Politiek is een spel, maar blijf ook vooral over de knikkers schrijven

Hoeveel mens kan de politiek verdragen?Dat politici ook mensen zijn, dat weten we nu wel. Toen Hans Wiegel, net weduwnaar, tijdens een tv-debat in 1981 in snikken uitbarstte, leidde dat nog tot beschroomde reacties, niet een nationaal debat. Inmiddels is een hete snik in de stem goed voor ovationeel applaus op het partijcongres.

Aandacht voor de persoon is in die tijd alleen maar toegenomen: iedere politicus houdt een intieme ontboezeming paraat voor een persoonlijk interview. Sinds het stormachtige succes van Pim Fortuyn is ook de hang naar charismatisch leiderschap helemaal terug. Soms, klagen lezers, lijkt het alleen nog maar te gaan om ‘de poppetjes’.

Een handvol boze brieven kwam er over de opening van de zaterdagkrant (Zelfs PvdA’ers zien in Job Cohen geen leider meer, 21 januari). Een lezeres werd „misselijk” van het hakken op personen. Een ander, geen fan van Cohen, signaleerde dat de PvdA-leider twee jaar geleden de hemel in geprezen werd door de krant en nu het graf ingaat. „Zou enige terughoudendheid in de toekomst niet passender zijn?”

Het was ook wel heel veel Cohen.

Want de maandag daarop, in het buitenlandkatern De Wereld, was hij weer van de partij, nu in een dubbelgesprek met SPD-voorzitter Sigmar Gabriel over Europese sociaal-democraten en de crisis (Als Cohen en Gabriel Europa regeren…, 23 januari). Twee totaal verschillende stukken – een enquête en een politiek interview, met een onbedoeld geestige parade van koppen: zaterdag is de man afgeschreven, maandag regeert hij opeens Europa.

Eerst hemelen jullie die man op, zeggen lezers, en nu kan hij niets goed doen. Een terecht verwijt?

De komst van Cohen in maart 2010 als partijleider zorgde voor opwinding. Cohen: verzoener in extreme tijden kopte NRC Handelsblad enthousiast boven een profiel van de nieuwe sociaal-democratische lijsttrekker. Een maand later volgde een interview met Cohen in het maandblad M, waarin hij zei: „Men heeft, denk ik, het idee dat het wel prettig zou zijn als er iemand is die rust kan brengen in de samenleving.” De jolige kop boven het stuk: ‘Mijn zwakke plekken? Die heb ik niet.’

Toch bevatte ook dat profiel van Cohen al rake kanttekeningen: Cohens gewenning aan zijn beschermde positie als burgemeester werd genoemd als risico, evenals zijn gebrek aan financiële expertise. Ook het interview was sceptisch. „Cohen blikt makkelijk terug, maar kijkt moeizaam vooruit”, noteerde interviewster Monique Snoeijen.

In de campagne ging Cohen onderuit. Toe Cohen, overtuig nou, smeekte columnist Anil Ramdas. Heleen Mees sprak al van De tragiek van Job Cohen. Na die verkiezingen kwam het niet meer goed. Cohen wist simpelweg niet te overtuigen.

Maar de fixatie op zijn hakkelende optreden kreeg daarna ook trekjes van wat Co Adriaanse ‘scorebordjournalistiek’ heeft gedoopt: wie doet het goed, wie gaat er af? Dat is een trend in de media, vooral op televisie. „Hoe deed hij het?”, is vaak de eerste vraag over een politicus. Niet: „Wat had hij te zeggen?”

Daar komt bij dat geprangde middenpartijen als PvdA en CDA tegenwoordig eerst hun ‘gedachtegoed’ op orde proberen te brengen en dan een nieuwe leider zoeken. Het idee dat een leider ook kan opstaan omdat hij al een visie hééft, is minder manifest. Sinds Fortuyn leeft de politiek nog heviger in die verwarring van inhoud en charismatisch leiderschap.

Aandacht voor ‘de poppetjes’ hoort er dan bij. Politiek is een driehoek van personen, machtsvorming en ideeën of ideologie. Alleen, van een krant als NRC Handelsblad verwacht je dat die de punten van de driehoek consequent en in samenhang behandelt. Op die manier kan een lezer zich serieus oriënteren op een politieke wereld die vaak louter lijkt te worden beheerst door dagkoersen op de egomarkt.

De stukken over Cohen op zaterdag (personen en macht) en maandag (macht en ideeën) waren in dat verband beide journalistiek relevant en de moeite waard. Maar omdat ze zo snel op elkaar volgden, met het slechte nieuws voor Cohen eerst, kan ik me voorstellen dat de lezer die samenhang juist mist en denkt: die krant doet maar wat. Even wachten met dat tweede stuk had wellicht geholpen.

Dat is dan presentatie en timing – in de journalistiek vaak het halve werk – en zegt nog niets over de inhoud. Die was op orde, al was het artikel in De Wereld eigenlijk verrassender dan de kritiek op Cohen op zaterdag. Het interview (een vorm van what if history) bood een goed inzicht in de dilemma’s van de moderne sociaal-democratie.

Oppermachtig waren de poppetjes dan weer wel in de berichtgeving over de congressen van PvdA en CDA afgelopen maandag. Vijftien man op de foto, columns van congresgangers, en twee verslagen propvol sfeer en losse citaten. Er is sprake van „politiek theater”, „filmpjes”, „moties en resoluties”, „anekdotes” en „ook de statuten worden weer aangepast”. Raadselachtig. De kop boven het CDA-stuk was nota bene: Bij het CDA gaat het even niet om deze mensen, maar om de inhoud. Maar hoe dan?

Als de politieke inhoud niet de moeite waard is – niet onmogelijk, anno 2012 – waarom dan toch twee pagina’s voor die congressen?

Lezers willen best iets weten over het spel – maar niet zonder de knikkers.

Sjoerd de jong