'Voor beleggers is de eurozone een schiettent geworden'

Europa moet kiezen voor gezamenlijke staatsobligaties. „Voor de eurozone is de huidige toestand onhoudbaar.”

In de Londense City hoort Manfred Schepers vaak zeggen: „De euro, dat gaat fout, we’ve told you so.” Schepers, de Nederlandse vicepresident van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (EBRD) ergert zich aan het triomfalistische toontje. Hij vindt dat de euro helemaal niet gedoemd is. „De euro is supersterk,” zegt hij in het Londense EBRD-hoofdkantoor, dat is opgetrokken uit ruwe en gepolijste steen om de veelzijdigheid van de haute finance te symboliseren. „Ze vertegenwoordigt een van de grootste economieën ter wereld, waar hoogopgeleide mensen wonen, waar het leven stukken beter is dan in veel andere ontwikkelde landen. Ze is nauwelijks in waarde gedaald tijdens de ergste crisis in honderd jaar. De euro is een succes. Wat er mis is, is de architectuur. Het management achter die munt. Als je dat rechttrekt schieten de euro en de Europese beurzen als een raket omhoog.”

De belangrijkste taak van de EBRD, met 63 landen als aandeelhouder, is geld investeren in projecten in Centraal- en Oost-Europa die de ontwikkeling van de markteconomie bevorderen. Vicepresident Schepers (Doorwerth, 1960), die al sinds zijn studietijd in Londen woont, werkte jaren in de kapitaalmarkt en obligatiehandel. Hij kent de opponenten in de eurocrisis – de publieke en financiële sector. „Nu staart iedereen constant op zijn Blackberry: wat is het nieuws van de obligatiemarkt? Betaalt Italië meer dan gisteren? Onvoorstelbaar. Vroeger schreef uw krant nooit over staatsobligaties. Wel over de echte economie: handel, export. Obligaties waren doodsaai. Er gebeurde niets. Daar moeten we naar terug. Dat kan, als we euro-obligaties invoeren.”

Wilt u hét taboe van de eurozone doorbreken?

„Het zou geen taboe moeten zijn. Euro-obligaties beëindigen deze crisis in één klap. Dat is technisch eenvoudig te regelen. De burger ziet echt geen verschil tussen de uitgifte van obligaties op nationaal of Europees niveau, terwijl hij er stabiliteit voor terug krijgt. Veel Europese regeringsleiders hebben de moed niet ervoor te gaan. Het is politiek ingewikkeld. Ze moeten opschieten. Beleggers lopen weg uit veel eurolanden en komen voorlopig niet terug.”

Waarom?

„Sinds het Verdrag van Maastricht hebben Europese leiders geen duidelijk leiderschap getoond om de politieke en economische stabiliteit van eurolanden op lange termijn te waarborgen. Niet zoals Kohl en Mitterrand bij de creatie van de euro. Sindsdien hebben veel regeringsleiders de afspraken uit Maastricht genegeerd, en zijn ze achter de gebeurtenissen aangehobbeld. De zwakke plek van de euro is nu duidelijk geworden. Europa en Amerika werden het slachtoffer van de ongecontroleerde groei van de banksector. In de VS was de overheid in staat de crisis hard aan te pakken, zonder dat dit negatief uitpakte op de staatsobligaties. Hetzelfde geldt voor Groot-Brittannië. De rol van de staat was in beide landen duidelijk, de rente is er nog steeds historisch laag. In de eurozone was het een totaal ander verhaal. De markt voor staatsobligaties is volledig vastgelopen. Behalve voor een paar safe havens als Duitsland en Nederland.”

‘Staat’, dat zijn de centrale bank en het ministerie van Financiën?

„Ja, die twee. In Amerika is duidelijk wie wat doet. Dat gaat snel, transparant, efficiënt. Markten begrijpen dat. Onderling hebben deze instellingen nooit discussies over wie wat doet. Banken overeind houden? De Fed pompt ze vol geld, de Treasury geeft kapitaal. Oplopende staatsschuld? Zien we later wel. De Britten doen hetzelfde. Beleggers blijven die twee landen zien als de veiligste plek. Zij hebben te veel schuld, maar op korte termijn is de financiële situatie gestabiliseerd door simpele daadkracht. Daarom betalen zij, ondanks hun schulden, lage rentes op staatsleningen. In de eurozone is het omgekeerd. De totale schuld van de eurozone is lager dan die in Amerika en Groot-Brittannië, maar de rentes verschillen enorm – tussen de 0 en 15 procentpunten – omdat de markten niet begrijpen hoe deze crisis wordt opgelost en waar je in de eurozone nog zonder risico geld kunt beleggen. Hoe langer dit duurt, hoe meer landen worden aangetast. Dit kan de Europese economie en maatschappij vernietigen.”

Wat willen de markten?

„Die willen bewijs dat eurolanden die één munt delen, elkaar vertrouwen. Ze zien het omgekeerde.”

Er is toch een noodfonds? De ECB propt banken vol geld. Wat willen de markten nog meer?

„Het gaat niet om noodfondsen of de vraag of de ECB ‘lender of last resort’ moet zijn. De eurozone heeft geen noodfinanciering nodig. Ze zit vol spaargeld. Het probleem is: dat spaargeld stapelt zich op in het noorden. Beleggers verkopen hun staatsobligaties uit zuidelijke eurolanden en kopen Nederlandse en Duitse obligaties. Noord en zuid raken snel verder uit balans. Dát is het probleem van de eurozone.”

Moet het noorden dat geld terugpompen?

„Ja, maar dat gebeurt niet. Nederlanders en Duitsers zeggen namelijk: iedereen investeert bij ons omdat wij het beter doen dan de zuiderlingen. Dat is natuurlijk onzin. Beleggers kopen die obligaties uit pure vrees.”

Profiteert Duitsland van de Italiaanse situatie?

„Duitsland leent ongeveer gratis, ja. Dit is onhoudbaar: zwakke broeders worden gestraft, anderen profiteren. Dit is op te lossen met euro-obligaties. Dit ligt gevoelig in Duitsland en Nederland. De staatsobligatiemarkt was altijd een rustige markt die draait op vertrouwen. Dat vertrouwen is in de eurozone aan het verdampen. De Europese obligatiemarkt wordt een kredietmarkt. Zelfs overheden zijn niet meer te vertrouwen. Eerst zeggen regeringsleiders dat beleggers niet gekort worden. Zes maanden later worden ze tóch gekort, op Griekse obligaties. Eerst 20 procent, dan 50, dan 70. Wie koopt daarna nog obligaties van andere eurolanden die hulp krijgen, of misschien hulp gaan vragen? Voor een belegger die tot tien telt voor hij ergens geld instopt, is de eurozone een schiettent geworden. Ik praat niet alleen over beleggers buiten de eurozone. Ook Nederlandse pensioenfondsen, die hadden geïnvesteerd in het zuiden want ‘staatsobligaties waren veilig’, trekken zich terug. Het raakt ook de echte economie. Geen Zuid-Europese ondernemer opent een fabriek als zijn eigen overheid en banken extreem hoge rentes betalen en het IMF om de hoek staat. Voor de eurozone is deze toestand onhoudbaar.”

Zijn euro-obligaties beter dan een groot noodfonds?

„U zegt, noodfonds. Maar er zijn verschillende Europese fondsen en instellingen die obligaties uitgeven of risico nemen in naam van de EU of de eurozone. Het tijdelijke noodfonds EFSF, dat draait op garanties van zeventien eurolanden. Het ‘permanente’ fonds ESM, dat nu wordt opgezet met kapitaal van eurolanden. Het EFSM, met de Europese begroting als onderpand. Dat wordt opgedoekt, al heb ik er obligaties van gekocht. Dan is er de Europese investeringsbank, met oproepbaar kapitaal van alle EU-landen. Ook de ECB neemt risico, met dekking van zeventien nationale centrale banken. En natuurlijk steunen EU-landen de eurozone via het IMF. Heb ik ze nu allemaal gehad? Welke belegger begrijpt dit? Dit is een alfabetsoep, geen marktstructuur die vertrouwen wekt. Politici zeggen: dat geeft niet. Maar beleggers houden het als gevolg van deze verwarring bij Duitse en misschien Nederlandse staatsleningen. De extra procenten rendement op andere obligaties laten ze maar even liggen. Eén simpele obligatie voor de eurozone is dé oplossing. Dat schept duidelijkheid en vertrouwen.”

Stelt u het niet te simpel voor?

„Het ís simpel. De vraag die wij moeten beantwoorden, is: is een stabiel en welvarend Europa iets voor onze achterachterkleinkinderen, of was het alleen iets tussen de Tweede Wereldoorlog en nu? Als we het eerste willen, moeten we politiek moedige stappen zetten om beleggers hier te houden. Nu doen veel politici het omgekeerde. Ze snijden zonder dat iemand ziet waar de groei vandaan komt. Zo komt de economie tot stilstand. Als de eurozone uiteenvalt, gaat Nederland mee de afgrond in. In heel Europa komen dan weer oude conflicten uit de doos.”

Als het zo simpel is, waar zijn politici dan bang voor?

„Ik neem aan dat ze denken dat zeggenschap overdragen aan ‘Brussel’ politiek zelfmoord is. Sommige mensen waren emotioneel toen de gulden verdween. Maar wie heeft er ooit een Nederlandse obligatie op zak gehad? Ik niet. Volgens mij ligt dit minder gevoelig dan politici denken. Zeker als ze uitleggen dat we er stabiliteit voor terugkrijgen.”

Kunnen deze leiders ons door de crisis slepen?

„Er zijn er die politiek instinct én technisch inzicht hebben. Mario Monti heeft het. Hij toont leiderschap. Veel anderen denken nog altijd dat je de markt kunt laten wachten en met vaagheden kunt overtuigen. We hebben niet de luxe om te wachten op de volgende klap. Ook Monti zegt: het is tijd voor solidariteit. Hij wil euro-obligaties. Zo kunnen de rentes omlaag en keert de stabiliteit terug. Beleggers zullen terugkomen. Hedgefondsen hebben dan weinig te gokken in de eurozone. Banken kunnen weer bedrijven financieren. Zij hoeven weinig meer in de obligatiemarkt te steken. Iedereen gaat back to the basics. Simpel, niet?”