Geven de financiële markten de strijd op?

Ook een beetje moe van de eurocrisis? Ga zo door. Want vermoeidheid zou wel eens kunnen gaan bijdragen aan een oplossing.

Dat de omstanders de eurocrisis zat zijn, is voorstelbaar. Sinds de Grieken, nu al meer dan twee jaar geleden, de rest van Europa verbijsterden met hun veel groter dan gedachte budgettekort ettert de crisis maar door. Bestuurders en politici dwalen al die tijd door de matrix van nationale en politieke meningsverschillen, die de zaken erger hebben gemaakt dan ze hadden kunnen zijn.

Maar er is nog een derde, en uiterst belangrijke factor: de banken, beleggers en speculanten – in wisselende hoedanigheden. Kunnen zij ook moe worden van de crisis? Je zou denken van niet. Zolang er winst valt te boeken, blijft de prikkel om mee te doen intact, onder het motto ‘als het maar beweegt’.

Maar zo eenvoudig ligt het niet. Een positie innemen die profiteert van onheil kost ook geld, zolang dat onheil zich niet daadwerkelijk voordoet. Financiële derivaten, zoals opties, termijncontracten, credit default swaps of anderszins, zijn duur en ze lopen op een keer af. Short gaan kost je rente. Stel dat je die Italiaanse obligatie hebt gekocht toen de effectieve rente gestegen was naar 7 procent, en die is nu 6, dan lijdt je verlies.

Hoe langer de markten zich schrap zetten, hoe meer geld ze kwijt zijn. En de klanten beginnen geïrriteerd te bellen. Waar blijft die crisis van je nou? Had je in de tussentijd niet iets anders kunnen doen en lijd je dus nu, zelfs als er geen direct verlies is, toch een opportunity loss?

De liefde bracht de auteur ooit op het pad van de bokssport en de bijbehorende legendes. Eén daarvan is overbekend. Mohammed Ali won in 1974 zijn fameuze gevecht om de wereldtitel in Zaïre (de Rumble in the Jungle) door zijn veel sterkere tegenstander George Foreman ronden lang op hem te laten inbeuken, totdat die al zijn krachten had verspeeld. Met een beetje fantasie doen de Europese leiders onbedoeld hetzelfde.

Speculeren op iets wat uitblijft: het doet denken aan een onderzoek dat de Leuvense econoom Paul de Grauwe samen met zijn collega Yuemei Ji anderhalve week geleden publiceerde: Mispricing of sovereign risk and multiple equilibria in the eurozone. Kort gezegd komt dat er op neer dat de financiële markten vóór de kredietcrisis de risico’s van de verschillende eurolanden verkeerd beprijsden. De rentevoeten van alle eurolanden lagen erg dicht bij elkaar, zodat het leek alsof er geen verschillen waren.

Die waren er wel degelijk, weten we nu. Maar sinds de eurocrisis maken de markten dezelfde fout. Ze overdreven nu de verschillen juist, waardoor de rentevoeten soms veel verder uit elkaar liggen dan verdedigbaar is. Onschuldig is dat niet, want door een land een overdreven hoge rente te geven, veroorzaken de markten het failliet dat zij zeggen te vrezen.

Misschien is het tijdelijk, maar ook die beweging lijkt nu op haar retour. De laatste weken lijkt de distinctie tussen de eurolanden een nieuwe fase in te gaan. De rentes voor Italië, Spanje en Ierland dalen – die van het laatste land zelfs spectaculair. Geven de markten het op? Nog niet. Portugal wordt nu richting een Grieks scenario geduwd. Maar Portugal is geen Italië, waarvan de val de eurozone in de afgrond zou storten.

In de achtste ronde fluisterde een murw gebeukte Ali in het oor van Foreman, die hem net een enorme dreun had verkocht: „Heb je niet meer in huis, George?” Ja, dacht de laatste. Dit is alles wat ik heb. En hij wist dat hij verloren had.

Maarten Schinkel