieu, ging naar de VS om te studeren, werd neurowetenschapper en ontwikkelde zich tot een fanatieke voorstander van de jihad. Hirsi Ali werd een van de bekendste critici van de islam, Siddiqui werd de meest gezochte vrouwelijke terrorist ter wereld en kreeg een gevangenisstraf van 86 jaar. Scroggins woonde een tijd in Amsterdam en sprak met veel Nederlandse bekenden van Hirsi Ali.

Ruim 25 jaar geleden kreeg historicus Jan Willem Regenhardt de opdracht uit te zoeken wie de personen waren over wie Etty Hillesum schreef in haar wereldberoemde dagboeken, die ze tussen 1941 en 1943 bijhield. Dit onderzoek resulteerde (onder andere) in de fascinerende familiebiografie Mischa’s spel en de ondergang van de familie Hillesum. (Balans, 326 blz. € 19,95) De schijnwerper is gericht op Etty’s jongere broer, het muzikale wonderkind Mischa Hillesum (1920-1943). Maar ook de overige hoogbegaafde leden van het joodse bohémiengezin uit Deventer dat de Holocaust niet overleefde, komen uitvoerig aan bod. Bijgevoegd is een cd met de opnames die pianiste Marianne Boer van Mischa’s composities maakte.

Roosje van Lelyveld (1896-1979) was korte tijd de muze van de in 1914 uit Antwerpen naar Blaricum gevluchte schilder Floris Jespers, die zou uitgroeien tot een van de bekendste Vlaamse avantgardekunstenaars. Sjoerd van Faassen & Lien Heyting bundelden de brieven die Jespers aan deze Larense schone schreef in het fraai geïllustreerde boekje De ‘grootste herinnering’ aan Laren. Brieven van Floris Jespers een Roosje van Lelyveld 1914-1915. (Zacht Lawijd, 87 blz. €14,–) Heyting publiceerde eerder over Gooise kunstenaarslevens.

De nu opgedolven documenten, voorzien van uitvoerige toelichtingen, leveren nieuwe inkijkjes in dit fascinerende milieu. Bijvoorbeeld door de tekstjes die de dichter Adriaan Roland Holst, alsmede diens tante Jet en oom Rik schreven in het album dat Roosje voorlegde aan de talrijke beroemdheden die ze ontmoette.

De Romeinse keizer Nero, Hamlet, Adolf Eichmann, markies De Sade, Reinaert de Vos, Osama bin Laden, Don Juan behoren tot de ‘verdachten’ die door forensisch psychiater Antoine de Kom aan een gerechtelijk psychiatrisch onderzoek zijn onderworpen. Het misdadige brein (Querido, 192 blz €18,95) behelst de rapportage over de eventuele gestoordheid en motieven van deze delinquenten. Het is een interessant gedachte-experiment, dat niet altijd tot een bevredigend resultaat leidt. Over Bin Laden: „De mogelijkheid dat de verdachte uit vrije wil en doelbewust heeft gekozen voor de hem ten laste gelegde feiten kan niet worden uitgesloten.” Daar schieten we weinig mee op. In het meest feitelijk beschreven geval (van een beruchte slavenhoudster) erkent de psychiater: „Het is lastig rapporteren wanneer je geen diagnose kunt stellen”. De gevallen lopen dermate uiteen dat er moeilijk algemene conclusies uit zijn te trekken „over het kwaad in onszelf”, zoals De Kom toch beoogt. Dit brengt mij niet verder. Maar zulk gemis wordt goedgemaakt door veel rake observaties over misdaad, (on)macht en driftleven.

Psychiater De Kom had deze regel van Lucebert als motto kunnen nemen: „ik weeg steeds op het goede en sta op het kwade”. Zij heeft haar naam vergeten (De Bezige Bij, 40 blz €14,90) bevat zevenentwintig gedichten van Lucebert uit de vorig jaar in facsimile verschenen ‘unica’, boekjes uit de jaren 1949-’51 die de kunstenaar in één exemplaar voor vriendinnen en vrienden maakte. In deze bundel zijn de gedichten opgenomen die nooit eerder in tijdschriften, bundels of het verzameld werk zijn gepubliceerd. In de woorden van Lucebert: „verschenen in geen oplage”. Waarom dit zo is, blijft een raadsel. Misschien hebben we hier te maken met „het vage voorgevoel van de dichter/ het trage nagevoel van de lezer”. Of misschien wilde de dichter zich niet blootgeven. Het gedicht „al mijn namen zijn mystifikaties” eindigt met: „ik moet voorgoed eens sluiten voor de eerste regel/ en met duisternis mijn ware naam verlichten”.

Elsbeth Etty