Jonge werknemers willen hun eigen pensioenfonds kunnen kiezen

Jonge werknemers willen keuzevrijheid als het om hun pensioen gaat. Nu hebben ze dit niet. Werknemers in loondienst sparen automatisch voor hun pensioen bij het pensioenfonds dat is verbonden aan hun werkgever. De verplichting om voor hun pensioen te sparen, begrijpen de meeste twintigers en dertigers wel. Maar de plicht voor pensioen te sparen bij het pensioenfonds van hun werkgever begrijpen ze niet.

Dat blijkt uit een enquête van het KRO/NCRV-televisieprogramma Debat op 2, dat vanavond wordt uitgezonden, onder 1.008 Nederlanders in loondienst, tussen de 21 en 40 jaar oud. Tweederde van de twintigers en dertigers in loondienst wil zijn eigen pensioenfonds kunnen kiezen. Een even grote groep vindt het raar dat je wel mag bepalen waar je je hypotheek en zorgverzekering afsluit maar niet waar je voor je pensioen spaart. Ze vinden het ouderwets dat al bepaald is bij welk pensioenfonds je pensioen opbouwt. Bijna de helft zou overwegen over te stappen naar een ander pensioenfonds.

Voor de verplichte pensioenafdracht is groot draagvlak. Slechts een op de vijf jonge werknemers vindt die plicht betuttelend. Ruim de helft vindt de spaarplicht goed.

Wel onderschatten jonge werknemers hoeveel ze afdragen aan hun pensioen. Bijna de helft van de ondervraagden denkt 5 tot 10 procent van zijn brutosalaris aan pensioenpremie te betalen. In werkelijkheid is dat 20 procent. Dat weet slechts 8 procent van de ondervraagden.