Oude ideeën blijven nieuw bij Leonard Cohen

Eigenlijk is Leonard Cohen een dichter. Tijdens het voorlezen van een bundel viel echter zijn specifieke stemgeluid op: een zanger was geboren. Nog steeds klinkt Cohen (77) fris.

Leonard Cohen | Ahoy Rotterdam | 03-11-2008

De in het donkergrijs geklede zanger, getooid met elegante zwarte hoed, wist van geen ophouden tijdens zijn optreden in de Ahoy in Rotterdam een paar jaar geleden. Tegen half twaalf ‘s nachts zong hij Hallelujah en Bird On The Wire. Ook het beroemde Suzanne schonk hij op genereuze wijze aan het publiek .

Leonard Cohen brengt nu, op zijn 77ste, een nieuw album uit met de ingetogen titel Old Ideas. Op 12 juli 2008 wist hij duizenden toeschouwers in het Amsterdamse Westerpark te ontroeren met zijn diepe, donkere stem, een stem die in de loop van de jaren nog dieper is gaan klinken, een pure bas. De klank ervan zweeft tussen rauw en melodieus. In 2008 werd Cohen opgenomen in de Rock and Roll Hall of Fame.

Dichter, zanger en romancier Leonard Cohen (Montréal, 1934) richtte als tiener een eigen countryband op, the Buckskin Boys genaamd. Hij trad als gitarist en zanger op de voorgrond, maar voor alles beschouwde hij zichzelf als dichter. In 1956 debuteerde hij met de bundel Let Us Compare Mythologies.

Tijdens het voorlezen van zijn werk viel het zangrijke timbre van zijn stem op. Steeds vaker begeleidde hij zichzelf op de gitaar. Met het lied Suzanne (1968) vonden de dichter en de muzikant in Leonard Cohen elkaar op onnavolgbare wijze.

Cohen is een van die zeldzame zangers die zichzelf trouw blijft en tegelijk nieuwe wegen zoekt. Nog altijd, bijna een halve eeuw later, zingt hij tijdens optredens Suzanne, en op miraculeuze wijze klinkt het aldoor gloednieuw.

Meer dan vroeger zingzegt Cohen zijn liedteksten. Zijn stijl staat in de traditie van folk en country, met fraaie uitschieters naar de blues zoals in Famous Blue Raincoat en Tower Of Song, een hommage aan zanger Johnny Cash. Als romanschrijver verwierf Cohen bekendheid met het associatief geschreven Beautiful Losers (1966).

In de jaren zestig trok hij zich terug op het Griekse eiland Hydra, waar hij Marianne Jensen ontmoette aan wie hij het meeslepende So Long Marianne wijdde. Halverwege de jaren negentig begaf hij zich in het boeddhistische Mount Baldy Zen Centre in Californië, waar hij zich toelegde op meditatie en discipline.

In de song The Darkness van Old Ideas geeft hij een even doeltreffende als eenvoudige verklaring voor zijn nog altijd niet tanende werkkracht: ‘I don’t smoke no cigarettes/ I don’t drink no alcohol.’ Na het debuutalbum Songs of Leonard Cohen verschenen een kleine twintig albums met hoogtepunten als Songs From a Room (1969), Songs of Love and Hate (1970), I’m your Man (1988) en Songs From the Road (2010).

In de jaren zeventig en tachtig werd Cohen verguisd vanwege de quasi-diepzinnigheid van zijn teksten. De Frankfurter Allgemeine noemde hem onlangs in een essay een Mistkerl, een man die mist verspreidt. Zijn ster leek te dalen totdat beroemde popartiesten en groepen als Nick Cave, Bono, R.E.M, Sting en John Cale covers van zijn liederen uitbrachten. Deze tribute songs veroorzaakten een keerpunt in de waardering van Cohen. De tijdloze thema’s van zijn werk keren terug op Old Ideas: liefde, gemis, religie en dood.

Op het album Live Songs (1973) staat een van zijn kortste liederen, Queen Victoria. Het werd opgenomen in ‘a room in Tennessee’, zoals de summiere aanduiding luidt. Het is een indrukwekkend lied met de prachtige regel: ‘I want ornaments on everything, because my love, she gone with other boys’.

In die kamer klonk niets anders dan Cohens stem en zijn gitaar. En zijn poëzie. Zoveel decennia verder vormen die drie elementen nog steeds het gouden fundament van zijn werk: gitaar, stem, poëzie. Dát is Leonard Cohen.