Kikkers met alarmkleuren

Dieren gaan het liefst op in hun omgeving. Daarom zijn de meeste uitgevoerd in een gedekte kleur. Logisch: de prooi wil niet opvallen voor de jager, en de jager niet voor zijn prooi. Maar er zijn ook dieren die haast pijn aan je ogen doen, zo felgekleurd zijn ze.

Met die opvallende kleuren willen ze waarschuwen, of lokken. Een felgele rups vertelt dat je beter uit zijn buurt kan blijven. En een paarse mannetjespauw wil indruk maken op de pauwenvrouwtjes.

Pijlgifkikkers zijn misschien wel de felst gekleurde dieren op aarde: sinaasappeloranje, neongeel, smurfenblauw – je ziet ze wel eens in de terrariumwinkel. Maar, vroeg de Nederlandse bioloog Martine Maan zich af, waarom verschillen ze zo in kleur? Voor het antwoord reisde ze naar een eilandengroepje voor de kust van Panama, in Midden-Amerika, waar deze kikkertjes leven .

Daar vond Martine uit dat verschillende kleuren ook grote verschillen in giftigheid betekenen. De kikkers worden giftig door gemene duizendpoten te eten en andere dieren waarvan de meeste dieren juist goed ziek worden. Indianen persen de kikkertjes daarom soms uit om het gif op pijlpunten te doen, waarmee ze apen verdoven – vandaar de naam. De kikkertjes laten dus eerlijk aan hun omgeving weten dat ze niet te vreten zijn.

Maan ontdekte verder dat vogels die kikkers op het menu hebben staan, het beste het verschil zien tussen al die kleuren. Krabben en slangen zien die verschillen niet zo duidelijk. voor vogels is de giftigste kikker ook de felst gekleurde!

De evolutie, de motor van de langzame verandering van dieren en planten, zorgt dus voor een schel waarschuwingsbord. En dat niet alleen: de evolutie schrijft die waarschuwing ook nog eens in een taal die wordt begrepen door het publiek waarvoor die alarmboodschap is bedoeld.

Menno Steketee