Van Maanen voegt zout toe aan oude mopjes

One Jan Show (1), Jan van Maanen. Gez: 17/1 Kleine Komedie, A’dam. Tournee t/m 13/6. Onejanshow.nl

Zo’n cabaretier ziet men zelden: een buikige heer met belcantogeluid en een ferm toucher op de piano, soms gelardeerd met klassieke tierelantijntjes, die zinnige en onzinnige liedjes zingt en praatjes houdt met een bedaarde, ietwat geaffecteerde toon. Jan van Maanen, die in 2010 het Amsterdams Kleinkunstfestival won, doet dat allemaal in zijn eerste soloprogramma. Hij lijkt in niets op de snelle stand-uppers die zich doorgaans op de cabaretpodia vertonen. Geregeld weet hij weg te komen met mopjes die zouteloos en hopeloos verouderd zouden zijn als hij ze niet zo droogkomisch te berde zou brengen. En hij beweegt zich soms gevaarlijk dicht bij de absolute inhoudsloosheid – bijvoorbeeld als hij ons laat luisteren naar een opname van de sopraan Nellie Melba uit 1921 zonder daar ook maar iets aan toe te voegen. Maar hij blijft intrigeren.

Vaak gebruikt Van Maanen klassieke cabaretvormen om met een verrassende blik naar het heden te kijken. Zo bewerkte hij het oude Wim Kan-liedje Er leven haast geen mensen meer tot een spijtige ode aan de al bijna vergeten cabaretiers van vroeger.

Af en toe vertoont dit debuut nog haperingen en doodse plekken. Maar dat zijn buitenissige talent nog tot meer zal leiden, staat wel vast.