Mannen op de singlesmarkt: koning of kneus

Succesvolle vrouwen zoeken dito man. Dat brengt hoogopgeleide mannen in een luxepositie en scheidt hen van de losers, zegt Bram Buunk.

Jonge ongetrouwde vrouwen van onder de dertig hebben een groot probleem, vooral wanneer ze hoger opgeleid zijn. Ze blijken in vergelijking met hun mannelijke leeftijdsgenoten zwaar oververtegenwoordigd in de grote steden. Dat niet alleen. Vrouwen hebben in ras tempo de mannen qua opleidingsniveau ingehaald, terwijl vrouwen tegelijk het liefst een man willen die intellectueel gezien tenminste hun gelijke is. Het interessante is dat mannen er door de evolutie meer dan vrouwen op zijn geselecteerd om naar een hoge status te streven, maar nu op grote schaal dat streven lijken op te geven, gezien hun kennelijk afnemende ambitie met succes een studie af te ronden.

Hoe kan dat? Dat komt doordat de competitie om status tussen mannen veel sterker is dan tussen vrouwen. Een man die ziet dat hij het in het onderwijs matig doet, zal eerder dan een vrouw afhaken omdat hij zich realiseert dat hij langs die weg nooit een hoge status zal kunnen bereiken. De statushiërarchie is bij mannen wat men noemt ‘steiler’ dan bij vrouwen; de afstand tussen degenen die onder- en bovenaan staan is veel groter.

Vrouwen zijn gemiddeld beter in taal dan mannen, en minstens zo intelligent. Maar bij mannen is de spreiding veel groter dan bij vrouwen. Onder de Nobelprijswinnaars in de exacte vakken zijn de mannen in een overweldigende meerderheid, zo rond de 95 procent. Absolute genieën zijn vrijwel altijd mannen. Maar mannen zijn niet alleen vaker ‘winnaars’, ze zijn ook veel vaker verliezers. Veel mannen kunnen geen fatsoenlijke zin op papier krijgen. Van de kinderen met dyslexie is bijvoorbeeld zo’n 75 procent jongen. Autisten zijn voor 80 procent van het mannelijk geslacht. Daklozen zijn overwegend mannen. Het woord ‘loser’ gebruiken we niet voor niets vrijwel uitsluitend voor een man.

Dat betekent dat de man vandaag de dag met een hoge status in een geweldig luxe positie verkeert, wellicht meer dan ooit in de geschiedenis. Hij is relatief schaars en kan naar hartelust zijn wensen in relationeel en seksueel opzicht opleggen aan vrouwen. Want als ze de kans krijgen, hebben mannen en vrouwen verschillende wensen op het gebied van seks en relaties. Mannen hebben evolutionair gezien veel baat gehad bij ongebreidelde promiscuïteit, het hebben van meerdere partners, en het zich niet te snel binden. Vrouwen kunnen minder nakomelingen krijgen dan mannen, en moeten dat ook nog zo voor hun veertigste doen. Natuurlijk, we weten nu dat vrouwen net zo vaak vreemdgaan als mannen, en in hun vruchtbare fase voorkeur hebben voor echt mannelijke mannen met goede genetische eigenschappen. Maar toch willen vrouwen uiteindelijk een stabiele relatie met een man die ‘helemaal voor hen gaat’. In ons evolutionaire verleden was dat hard nodig, onder meer als bescherming tegen andere mannen en voor het verschaffen van voedsel. Vreemdgaan kan dan natuurlijk altijd nog.

Uit historisch en cross-cultureel onderzoek blijkt dan ook dat een mannentekort tot een totaal ander patroon leidt dan een vrouwentekort. Zo bleek uit een onderzoek van David Schmitt dat in landen met relatief veel ongehuwde vrouwen seksuele contacten zonder emotionele binding meer voorkomen en minder negatief worden gewaardeerd. Mannen kunnen vrouwen dan hun wil opleggen, en wensen van de kant van vrouwen negeren. Vrouwen hebben in zulke periodes door hun numeriek zwakke positie vaak het gevoel moeilijk de druk van mannen te kunnen weerstaan om niet-verplichtende seksuele relaties aan te knopen. Immers, door mannen voor vluchtige contacten af te wijzen, loop je de kans de prins op het witte paard mis te lopen.

Daarentegen willen mannen in periodes waarin er relatief veel ongetrouwde mannen zijn, juist niets liever dan zich binden en eeuwige trouw beloven, omdat vrouwen in de positie verkeren waarin ze eisen kunnen stellen. Mannen kruipen dan door het stof om een vrouw te veroveren.

Vrouwen hebben altijd wel een manier gevonden om hun voortplanting (als ze daarnaar streven) veilig te stellen. Wanneer ze geen man kunnen vinden die aan hun eisen voldoet, of een man vinden die onvoldoende middelen weet binnen te brengen of niet wil werken, zullen vrouwen vroeg of laat het heft in eigen handen nemen.

In veel landen in Afrika zie je dat vrouwen degenen zijn die de economie draaiende houden. Mannen hangen wat rond, of spelen spelletjes waarmee ze elkaar kunnen imponeren. In Amerikaanse getto’s zie je vaak dat vrouwen liever geen man in huis hebben, omdat hij meer kost dan dat hij opbrengt. Mogelijk gaan we in Nederland geleidelijk ook een soortgelijke kant op. Vrouwen kunnen steeds vaker zelf meer gaan werken en een partner proberen te vinden wiens taak voornamelijk gericht is op het produceren van goed nageslacht. Of een partner die noodgedwongen het leeuwendeel van de zorg voor de kinderen op zich neemt. Meer vrouwen zullen er, net als in Amerikaanse getto’s, vaker voor kiezen in hun eentje voor de kinderen te zorgen, zonder een man over de vloer die hun alleen maar geld kost. De statushiërarchie bij mannen zal dan nog steiler worden.

Bram Buunk (1947) is KNAW-hoogleraar evolutionaire sociale psychologie aan de Rijksuniversiteit van Groningen.