Hóe ik leef, dat telt, niet hoe lang nog

In de rubriek ‘Het laatste woord’ praten mensen over hun laatste levensfase.

Daaronder staat wekelijks een necrologie van een niet per se bekende persoon.

„Drie weken in september 2010 hebben het leven van mijn man en mij volledig op z’n kop gezet. Ik werd zo ziek dat iedereen dacht: dat was Dien, het is voorbij. In die weken heb ik opgeschreven hoe ik mijn uitvaart voor me zie, het pakje naar de stomerij laten brengen dat ik na mijn overlijden wil dragen, testament herzien, financiële zaken geregeld, alles.

„Een paar maanden dacht ik: over een week kan het afgelopen zijn. Het perspectief van een week werd twee weken. Ik kreeg chemokuren: 144 pillen per week, eenmaal in de drie weken aan het infuus, eenmaal in de negen weken een scan. Ik kreeg last van bijwerkingen, waardoor de dosering tot de helft is teruggebracht.

„In het afgelopen jaar ben ik eraan gewend geraakt dat ik leef van scan naar scan, met een horizon van negen weken. De kanker heeft zich intussen gestabiliseerd. De uitslag van de volgende scan krijg ik 14 februari. Soms denk ik nu voorzichtig dat ik nog wel twee keer negen weken haal. Maar eigenlijk wil ik zo niet denken. Ik weet dat ik sowieso nog maar kort te leven heb. Ik ben op een punt gekomen dat ik zeg: hóe ik leef, dat telt, niet hoelang ik nog leef.

„Na de vorige uitslag heb ik tegen mijn man gezegd: we gaan nog een verre reis maken. De afgelopen veertig jaar hebben we om het jaar een maandlang ergens in de wereld rondgereisd. Dat is voorbij, dachten we, maar nu hebben we toch nog een reis geboekt, naar Cuba.

„Eind vorig jaar heb ik een bijzondere ontdekking gedaan: voor het eerst in mijn leven voelde ik dat ik zelf gelukkig werd toen ik anderen gelukkig had gemaakt. Het klinkt misschien raar als ik dat zo zeg, maar voor mij betekent dit heel veel.

„In de week voor Kerst heb ik iets gedaan dat voelt als een keerpunt in mijn leven. We hadden een Kerst-drive bij onze bridgeclub. Vooraf had ik de voorzitter gebeld en gezegd: mag ik aan het einde van de avond twee minuten spreektijd? Ik heb toen een zelfgeschreven gedicht voorgedragen, waarin ik iedereen heb bedankt voor de steun die ik in het afgelopen jaar heb gekregen. Veel mensen kwamen mij daarna bedanken en omhelzen. Mijn beste vriendin zei na afloop: bij diverse mensen liepen de tranen over hun wangen.

„Wie mij goed kent en weet hoe mijn leven is gelopen, begrijpt dat dit voor mij een heel bijzondere ervaring is geweest. Ik ben van nature namelijk heel vrolijk en open, maar tegelijk ben ik nogal kort van stof wanneer het om emotionele dingen gaat. Dan ben ik het zakelijke type: kort uitleggen wat er aan de hand is, en hup: over tot de orde van de dag.

„Die houding heb ik van huis uit meegekregen. Ik ben geboren in de hongerwinter, januari 1945. Ik was nog geen drie weken oud toen mijn vader aan een longontsteking overleed. Mijn moeder bleef achter met zeven kinderen tussen de veertien en nul jaar oud en twee gulden in haar portemonnee. Ze nam twee knechten in huis om de schoenmakerij van vader draaiend te houden. Ons leven bestond uit werken, werken en werken. Op m’n twintigste ben ik getrouwd, veel te jong, met een man die vreselijk voor me was. Na vijf jaar ben ik van hem gescheiden.

„Met mijn huidige man ben ik inmiddels al veertig jaar gelukkig. Al die jaren ben ik hard blijven werken. Ik heb bedrijven helpen oprichten, miljoenencontracten afgesloten. Werkweken van vijftig, zestig uur heb ik gedraaid – ik ging maar door.

„In 2007 ben ik met pensioen gegaan, in 2010 werd ik ziek. Toen ik zakelijk alles had geregeld, heb ik de ziekte buiten mezelf geplaatst, als een motor die niet meer te repareren valt. Ik wilde gewoon Diny blijven en niet als zieke Diny behandeld worden. Negatieve zaken heb ik direct buitengesloten.

„Tegelijk gaan natuurlijk de vragen door je hoofd spoken als je beseft dat er geen toekomst meer voor je is. Heb ik wel iets van mijn leven gemaakt? Ja zeker, zakelijk heb ik het heel goed gedaan. Maar heeft ’t me gelukkig gemaakt? Nee, het heeft me blij gemaakt, trots dat ik iets heb kunnen bereiken, ondanks de moeilijke start die mijn leven heeft gekend. Maar gelukkig?

„Eigenlijk ervaar ik een gevoel dat ik gelukkig ben pas sinds een paar maanden. De omslag kwam na die avond bij de bridgeclub. Die ervaring heeft mij de ogen geopend voor een heel andere kant van mezelf. Toen heb ik voor het eerst écht gevoeld dat het mij gelukkig maakt wanneer ik iets voor anderen kan betekenen: door te luisteren naar hun verhalen en te vertellen hoe ik in mijn leven met tegenslagen ben omgegaan. Door mijn levenservaring kan ik reageren met een combinatie van zowel inleving en begrip als relativering en humor. Soms stuur ik iemand een persoonlijk gedicht na zo’n gesprek, waaruit dan weer een heel mooi vervolggesprek kan voortkomen. Dat is wat mij op dit moment gelukkig maakt. Contacten als deze geven zin aan mijn leven in deze laatste fase.”

Tekst & foto’s Gijsbert van Es

Reacties: laatstewoord@nrc.nl.Twitter: #hetlaatstewoord