Hein Otterspeer: mystery guest in Calgary

Een nieuwe lichting sprinters debuteert voor Nederland op de WK sprint in Calgary. Hein Otterspeer is voor niets en niemand bang, vertelt hij in de Olympic Oval.

Natuurlijk, hij rijdt dit weekend een WK in Calgary. En hij loot vandaag of morgen tegen Shani Davis of Lee Kyou-Hyuk. Maar hij zal zich niet gek laten maken. „Ik kan deze wedstrijd benaderen als de Utrecht City Bokaal.”

Laten we het niet groter maken dan het is, wil debutant Hein Otterspeer (23) uit Ouderkerk aan den IJssel maar zeggen, aan de vooravond van het belangrijkste toernooi uit zijn carrière. „Ik was meer gespannen voor de NK sprint. Toen stond de teller nog op nul. Nu rijd ik deze WK. Laat maar komen.”

Vorige week, in Salt Lake City, verraste Otterspeer tijdens de wereldbekerwedstrijden door in de B-groep zo hard te rijden, dat hij in de A-groep het podium zou hebben gehaald. Zijn roem snelt hem sindsdien vooruit. Zelfs de Canadese wereldrecordhouder op de 500 meter, Jeremy Wotherspoon, noemde Otterspeer afgelopen week al in zijn rijtje kanshebbers voor het podium, als een „mystery guest” op het sprintfeest op de Olympic Oval. „Laat mij dat maar zijn”, zegt Otterspeer met een goedkeurende glimlach. „Ik ben in de vorm van mijn leven. Als de stukjes in elkaar vallen kunnen er hele mooie dingen gebeuren.”

Otterspeer, met zijn 1,93 meter even lang als Wotherspoon en zijn coach, Gerard van Velde, is de voorman van een nieuwe lichting jonge Nederlandse sprinters die actief ijvert voor een generatiewisseling. Na het officiële vaarwel van oudgedienden als Van Velde, Erben Wennemars, Jan Bos en Beorn Nijenhuis bleken dit seizoen Mark Tuitert en Simon Kuipers niet goed genoeg om Nederland te vertegenwoordigen.

Met de debutanten Otterspeer, Sjoerd de Vries en Pim Schipper ziet de Nederlandse mannenploeg er heel anders uit. Alleen de 30-jarige schaatsveteraan Stefan Groothuis heeft ervaring op dit niveau. Maar net als hij Lee Kyou-Hyuk niet groter wil maken dan hij is, geeft Otterspeer Groothuis geen speciale behandeling. „Op het ijs is hij voor mij een nummer dat ik voorbij moet.”

Dat lukte Otterspeer dit seizoen al eens bijna, tijdens de NK sprint in Thialf, eind december. Na drie afstanden ging hij zo riant aan kop dat hij er zelf van schrok. Maar Groothuis, met al zijn ervaring, wist zijn jonge aanvaller te overbluffen wanneer de prijzen werden verdeeld.

Otterspeer kreeg een enorme optater toen hij zijn laatste afstand verprutste. „Het blijft ontzettend zonde. Die eerste Nederlandse titel lag zo dichtbij. Maar vlak voor die laatste 1.000 meter dacht ik: dit is de rit der ritten. Daarvoor ben ik gestraft. Maar ik heb er wel weer van geleerd. Het overkomt me geen tweede keer.”

APPM-coach Van Velde fronst de wenkbrauwen. „Dat kun je nooit zeggen, maar dat is zijn jeugdigheid. Ik kan hem nu wel vertellen dat het niet de laatste keer zal zijn. Vier perfecte afstanden rij je niet snel. Maar gelukkig heeft iedereen dat. Daarom is een WK sprint zo leuk.”

Van Velde speelt een belangrijke rol in de verjonging van de Nederlandse sprinttop. De olympisch kampioen (1.000 meter) van Salt Lake City (2002) maakte van het bescheiden APPM een serieuze concurrent van het sprintersbolwerk Control van kopman Stefan Groothuis en coach Jac Orie. Enkele jaren geleden leek dat nog ondenkbaar. Alle APPM-rijders floreren, getuige hun overvloedige aanwezigheid in Calgary: reserve Michel Mulder en de debutanten Otterspeer en De Vries, die vier jaar ploeterde bij Control voordat hij bij Van Velde terechtkwam.

Volgens Otterspeer is het succes vooral te danken aan zijn „wereldcoach”, die kiest voor een eigen aanpak. Van Velde, nog altijd topfit, schaatst tijdens trainingen steevast achter zijn rijders aan. Otterspeer: „Gerard is mijn eerste coach die niet langs de baan staat. Hij ziet meteen wanneer je ergens snelheid verliest. Hij voelt hoe wij schaatsen. Bij elke oefening op het ijs rekent hij meteen af. Dat is onze kracht.”

Van Velde geeft ook een signaal af. „Niemand staat boven de ander. We gaan door het vuur voor elkaar. De ploeg voelt als een warm nest.”