Mars in Tunesië voor vrijheid van expressie

In Tunesië groeit bezorgdheid over de invloed van de ultraconservatieven. Oppositiepartijen zeggen dat de vrijheid van meningsuiting in gevaar is. Ze protesteren tegen de onverschilligheid van de regering.

Vandaag wordt in Tunis een „mars voor de verdediging van de vrijheden” gehouden om te protesteren tegen „extremistisch-fundamentalistische” uitspraken en incidenten en „de passiviteit van de autoriteiten” ten opzichte daarvan. Zes linkse oppositiepartijen in het land hebben tot het protest opgeroepen.

Van de Arabische landen waar de oude, autoritaire leider van de macht is verdreven, is Tunesië er nog het best aan toe. Er is geen leger dat probeert greep te houden op de politiek, zoals in Egypte het geval is. En evenmin zijn er ongezeglijke milities die weigeren hun wapens in te leveren, zoals in Libië.

Maar te midden van aanhoudende fysieke en verbale agressie van salafisten, ultraconservatieve moslims, tegen onder anderen journalisten, docenten en kunstenaars groeit in Tunesië de bezorgdheid dat de net verworven vrijheid van meningsuiting op het spel staat.

Die bezorgdheid wordt gevoed door het feit dat de fundamentalistische Ennahda-partij, de partij die vorig jaar oktober met overmacht de parlementsverkiezingen won en nu leiding geeft aan de coalitieregering , weinig neiging toont om de kleine salafistische minderheid een halt toe te roepen.

Veruit de meest geruchtmakende zaak is de kwestie van Nessma-TV, de televisiezender die afgelopen oktober, vlak voor de parlementsverkiezingen, Persepolis uitzond, de animatieverfilming van Marjane Satrapi’s beeldverhaal over haar jeugd voor, tijdens en na de islamitische revolutie in Iran. Duizenden mensen gingen na het uitgaan van de moskee de straat op om te protesteren tegen uitzending van de film, waarin een klein meisje praat met God. De islam verbiedt het afbeelden van God. Een deel van de betogers probeerde de woning van de directeur van de zender, Nébil Karoui, in brand te steken, met zijn gezin erin.

Nu staan niet de daders van toen, maar directeur Karoui en zijn zender terecht na klachten van vijfhonderd advocaten plus een ‘spontane’ collectieve klacht van 160.000 burgers wegens „schending van heilige waarden” en „verstoring van de openbare orde”. De afgelopen week zou de uitspraak zijn, maar die is tot half april uitgesteld.

Rafik al-Ghak, een van de protesterende advocaten, zei tegen Tunisialive.net dat zijn groep absoluut geen beperkingen probeert op te leggen aan de vrijheid van meningsuiting in zijn land. Maar hij haalde deze bezwering meteen onderuit: „Ik ben een voorstander van vrije, verantwoordelijke en patriottische media die tweemaal nadenken over de consequenties voor ze zo’n controversiële film uitzenden in zo’n kritieke periode”.

Zeineb Farhat van de muziek, dans en theatergroep El Teatro zei vorige maand tegen Tunisialive.net een ongekende vorm van censuur te zien naderen. Hij doelde op sociale censuur, opgelegd door de burgers onder verwijzing naar een morele orde.

Een andere aanwijzing daarvoor was de scherpe kritiek op de makers van de film Hekayat Tounissia, waarin spelers alcohol drinken en buitenechtelijke seksuele relaties hebben: „Waarheen voeren jullie ons; jullie brengen onze jeugd van zijn pad af.”

In een vraaggesprek met het Franse blad L’Express noemde Karoui deze week het proces tegen zijn zender „een schok”, vooral ook omdat de bioscoopvertoning van Persepolis door de staat was goedgekeurd en met geld van het ministerie van Vrouwenzaken een versie in Tunesisch dialect was gemaakt. En niemand van Ennahda had hem gebeld om hem te zeggen dat hij niets te vrezen had, zei hij.

Daarentegen zei premier Jebali van de Ennahda-partij tegen de nationale radio dat „de Tunesische media niet de werkelijke wil weerspiegelen van de burgers die in meerderheid voor Ennahda hebben gestemd”.