Fusion bouwen

In woningblok De Oriënt voldoen Haagse huizen aan Hindoestaanse woonwensen. ‘Gras associëren ze met slangen.’

Ja, dit is op en top fusion: Oost en West ontmoeten elkaar hier”, zegt Wilfried van Winden van WAM architecten terwijl hij zijn ogen laat glijden over het door hem ontworpen nieuwe woning- en winkelblok De Oriënt in Den Haag. Van Winden gelooft in fusion. Het is volgens hem de architectuur van de multiculturele samenleving. Vorig jaar publiceerde hij het manifest Fusion, een ‘pleidooi voor een sierlijke architectuur’ zoals hij het zelf noemt, een architectuur waarin heden en verleden, traditie en vernieuwing en high en low met elkaar versmelten.

De Oriënt was Van Winden dan ook op het lijf geschreven. Een woningblok dat in het bijzonder de Hindoestaanse bewoners aanspreekt, zo luidde de opdracht van projectontwikkelaar ERA Contour. Eerder bouwde ERA Contour Le Medi in Rotterdam, een fusion woningcomplex in een Mediterraan-Hollandse stijl. „Toen we meededen aan een prijsvraag voor een woningblok in de Haagse wijk Transvaal, waren we ervan overtuigd dat we niet de zoveelste rechttoe-rechtaan stadsvernieuwing moesten maken”, zegt Job van Zomeren, directeur van ERA Contour. „Het moest net als Le Medi iets bijzonders worden. Nu heeft Den Haag na Londen de grootste Hindoestaanse gemeenschap in Europa. Die zorgt voor veel bedrijvigheid in de buurt – overal zie je winkels en bedrijfjes van Hindoestanen. Maar het viel ons op dat veel Hindoestaanse ondernemers zelf niet in de wijk wonen. Vaak hadden ze een huis in de Vinexwijk Wateringen. De strakke architectuur van recente stadsvernieuwing beviel ze niet, zo bleek toen we ernaar vroegen. Ze wilden best een mooie woning huren of kopen in Transvaal, maar dan wel in een gebouw waar ze trots op konden zijn.”

‘Trots als een pauw’ werd daarom het thema van het nieuw te bouwen woningblok van ERA Contour. Mogelijke gebruikers van Hindoestaanse afkomst werden middels paneldiscussies betrokken bij het ontwerp. „Ze hadden zowel opmerkelijke als gewone voorkeuren”, legt Van Zomeren uit. „Voor veel Hindoestanen hoeft een tuin niet zo nodig. Gras en planten associëren ze vooral met slangen en schorpioenen. In Wateringen pik je tuinen van Hindoestanen er zo uit: die zijn betegeld. Ze hebben liever een terras met daaromheen bakstenen muurtjes. Ze wilden ook een afgesloten binnenterrein, zodat de kinderen veilig en rustig kunnen spelen. En natuurlijk een garage waar hun auto kan staan – auto’s zijn heel belangrijk voor Hindoestanen.”

Pronken

Opvallend was ook dat de deelnemers aan de paneldiscussies lieten weten dat de grootste woningen – de woningen in De Oriënt variëren van 65 tot 160 vierkante meter – aan de drukke Kempstraat moesten komen. „Normaal gesproken zouden we de duurste woningen aan de rustige kant van een woningblok leggen”, legt Van Zomeren uit. „Maar bij De Oriënt is dat precies omgekeerd. Men wil pronken met de woning. Daarom zijn ornamenten ook zo belangrijk. Die zorgen ervoor dat bewoners trots kunnen zijn op hun woning.”

Aan alle verlangens is in het driehoekige blok van De Oriënt voldaan. De grootste van de 11 woningtypen, waarvan velen naar wens kunnen worden uitgebreid met een extra etage of een aanbouw, liggen inderdaad aan de Kempstraat. Door het hele gebouw heen loopt een parkeergarage, waarop het merendeel van de 100 woningen liggen. Het complex heeft twee driehoekige binnenterreinen, die van de straat zijn afgesloten door een hek. Op de binnenplaatsen, boven de parkeergarage, ligt addervrij kunstgras rondom grote bakken met bomen en planten. En tot slot is De Oriënt, zeker voor Nederlandse begrippen, rijk versierd.

Bijna elk huis heeft in de gevel fel gekleurde bakstenen gekregen. „De kleuren van de stenen – geel, blauw, oranje, paars – zie je vaak in India”, legt Van Winden uit. Elke woning wordt, bovenop de gevel, ook gemarkeerd door een ijzeren sculptuur. Van Winden: „Niet speciaal Hindoestaans, maar een soort fantasiepauw.” Ook het hekwerk is met zijn golvende stalen staven pauwenveerachtig. „En zie je die drie koepels op de binnenplaatsen?” vraagt Van Winden. „Die hebben een vorm zoals je vaak in India ziet. De Britse architect Edwin Lutyens gebruikte zulke koepels ook in de regeringsgebouwen die hij voor het Engelse bestuur in New Delhi ontwierp. Grappig genoeg lijken ze ook op Engelse soldatenhelmen – Lutyens heeft ook veel begraafplaatsen in Frankrijk voor in WO I gesneuvelde Engelse sodaten ontworpen.”

Maar De Oriënt is niet alleen oosters. Met zijn gevels van rode bakstenen en witte erkers sluit het woningblok ook aan op de architectuur van de (neo-)Haagse school. „En vergeet de afgeschuinde hoeken niet”, zegt Van Winden. „Dat is ook iets typisch Haags.” Zo is De Oriënt een gebouw geworden in Hindoestaans-Haagse stijl.

Grote vraag is natuurlijk: werkt fusion? Komt de doelgroep er inderdaad op af? „Jazeker, voor het merendeel gaat het om duurdere huur- en koopwoningen en het gaat goed”, zegt Van Zomeren. „Kopen heeft de voorkeur maar er zijn in deze wijk veel ondernemers en die krijgen nu lastig een hypotheek en gaan nu huren. Ik schat dat iets meer dan de helft van de woningen is verkocht of verhuurd aan Hindoestanen. Ook het feit dat een Hindoestaanse belegger alle winkelruimtes in het complex heeft gekocht, draagt bij aan het succes. Hij zorgt ervoor dat die worden gehuurd door goede ondernemers. Ik geloof echt dat de bijzondere architectuur zulke betrokkenheid bevordert. De algemeen oosterse ornamentiek blijkt trouwens ook in de smaak te vallen bij Turkse Nederlanders.”

Van Zomeren gaat dan ook verder met fusion. „We zijn nu samen met Surinamers bezig met Mi Oso, een project met meer dan honderd woningen in Amsterdam-Zuidoost”, zegt hij. „Na Rotterdam en Den Haag is nu Amsterdam aan de beurt.”

Informatie: www.deoriënt.nl