Italiaans huisvuil in Rotterdam

Nederland komt afval te kort en in het Italiaanse Napels ligt zes miljoen ton huisvuil te rotten. De oplossing: een Rotterdamse afvalcentrale verwerkt sinds deze week de Italiaanse vuilnis en maakt er energie van. „Napels wil er van af, wij hebben het nodig.”

Reclamefolders, plastic verpakkingen, etensresten. Tweeduizend ton aan grijze pulp werd maandag gelost in de Rotterdamse haven. Het heet dagelijks huisvuil, geïmporteerd uit de Italiaanse stad Napels. Hier wordt het verwerkt in de afvalcentrale AVR in Rozenburg.

Napels worstelt al jaren met haar afval. Stad en provincie slaagden er de afgelopen jaren niet eens meer in om het huisvuil op te halen. Bergen afval hoopten zich op tot in het centrum van Napels. Een combinatie van slecht en corrupt bestuur, infiltratie van de maffia en verkeerde investeringsbeslissingen hebben er toe geleid dat de stad nog altijd minder dan 20 procent van haar afval scheidt en dat er zes miljoen ton aan dubieus en deels giftig afval bovengronds ligt verpakt, in afwachting van definitieve verwerking.

De enige afvalverbrandingsinstallatie van de regio – die bij Acerra – functioneerde jarenlang slecht en verbrandde ook gevaarlijke stoffen die door het huisvuil waren gemengd. De renovatie van de installatie duurde zo lang dat de fabriek al was verouderd voordat de ovens werden aangestoken. En nog altijd werkt de verbrandingsinstallatie meer niet dan wel.

Teleurgestelde en wantrouwige burgers accepteren de vuilnisbelten naast hun deur niet meer. Op veel vuilnisstortplaatsen blijkt jarenlang huisafval met industrieafval te zijn gemengd en lekt giftig vuil naar het grondwater.

Sinds mei vorig jaar heeft de gemeente Napels een nieuwe burgemeester die de problemen structureel wil aanpakken. Luigi De Magistris moet ook wel, omdat de eurocommissaris voor Milieu Janez Potocnik Napels en Italië op de hielen zit en met miljoenenboetes dreigt, vanwege het jarenlang niet oplossen van de vuilnisnoodtoestand in de regio Campanië.

Om gemeente en omgeving wat lucht te geven heeft De Magistris in samenwerking met de minister van Milieu Corrado Clini een akkoord gesloten met de Nederlanders. Hij hoopt wekelijks vier- tot vijfduizend ton afval naar Rotterdam af te voeren. Napels betaalt daar bijna de helft voor dan wat de stad in eigen land zou moeten neertellen. Bovendien blijken de Nederlanders minder weigerachtig, terwijl veel Noord-Italiaanse regio’s het Napolitaanse vuil niet eens meer willen.

Nederlandse afvalcentrales staan juist te springen om buitenlands vuil. Omdat steeds meer Nederlanders afval zijn gaan scheiden, kampen de afvalovens met een overcapaciteit. Gezamenlijk kunnen de centrales zeven miljoen ton afval verwerken. Maar de jaarlijkse hoeveelheid afval in Nederland is ‘slechts’ zes miljoen ton.

Dus gaan afvalverwerkers op zoek in het buitenland. Marktleider Van Gansewinkel importeert al afval uit Engeland en Ierland. En sinds deze week dus ook uit Italië. „Een win- winsituatie”, vindt directeur Pim de Vries. „Napels wil er van af, wij hebben het nodig.” Want voor De Vries betekent huisvuil: energie. Neem de lading uit Italië. De komende weken zal er 25.000 ton afval worden verscheept. Na verwerking levert dat volgens De Vries genoeg energie op voor 17 miljoen douchebeurten. Die energie wordt verkocht aan bedrijven in het Botlek-gebied.

Ook de restwarmte, die vrijkomt bij afvalverbranding, gaat binnenkort geld opleveren. Vorige week werd het startsein gegeven voor de bouw van een 26 meter lange buis tussen Rozenburg en Rotterdam- Zuid. In 2013 is de aanleg klaar en de afvalcentrale aangesloten op het Rotterdamse stadsverwarmingnetwerk. Dan stroomt er gloeiend heet water door de buizen. Circa 50.000 huishoudens kunnen erdoor verwarmd worden. „Wij worden de kachel van Rotterdam”, zegt De Vries. Het voornemen past volgens de directeur bij de filosofie van Van Gansewinkel om duurzaam om te gaan met afval. „We zoeken naar nieuwe manieren om afval en een schoner milieu met elkaar te verbinden.”

Bendiks Jan Boersma, hoogleraar energietechniek aan de TU Delft, heeft vraagtekens bij de duurzame motieven van de afvalverwerker. „Het is gewoon een hele lucratieve business”, zegt hij. „Hoewel we in Nederland te veel afvalcentrales hebben, worden ze nog altijd bijgebouwd. Recent is er nog een nieuwe in Harlingen bijgekomen. Omdat het veel geld oplevert.”

Boersma is kritisch over het importeren van afval uit andere landen. De hoogleraar twijfelt aan de ‘kwaliteit’ van het vuil: hij is bang dat Italië oud afval, dat soms al jaren ligt opgeslagen op dumpplekken, naar Nederland stuurt. „Omdat het om zulke grote hoeveelheden gaat, is dat moeilijk te controleren.”

Ook vindt Boersma dat er „een verkeerde impuls” vanuit gaat. „We lossen hiermee een Italiaans probleem op. Het verbranden van afval is niet schoon. Er komt vuile lucht uit die pijp, dat weet iedereen. Die verontreiniging krijgen wij hier cadeau. En daar zit je in een dichtbevolkt land als Nederland niet op te wachten.

Volgens De Vries helpt zijn bedrijf het milieu wél een handje. „Als wij het niet verbranden, zou het afval in een dal bij Napels liggen te verrotten. Dan is het voor dat milieu nog beter om er bij ons energie van te maken.”

En de kwaliteit van het vuil? Ook daarover maakt de directeur zich geen zorgen. „We zien daar scherp op toe”, verzekert hij. „Italiaans afval is gewoon hetzelfde huisvuil dat ik dagelijks in de prullenbak gooi. Alleen zal er een pizzadoos meer in zitten.”