Nichefietsen

Dit weekeinde begint in de RAI de fietsvakbeurs.Zes bijzondere fietsen van zes jonge ondernemers.

tekst Marleen Luijt

In de eerste hal liggen in houten bakken alle fietsonderdelen netjes gesorteerd. De banden bij elkaar, de gestripte fietsframes en daarnaast de wielen. Mark Groot Wassink (30) vervolgt met stevige pas de tour door de immense Dordtse sociale werkplaats Drechtwerk. In hal nummer twee zijn de oude frames robijnrood gemaakt, zitten er nieuwe wielen onder, een leren zadel erop en aan een glimmend stuur prijken kurken handvatten.

Groot Wassink en zijn zakenpartner Tiemen ter Hoeven (31) wilden met Roetz Bikes een zo duurzaam mogelijke fiets maken. Fietsen is ‘groen’, maar de fiets zelf kan veel duurzamer geproduceerd worden, vinden ze. Bij gemeentes kopen ze voor schrootprijs oude, wegge-knipte fietsen op, selecteren daaruit de A-merken en maken er met behulp van medewerkers van de werkplaats nieuwe stadsfietsen van. Hun fiets is genomineerd voor de Fiets Innovatie Award die morgen wordt uitgereikt tijdens de fietsvakbeurs in de RAI.

Zoals deze twee zijn er de afgelopen paar jaar meer jonge ondernemers opgestaan die nieuwe fietsen maken. Opvallend is dat het design van de fiets nu minstens zo belangrijk is. Waar je op fietst, zegt iets over wie je bent.

Die innovatiedrang is niet van alle tijden. En eigenlijk is ‘onze’ degelijke stadsfiets helemaal niet Nederlands maar Brits. Dat zegt hoogleraar design Timo de Rijk. „Onze fiets stamt af van de safety bike die rond 1880 in Groot-Brittannië gemaakt werd.” Aan het ontwerp deden we niet veel. „Hij kreeg misschien een zwart lakje, maar dat was het wel.” De lange fietshistorie leek innovatie alleen maar tegen te werken. Pas toen producenten de hete adem van buitenlandse fietsenmakers gingen voelen, met name dankzij de introductie van de mountainbike in de jaren negentig, veranderde de fiets.

In de grote stad, waar vrijwel alle jonge fietsontwerpers zelf wonen, en in buitenlandse steden verandert het uiterlijk van de fiets. Stoere fietsen met brede banden en stevige voorrekken staan naast dunne exemplaren, geïnspireerd op de uitgeklede racefietsen (fixies) van fietskoeriers. „De gevestigde orde heeft steken laten vallen”, vertelt Taco Carlier (34), mede-eigenaar van Vanmoof-fietsen.

Dat is verklaarbaar, omdat de grote merken zich op de grootste gemene deler richten. Voor nichefietsen is geen ruimte. Maar die ‘niche’ blijkt een aardige markt. Taco Carlier en zijn broer Ties (33) wisten in nog geen drie jaar tijd uit te groeien tot een bureau van zo’n zestien man. Hun fiets, die al verschillende designprijzen won, gaat de hele wereld over. „We verkochten eerder fietsen in Japan dan in Limburg.”

In Nederland houden we van fietsen – er zijn meer fietsen (18 miljoen) dan inwoners (16,6 miljoen) en daar leggen we jaarlijks 1,9 miljard kilometer op af – maar sinds een paar jaar neemt ook de belangstelling in het buitenland toe. Wereldwijd verbeteren wereldsteden als New York, Parijs, Peking en Londen hun fietsinfrastructuur. Fietsen is milieuvriendelijk en een mogelijke oplossing voor dichtslibbende stadscentra. „Ook voor onze fietsexpositie krijgen we veel verzoeken”, vertelt Leonne Cuppen, mede-eigenaar van designwinkel Yksi en curator van de reizende tentoonstelling Dutch Bike. „Hij stond al in Bratislava, Moskou, Tallinn, Brussel. In Milaan gaan we een workshop geven en in april is ie in Riga, Praag, Warschau en München. Nederland leert de wereld hoe het moet.”