Het Toonderjaar

Op 2 mei zal het een eeuw geleden zijn dat Marten Toonder werd geboren, en daarom is 2012 uitgeroepen tot het Toonderjaar. Wie is de onvergankelijke held in zijn oeuvre, Heer Bommel of Tom Poes? Ik heb vier deeltjes Avonturen van Tom Poes, maar in de praktijk van Bommels avontuurlijke leven was hij niet veel meer dan de belichaming van het kritische gezond verstand en soms redder uit de nood waarin Bommel zichzelf in zijn romantische roekeloosheid gebracht had. ‘Tom Poes, verzin een list.’ Dat gebeurde en Bommel was weer eens gered. Was hij niet in een riskante onderneming verwikkeld, dan woonde hij op Slot Bommelstein waar hij verzorgd werd door de trouwe bediende Joost.

Om op mijn manier het Toonderjaar te vieren vertel ik hier in het kort uit mijn hoofd een van de mooiste avonturen. Bommel maakt een ontspannend wandelingetje door het Donkere Bomen Bos als er plotseling een geweldig draakachtig wezen op zijn pad springt. Dat is Zwelg de Zwelbast, lid van de beruchte roversfamilie. Eigenlijk wil hij Bommel uitschudden, maar ze raken in gesprek en dan blijkt dat ze beiden een grondige afkeer hebben van het stoofjesvolk. Ze sluiten vriendschap. Bommel laat zich betrekken in een overval op een schaap. Dat is de kruidenier Grootgrut.

Maar de politie onder commando van commissaris Bulle Bas komt erachter en Bommel wordt gearresteerd. De commissaris begrijpt wel dat Bommel niet de hoofdschuldige is en doet hem een voorstel. Hij zal als lokvogel dienen. Zo gezegd zo gedaan. Zwelg loopt in de val en wordt gearresteerd. Maar wat moet je met een draak in een cel? Dan daagt er een oplossing. De zakenlieden Bul Super en Hiep Hieper hebben een circus opgericht en ze willen graag een echte draak in de piste. Zo wordt Zwelg circusartiest.

Maar deze draken hebben een eigenaardige eigenschap. Als ze boos zijn of op roof zwellen ze op tot gigantische afmetingen, maar zijn ze somber of bedroefd dan krimpen ze tot rimpelige wezens van kabouterformaat. Zwelg verschijnt in de piste maar weet zich door Bommel verraden en blijft een lullig klein draakje, ondanks de zweepslagen en beledigingen van Hiep Hieper. Intussen zit op Bommelstein Heer Bommel, verscheurd door wroeging. Het wordt hem te machtig. Boven de open haard aan de schoorsteen hangt een musket. Hij rukt het wapen van de muur, rent naar het circus, dringt zich naar de piste en roept: Zwelg, hier ben ik!

De Zwelbast herkent hem, verstijft een ogenblik van ontroering. Dan roept hij: „Makker! Je hebt me niet in de steek gelaten!” Hij groeit tot maximale proporties, blaast de hele circustent de lucht in en dan rent hij samen met Heer Bommel de vrijheid tegemoet.

Terug in het Donkere Bomen Bos bespreken ze de gebeurtenissen. Zwelg doet Bommel het voorstel, een roversbende op te richten. Nee, dat gaat niet, zegt Bommel. „Ik ben een heer.” Wat is dat, een heer? vraagt Zwelg. Een heer, zegt Bommel, hoort niet tot het Stoofjesvolk maar is ook geen rover. Iets ertussenin. Als vrienden nemen ze afscheid.

Mooi verhaal? Ik hoop dat ik het goed heb naverteld. De Avonturen van Bommel en Poes heb ik jarenlang in de NRC gevolgd. Altijd goed, vernuftig en op een of andere manier van een herkenbare actualiteit. Dit roversverhaal is het meest dramatische. En voor de rest – ook niet gering – hebben we veel woorden en uitdrukkingen aan Toonder te danken. Als je begrijpt wat ik bedoel, minkukel. Intussen is er een Toonderwetenschap gegroeid, zullen er wel Toondergezelschappen zijn en hebben we nu dit Toonderjaar. Zo gaat het. Alles wordt herdacht. Ik zou wel willen weten wat Bommel en Poes ervan gezegd zouden hebben. Heer Bommel en de Herdenkers. Parbleu!

Een talent als dat van Toonder hebben we op het ogenblik niet in het Nederlandse taalgebied, terwijl er meer dan ooit behoefte aan is. Heer Bommel in nood door vijfduizend vrienden op Hyves, in de war met een iPad, verstrengeld in verkeerd begrepen digitale technieken, op Bommelstein huisvesting verlenend aan Occupyers, een politieke partij oprichtend, door voetbalsupporters bijna in elkaar geslagen, getroffen door de Kredietcrisis, ik noem maar wat. En dan altijd weer Tom Poes om hulp twitterend, niet vergeefs. Toonder had er raad mee geweten en al doende een paar toepasselijke woorden verzonnen. ‘Door gevaarlijke gekken omringd,’ heeft W.F.Hermans lang geleden geschreven. Een betere diagnose van deze tijd ken ik niet. Toonder had ze namen kunnen geven, intriges kunnen verzinnen aan het slot waarvan Heer Bommel met de onmisbare hulp van Tom Poes redding had kunnen brengen. Nederland schreeuwt om zo’n keurige, romantische, onbezonnen beer en een verstandige poes, maar we hebben geen Toonder.