Dure én goedkope 3D op Rotterdams filmfestival

Op het Rotterdams filmfestival is 3D volgens Martin Scorsese in het filmsprookje Hugo te zien. Maar de Koreaan Park Hong-Min, student nog, waagt zich er ook aan, met een veel onverwachter resultaat.

Twee opmerkelijke 3D-films beleefden gisteravond hun première op het Rotterdams filmfestival. De ene film had een budget van zo’n 150 miljoen dollar, de andere moest genoegen nemen met het extreem lage budget van 48.000 euro. Toch draaiden de twee films gebroederlijk naast elkaar en beide voor een uitverkochte zaal. Hugo, de familiefilm van Martin Scorsese met elf Oscarnominaties, beleefde vrijdag zijn Nederlandse première. Vrijwel tegelijk was het grillige A Fish te zien, de debuutfilm van de jonge Koreaan Park Hong-Min, die nog studeert aan de filmacademie van Seoul.

Filmstudio Universal gunde Rotterdam de eer van de Nederlandse première van Hugo, enkele weken voordat de film in de bioscoop komt. In de film komt de wees Hugo erachter dat de verzuurde, bittere man die in de jaren twintig een winkeltje bestiert op het Parijse Gare du Nord een groots verleden heeft als de ooit zo beroemde filmmaker Georges Méliès. Hij stond aan de wieg van de filmkunst, onder meer met zijn fameuze Le voyage dans la lune, met het beeld van een raket die in het oog van het mannetje in de maan landt. Geïnspireerd door de kinderlijke fantasie en levensdrift van Hugo herwint Méliès zijn geloof in zijn eigen creativiteit. Niet moeilijk te raden wat de ook niet meer zo jonge regisseur Scorsese aantrok in dat idee.

En het heeft gewerkt. Hugo is Scorsese’s meest geïnspireerde film in tijden. Voor Scorsese’s doen is dit misschien een lichte film, maar binnen het genre is Hugo dat allerminst. Hugo is een filmsprookje, en een sprookje over film, maar wel met een uitgesproken droevige ondertoon. Mensen gaan dood, alles gaat stuk. Méliès (Ben Kingsley) is een bittere in zichzelf gekeerde man, als Hugo hem vindt. Hugo zelf is een dakloze wees, alleen op de wereld. Goed, de film is een lofzang op de fantasie en de droom, en dat wordt ook iets te vaak benadrukt. Maar wat hebben de dromen het moeilijk tegenover de bittere werkelijkheid van de Eerste Wereldoorlog.

Het gebruik van 3D is fantastisch, de techniek lijkt wel gemaakt voor Scorsese’s vaak barokke camerastijl met zijn lange, virtuoze shots. Zonder meer het beste gebruik van digitaal 3D sinds Avatar van James Cameron. Scorsese heeft ervoor gewaakt om de techniek te gebruiken om zijn film zo levensecht mogelijk te laten lijken. Dat lukt toch niet, 3D benadrukt juist de kunstmatigheid van de getoonde filmwereld. Scorsese buit juist die dromerige kwaliteit van het medium volledig uit.

De 3D bij Park Hong-Min is zompig en grauw, en blijft in feite ver onder de standaard die nog in enige mate als professioneel valt te bestempelen. De ondertiteling is voortdurend verdubbeld en daardoor nauwelijks te lezen, kleuren lopen door elkaar, schaduwen lijken een eigen leven te leiden. Hier is de nieuwe digitale 3D techniek met recht primitief te noemen. Wat wil je ook, met zo’n minibudget. Maar zonder betekenis voor het verhaal is het nieuwe medium ook weer niet.

A Fish verhaalt (als dat het juiste woord is) over een filosofieprofessor die zijn vrouw kwijt is en de hulp inschakelt van een detective. Ze blijkt in de leer te zijn gegaan om sjamaan te worden. De film begeeft zich uiteindelijk op een spirituele trip naar gene zijde. Dan heeft de primitieve 3D die elk beeld niet alleen onduidelijk, maar ook gelaagd, onvatbaar en onwerkelijk maakt toch een functie. 3D niet als spektakel, ook niet als sprookje, maar als psychedelisch tripmiddel.