Ik ben als 'former Europe minister' Beëlzebub

Drie kandidaten streden de afgelopen weken om de positie van Commissaris voor de Mensenrechten van de Raad van Europa. Frans Timmermans was een van hen. „Mijn strategie is mislukt.”

Donderdag 19 januari

Voor het eerst het gevoel dat ik een kans maak om door de Parlementaire Assemblee verkozen te worden. Gisteren in Berlijn heeft de vicefractievoorzitter van de Duitse CDU alle redenen opgesomd waarom het goed is mij te steunen. Een doorbraak.

Dat moet ik even uitleggen. Toen de Nederlandse regering mij vroeg haar kandidaat te zijn, bleek al snel dat de positie in partijpolitiek vaarwater was getrokken. Toen ik medio december in Parijs Luca Volonte, de Italiaanse voorzitter van de christen-democraten (EVP) in de Raad van Europa sprak,vond hij mij misschien wel de beste kandidaat, maar de mensenrechtencommissaris mocht geen sociaal-democraat worden, deze post moest naar een christen-democraat.

Vanaf dat moment was mijn campagnestrategie duidelijk: de discussie over de post uit het partijpolitieke vaarwater trekken en christen-democraten ervan overtuigen op mij te stemmen. Op mijn rondgang langs een tiental Europese landen kreeg ik echter steeds dezelfde reactie uit EVP-hoek: „Prima kandidaat, maar er zijn partijbelangen”. Bewonderenswaardig, die partijdiscipline over de grenzen heen. Tot gisteren.

Het tweede goede bericht kwam vanochtend uit Rome. Oud-minister Franco Frattini had vernomen dat de EVP geen van de drie kandidaten zou omarmen en de leden vrij zou laten bij de stemming. Krijg ik een goed humeur van. En het is hier nog stralend weer ook. Bovendien logeer ik vandaag bij ambassadeur Henk Soeters in Lissabon, al 25 jaar een goede vriend en mijn eerste baas bij Buitenlandse Zaken. ‘Jefe’, zoals ik hem noem, heeft ervoor gezorgd dat ik alle Portugese parlementariërs uit de Assemblee spreek. Bij hem thuis, dat komt de Portugezen beter uit. Prima gesprekken, al hoor ik hier ook weer de standaard EVP-reactie. Straks gaan Jefe en ik nog even een hapje eten om de hoek, morgen moeten wij vroeg op, hij naar Nederland, ik naar Polen.

Vrijdag

Was vanochtend twee uur voor de vlucht al op het vliegveld. Gaf mij de kans nog mensen te bellen. Hans van Baalen gaf mij die tip. Ik bel zoveel mogelijk mensen die ik niet persoonlijk kan ontmoeten om hun steun te vragen. Alleen blijkt dat met parlementsleden niet altijd makkelijk. De lijst met nummers van de Raad van Europa is niet bepaald foutloos. Leuk als je denkt een Griekse collega te bellen, maar terecht komt bij een slager wiens Engels nog net iets slechter is dan mijn niet-bestaande Grieks.

In Warschau stonden Marcel Kurpershoek en Hans Schütte van de ambassade mij op te wachten. Op weg naar het Poolse parlement (Sejm) kreeg ik een paar boterhammen aangereikt. Dit soort kleine, zeer welkome attenties maken het voortdurend reizen aangenaam. Het gesprek in de Sejm verliep heel erg goed. Hier zeggen de EVP-leden onomwonden steun toe. Verder vraagt de vertegenwoordiger van het ultralibertaire Palikot of ik de homo-emancipatie niet wil vergeten. Als ik vertel dat homorechten topprioriteit zijn, fronst de piepjonge, ultraconservatieve collega diep en vraagt hij of de mensenrechtencommissaris er niet beter voor kan zorgen dat in alle openbare gebouwen kruisbeelden mogen hangen. Deze stem gaat niet naar mij. Op weg naar het vliegveld zijn we nog een bord soep gaan eten bij Marcel.

Terwijl ik dit schrijf, zit ik al ruim een uur te wachten in het toestel dat ons naar Schiphol brengt. Het sneeuwt hard, er zijn eindeloze vertragingen. Vanavond kom ik niet meer thuis, de laatste trein naar Heerlen is vertrokken als we landen.

Zaterdag

Een vroege trein uit Leiden, geluk bij het overstappen en ik was nog net op tijd voor Max’ voetbalwedstrijd. 5-2 winst voor de mannen van Bekkerveld F5. Enige dag thuis in drie weken en dan nog mailen en bellen dat het een lust is. Sta inmiddels zwaar rood op de gezinskredietbank.

Zondag

Meteen na de zwemles van de kinderen om half elf de auto in naar Straatsburg. Ongeveer 3,5 uur vanuit Heerlen, lekker rustig op de weg, heerlijk naar Die Schöpfung geluisterd en maar twee keer gebeld.

Eerste afspraak was met de vertegenwoordiger van de Russische delegatie. Lid van de Federatieraad en oud-generaal van politie. Over mijn prioriteiten, mijn kritiek op Rusland, die hij tot in detail kende, maar ook over de winter in Moskou en over zijn kleindochter. Ambassadeur Ellen Berends was erbij en is ook oud-Moskouganger, dus Russisch was de voertaal. Hierna mensen gesproken die in het secretariaat werken, om te horen wat zij hebben opgevangen.

’s Avonds een afspraak met de Oekraïense delegatie, op verzoek van hun ambassadeur die mij welgezind is. Tot slot zit ik nu in mijn hotelkamer te luisteren naar de vijfde van Sjostakovitsj. Heb goede moed voor morgen, de zwaarste dag. We hebben een kans en dat is meer dan ik lang heb gedacht. Dus nu de blik op oneindig en gewoon in een vernietigende eindspurt als eerste over de meet.

Maandag

Vier hoorzittingen met politieke groepen en tien gesprekken met verschillende delegaties. In de Assemblee hebben de christen-democraten, de socialisten, de communisten en ‘rechts’ eigen groepen. Zij ontvangen alle drie de kandidaten. Doordat ik lang in de Assemblee zat, kent iedereen mij als sociaal-democraat en is het logisch dat de andere twee zich als ‘rechts’ profileren, hoewel zelf niet actief in een partij. Zij proberen door de EVP geadopteerd te worden, want als deze grootste groep unaniem voor je kiest, heb je bijna gewonnen. In de loop van de dag wordt duidelijk dat de Belg bij de presentaties wat achterblijft. Dat is niet gunstig voor mij, want ik kan alleen winnen als ik de rechtse stem weet te verdelen en deels naar mij toe kan halen. De ontvangst in de groepen is prima en zakelijk, met goede vragen.

Al kan EVP-voorzitter Volonte zijn gevoelens niet verbergen. Tijdens mijn hoorzitting zit hij naast mij, maar met zijn rug naar mij toe, uitdrukkelijk iets anders te doen. Hij laat het naambordje van de Letse concurrent Muiznieks voor mij staan. Totdat CDA’er Pieter Omtzigt uit de zaal komt om het weg te halen. Verder is de EVP even zakelijk en inhoudelijk als de andere groepen. Bij ‘rechts’ krijg ik vooral vragen van rabiate Tories. En niet over de Raad van Europa, maar over de EU. Want ik ben als former Europe minister natuurlijk Beëlzebub in persoon. Na het laatste gesprek ben ik positief gestemd. Geen uitglijers, geen onmogelijke vragen.

En toen kwam het sms’je van Pieter Omtzigt. Volonte heeft samen met de Duitsers en Balten een ‘aanbeveling’ ten gunste van Muiznieks doorgedrukt. De moed zakte mij in de schoenen. Mijn strategie was mislukt en daarmee waren mijn kansen verkeken. CDA’er René van der Linden, die zich voor mij het vuur uit de sloffen heeft gelopen, vond mij veel te somber. „Het kan nog”, was zijn inschatting. Omdat de leden allemaal in eigen politieke kring gingen dineren, ben ik teruggelopen naar het hotel. Onderweg heb ik Irene gebeld en haar gezegd dat ik mijzelf geen kans meer toedichtte. Daarna even een hapje eten in de stad.

Halverwege de maaltijd zet de ober een glas cognac voor mij neer. Ik kijk hem verbaasd aan. Hij wijst naar de andere kant van de zaal. Nils Muiznieks zit daar ook alleen aan een tafeltje en zwaait. Ik zwaai terug en breng hem ook een glas cognac. Hij heeft een grijns van oor tot oor. Ik schud hem de hand, zeg: „You should go into politics. Very well done!” Wij kennen elkaar al meer dan vijftien jaar. Toen ik voor Max van der Stoel in Letland werkte, was Nils partijloos minister voor Integratie, net uit de VS teruggekeerd, als zoon van Letse vluchtelingen. Een goed winnaar zijn is net zo moeilijk als een goed verliezer zijn. Hij doet dat knap.

Dinsdag

Zo’n dag waar je de zenuwen van krijgt. Je kunt niet veel meer doen, want er moet worden gestemd. Ik blijf in de buurt om handjes te schudden, mensen op te roepen te gaan stemmen. Maar het meeste loopwerk wordt gedaan door de Nederlandse parlementariërs die op twee na als een waar campagneteam tekeergaan, ongeacht de partij waartoe zij behoren. Mooi, hoor. Ik houd de glimlach op mijn gezicht en mijn bovenlip stijf. Iets na zessen komt de uitslag. Nils heeft precies genoeg stemmen om in één ronde verkozen te worden. Als de Belg of ik het iets beter hadden gedaan – 1 stem was genoeg – was er een tweede ronde gekomen, met nieuwe kansen, want er zijn weer andere mensen op woensdag en zo’n eerste ronde heeft ook effect op het stemgedrag. De eerste sprint met een banddikte verloren en geen kans op een tweede. Na afloop een warm en emotioneel diner met alle Nederlanders bij Ellen Berends thuis. Man, wat ben ik dankbaar en vereerd door alle steun de laatste twee maanden.

Woensdag 25 januari

Rit terug naar Heerlen. Telefoon roodgloeiend, maar voel er niets voor een post mortem met een hele reeks journalisten te doen. Het dagboek biedt, denk ik, een aardig overzicht.