'Op onze date voerden we de hele nacht actie'

Nada Wassef (23) en Hossam Haddad (24) zijn geen Tahrirstel vanaf het eerste moment. Ze beleefden de achttien dagen tussen het begin van de opstand en het aftreden van Mubarak afzonderlijk, leerden elkaar pas kennen tijdens de bestorming van de Israëlische ambassade in Kairo op 9 september. Beiden werken voor tv-zender 25TV, die uit het Tahrirplein is ontstaan.

„Het was onze tweede date”, zegt Nada. „De eerste was een ramp. We wilden naar de film maar er draaide niets interessants. We trokken van de ene buurt naar de andere op zoek naar een plek om koffie te drinken. Totdat Hossam telefoon kreeg: hij moest werken. Ik zei tegen vriendinnen: dit wordt niks.”

De tweede date was wel een voltreffer: een geslaagde combinatie van romantiek en revolutionaire actie. Nada: „We hadden afgesproken op het Tahrirplein, toen de massa zich plotseling in beweging zette richting Israëlische ambassade. Wij zijn gevolgd.” De aanval op de ambassade was een historisch moment voor de Egyptische protestbeweging, die zijn wortels heeft in de pro-Palestijnse beweging. Nada: „Toen het schieten begon, konden we niet meer weg. We zijn de hele nacht gebleven. De volgende ochtend zijn we gaan ontbijten in de McDonald’s vlak bij het Tahrirplein.”

Hossam glimlacht: „Het was een date van twaalf uur. Ik was onder de indruk van hoe onbevreesd ze was. ”

Nada was onder de indruk van Hossams geletterdheid. „Hij is erg belezen. Zijn grootvader was een bekende dichter, Fouad Haddad, en Hossam stuurt mij soms zijn eigen gedichten via Twitter. Hij gaf de indruk iemand te zijn die oprecht gelooft in zijn zaak en die weet waarmee hij bezig is.”

Voor Nada was 28 januari 2010, de dag waarop de betogers de gehate politie van de straat joegen, haar eerste betoging. Voor Hossam niet, hij komt uit een nest van linkse activisten. „Mijn grootvader heeft onder Nasser tweemaal zeven jaar gevangen gezeten. De haat voor het regime is mij met de paplepel ingegoten. Mijn hele familie was op het Tahrirplein. Voor 28 januari had mijn vader een gasmasker gekocht.”

Israël is een rode draad in hun verhaal. Nada was 16 jaar toen ze op school een Israëlische vlag probeerde te verbranden. „De directrice heeft mijn moeder gebeld. Maar die was juist trots op mij.”

Intussen zijn Hossam en Nada ontgoocheld over de ontwikkelingen in Egypte het afgelopen jaar. De verkiezingen, die de Moslimbroeders en de salafisten wonnen, zijn „bullshit”, zeggen ze. Hossam: „Men wil ons doen geloven dat er een democratisch proces is. Maar de Moslimbroeders en het leger hebben een deal gesloten. Het leger heeft gezegd: jullie mogen het parlement hebben op voorwaarde dat wij met rust gelaten worden. En waar komt al dat geld vandaan? Linkse organisaties worden er voortdurend van beschuldigd dat ze geld krijgen van het buitenland, maar niemand stelt vragen bij het geld dat de Moslimbroeders en de salafisten krijgen van Qatar en Saoedi-Arabië.”

Veel Egyptenaren, weten ze, hebben het Tahrirplein laten vallen. Maar ze geven nog niet op. Nada: „De revolutie is een golfbeweging. Er komt een tweede golf als de mensen beseffen dat men hen voorgelogen heeft.” Hossam: „Maar noem het geen tweede revolutie; de eerste is nog volop bezig.”

Is er niets ten goede veranderd? Hossam: „Tuurlijk wel. In Egypte praat nu iedereen vrijuit over politiek. Vroeger praatte iedereen over voetbal omdat men bang was over politiek te praten. Dat geeft hoop. En ook heel belangrijk: voor de revolutie waren we alleen. Nu heb ik Nada en alle andere activisten.”

Het is ook niet zwart-wit, zegt Nada. „Veel mensen hebben zich tegen ons gekeerd. Dat is omdat ze bang zijn. Dat wil niet zeggen dat ze tegen de revolutie zijn. Een taxichauffeur vertelde mij eens: ‘Het spijt mij, maar wij moeten onze gezinnen eten geven. Maar als het erop aankomt zijn we er voor jullie.’”

Hun verloving was gepland op 26 januari, een dag na de verjaardag van de revolutie. Nada: „We wilden die symbolische datum, maar op de dag zelf wilden we op het Tahrirplein zijn.” Na de verloving komt het huwelijk en dan komen wellicht kinderen. Hossam: „Ik denk niet dat onze generatie de veranderingen zal zien, onze kinderen hopelijk wel. We doen dit voor hen. Maar zelfs als het niet lukt: ik zou mijn kinderen niet in de ogen kunnen kijken als ik het niet op zijn minst had geprobeerd.”