Een stoïcijnse trainer in oorlogstijd

Morgen is de klassieker tussen Feyenoord en Ajax. Bij de landskampioen wordt trainer Frank de Boer gehinderd door de bestuurscrisis. „Maar effect op de spelers? Daar geloof ik echt niets van.”

Liever heeft hij het er helemaal niet meer over, maar vooruit. Is er een elegante manier om uit de bestuurscrisis bij Ajax te komen? „Nee, die is er niet. Er zal gekozen moeten worden”, zegt hoofdtrainer Frank de Boer op zijn kantoor in het trainingscomplex De Toekomst. Hij slaat twee keer met de vlakke hand op tafel: een keer links, een keer rechts. Ofwel: de lijn-Cruijff of de lijn-Van Gaal.

Trainer in oorlogstijd, zo moet De Boer zich soms hebben gevoeld. Hij laat zich liever niet indelen in een ‘kamp-Cruijff’ of een ‘kamp-Van Gaal’. Kiezen tussen zoon of dochter, noemde hij dat. Onder oud-trainer Van Gaal debuteerde De Boer in het eerste van Ajax en won hij de Champions League in 1995. Op uitdrukkelijk verzoek van commissaris Johan Cruijff moest hij vorige maand kleur bekennen. Wil hij werken met de beoogde algemeen directeur Van Gaal? Of steunt hij de visie van Cruijff die in een eerder stadium door de club omarmd is? „Een tussenweg is er niet”, beseft De Boer.

Hij is gefrustreerd door de aanhoudende onrust die zich voor een groot deel boven zijn hoofd afspeelt. Hij gaat even verzitten als het onderwerp ter sprake komt. „Cruijff wil maar één ding en dat is met Ajax omhoog. Van Gaal zou dat ook willen. Maar als je ‘a’ zegt, dan moet je ook ‘b’ zeggen. We zijn in eerste instantie de kant van Cruijff opgegaan en dan vind ik niet dat je hem weer zomaar weg kunt bonjouren. Dan zet je twee stappen terug. Nu blijven we maar schipperen, en niemand heeft uiteindelijk verantwoordelijkheid. Het is niet goed voor de club als we het nu ineens helemaal anders zouden gaan doen.”

De Boer debuteerde ruim een jaar geleden als hoofdtrainer van Ajax tijdens misschien wel de roerigste periode uit de clubhistorie. „Stel dat alles goed was geregeld, dan had je daar helemaal niks mee te maken. Nu word je daar steeds mee geconfronteerd, moet ik er weer over praten, terwijl ik denk: dat is helemaal mijn taak niet. Dus het hindert je alleen, doordat je focus soms op wat anders ligt. Maar effect op de spelers? Daar geloof ik echt niets van.”

Dit seizoen heeft Ajax nog geen topduel gewonnen. Toch is de achterstand op koploper AZ nog maar vijf punten. Morgen is de ‘klassieker’: uit tegen Feyenoord. Weer een cruciaal duel voor Ajax. Maar of het nu die druk is, of de bestuurscrisis, of het onevenwichtige spel van Ajax, of de dramatische uitschakeling in de Champions League: het glijdt allemaal van hem af, zo lijkt het. „Voetbal is zo’n mooi spelletje. Alleen die punten hè”, lacht De Boer, gestoken in een blauw trainingspak met de drie sterren die de dertig landstitels symboliseren. Daarnaast de initialen van de man die die laatste titel binnenloodste: FdB.

De Boer wordt geroemd om zijn stoïcijnse optreden en nuchterheid. Hij noemt deze middag niet één keer de blessuregolf die zijn selectie teistert, of de arbitrale beslissingen die vaak in het nadeel van Ajax uitvielen. Hij wil zich niet verschuilen, behalve achter de leeftijd van de groep. „Als er iets verandert in de wedstrijd, dan kijken spelers vaak naar de zijlijn. Dan weten ze het niet, zijn ze even van de leg. Daardoor kun je opeens de grip op de wedstrijd verliezen. Dat heeft met jeugdigheid te maken. Het scheelt enorm als je dan twee of drie man hebt die zeggen: ‘We gaan het nu zo en zo neer zetten’. In plaats van de rust afwachten om te horen wat er moet gebeuren.”

De Boer ging op zoek naar spelers die zijn werkwijze binnen de selectie uitdragen. „Ik weet van mezelf dat je als speler alleen met jezelf bezig bent. Zolang een speler niet is uitgeleerd, richt hij zich op zijn individuele carrière. Daarna gaat hij verder kijken. Dat deed ik pas op mijn 32ste. André Ooijer [37 jaar] is nu in die fase aanbeland. Natuurlijk wil hij het liefst alle wedstrijden spelen, maar hij moet zich ook richten op de jonge gasten. Ooijer kan laten zien wat het inhoudt prof te zijn. Wat dat betreft is hij een soort assistent binnen de ploeg voor mij. Ik kan wel steeds hetzelfde roepen, maar daar worden ze soms moe van. Het is heel belangrijk als iemand anders het ze ook zegt.”

De Belgische aanvoerder Jan Vertonghen geldt als het verlengstuk van de trainer in het veld. „Die rol heb ik hem gegeven omdat ik denk dat hij die aankan”, zegt De Boer. Ik praat meer met hem dan met andere spelers. Ik wil ook graag weten hoe hij dingen ziet. Vertonghen kan op zijn beurt ook naar mij overbrengen wat er in de groep leeft. Die wisselwerking is belangrijk. Vertonghen moet het gevoel krijgen dat hij iets kan zeggen als er in zijn ogen dingen fout gaan. En dan maakt het even helemaal niets uit hoe hij zelf heeft gespeeld. Al heeft hij geen pepernoot geraakt, Vertonghen moet die leidersrol afdwingen. En daarbij moet ik hem onvoorwaardelijk steunen. Kijk, als Paul Scholes en Ryan Giggs bij Manchester United iets zeggen, luistert automatisch iedereen. Vertonghen is pas 24 jaar, begint stappen te maken. Maar de kans is aanwezig dat hij wordt weggekocht. Daar ligt toch wel een groot probleem.”

Het is de steeds terugkerende tragiek van de kleine speler in het grote Europese krachtenveld. Ajax moet terugkeren naar de Europese top, zo stelde Cruijff. Maar De Boer is realistisch: „We moeten er niet dramatisch over doen: spelers vertrekken nou eenmaal. Dat proces is al jaren aan de gang. Aan de andere kant moeten we ons blijven richten op dat stipje aan de horizon. Je kunt als club heel veel bereiken door de juiste aankopen te doen en goede spelers zelf op te leiden. Misschien is het een utopie, maar we moeten wel het hoogste blijven nastreven.”

De Boer heeft bewust gekozen voor een heldere spelopvatting waarbij het combinatievoetbal en balbezit centraal staan. Voorzichtig wil hij het best „klein-Barcelona” noemen, hoewel hij zich bewust is van de immense verschillen met de Catalaanse topclub. Hij zegt: „Je spelopvatting is je houvast. Daar hebben we met zijn allen voor gekozen. Dan moet je niet in paniek raken als het even misgaat. Je moet daar gewoon in geloven dat dit de juiste oplossing is”, zegt hij resoluut. „Daar hamer ik constant op. Ook in nabesprekingen. Dan kan ik heel fel zijn. Je ziet dat sommigen zich extra gaan verschuilen op het veld, terwijl ik juist wil dat spelers de bal vragen ook al staat er een tegenstander op zeven meter afstand. Dan vraag ik het op de man af: ‘raak je in paniek als je de bal krijgt?’ En sommigen raken ook echt in paniek. Of dat de doelman de bal niet geeft aan iemand omdat op dat moment een tegenstander op zeven meter staat. So what? We spelen bij Ajax!”

Zijn selectie is er „nog” niet van overtuigd dat Ajax in Nederland alles kan winnen, zegt De Boer. Hij noemt het WK in 1998, waarbij hij achteraf hetzelfde gebrek aan overtuiging constateerde toen het Nederlands elftal na strafschoppen in de halve finale verloor van Brazilië. „De mentaliteit van: wij gaan die wedstrijd winnen. Dat kan uiteindelijk het verschil maken. Maar in deze selectie is dit gevoel nog niet aanwezig. Dat heeft ook met leeftijd te maken. Maar je kunt dat wel proberen te kweken.”