Deze vastgoedfraudeurs waren vroeger gewoon vrijuit gegaan

Het geldspoor volgen en soms mazzelen. Zo bestrijd je fraude, zegt forensisch onderzoeker Cees Schaap. Toch werd deze vorm van criminaliteit lange tijd niet serieus vervolgd.

Het was een van de eerste zaken die Cees Schaap deed toen hij van straatagent was overgestapt naar een klein fraudeteam van vijf man bij de politie Rotterdam. Het was begin jaren 80. Drimmo Holding, heette het bedrijf dat ze onderzochten, van ene Richard van W. Dat was een jongen die Mulo had gedaan en toen in een achterkamertje nog wat administratiecursussen had gevolgd, vertelt Schaap.

Daarna begon hij pandjes op de te kopen, te splitsen en te verkopen. En hij had een hoop lol in zijn werk, zegt Schaap. „Ik heb wel eens met hem door de stad gereden en dan wees hij aan: dat is van mij, daar heb ik wat gekocht, toen we dat pand leegtrokken vonden we gouden spiegels achter het behang.” Maar hij had altijd liquiditeitsproblemen en dus rommelde hij met papieren en contracten, zegt Schaap. „Dan gaf hij sommige spullen twee, drie keer in zekerheid. Of peuterde hij een lening los bij een bank met een vervalst contract.” Dan stond Schaap als rechercheur het contract tegen het raam te houden. „En zag ik onder de typex de juiste datum nog staan.”

Ook kocht Van W. een levensverzekeraar ‘De Wereld’. Het werd de eerste verzekeraar die failliet ging vanwege gerotzooi, zegt Schaap. Zo bleek geld van De Wereld gebruikt te zijn voor het financieren van onroerend goed. De affaire werd in 1983 tot in de Tweede Kamer besproken. Het was een grote zaak, herinnert Schaap zich. Maar onderzoek naar fraude was in die tijd nog klein, versnipperd en eenvoudig. Een oplichter kreeg in het ergste geval een celstraf. Dat was het. „Wat een oplichter verdiend had met zijn praktijken en hem dat ontnemen? Daar dachten we niet aan.”

Dat is nu wel anders. In de grootste fraudezaak in de Nederlandse geschiedenis deed de rechtbank in Haarlem vrijdag uitspraak. Niemand werd vrijgesproken en benadeelde partijen zijn financieel schadeloos gesteld. Schaap noemt de zaak daarom een succes voor het Openbaar Ministerie. Hij somt op. Er is in openbare zittingen met de verdachten afgerekend. Het aantal schikkingen is beperkt gebleven. Er zijn straffen opgelegd en een aantal mannen is ook financieel hard geraakt. Zo kwam Jan van V. in de zomer van 2010 al met de benadeelde partijen overeen om 75 miljoen euro te betalen. Verdachten die ontkwamen aan vervolging, betaalden daarvoor miljoenenbedragen. Zoals ondernemer Harry Hilders die 40 miljoen euro betaalde, waarvan een gedeelte naar de staat ging en 25 miljoen euro naar het Philips Pensioenfonds.

Zelf was Schaap van 1994 tot 1997 officier van justitie, gespecialiseerd in fraude. Hij stond aan de basis van de eerste, grote fraudeonderzoeken in Nederland. Schaap was opgeklommen van rechercheur tot commissaris bij de politie, studeerde in de avonduren rechten, waarna hij overstapte naar het OM. Daarna begon hij bij Ernst & Young, waar hij forensische onderzoeken ging doen. In 2002 begon hij een eigen bureau SBV Forensics, dat voor ondernemingen en overheden onderzoek doet. Hij geldt als fraude- en witwasexpert.

Toen hij bij de politie begon, was er nauwelijks aandacht voor fraude. Bij de Rijkspolitie zaten wat mensen die er wat aan deden. En dan was er nog dat clubje van vijf mensen bij de politie in Rotterdam, waar hij begin jaren 80 terecht kwam. „Fraude? Oh, civiel, ga maar naar een advocaat, zei de politie in die tijd vaak. Want een fraudezaak gaf meestal geen verstoring van de openbare orde.” Maar langzaam werd het beter, vertelt Schaap. Hij noemt de affaire met de Slavenburg-bank, die veel aandacht trok. In de jaren ‘90 kwamen er opleidingen op de politieschool die rechercheurs trainden in het opsporen van fraude; administraties uitspitten, in het kadaster graven, aktes bekijken.

Het is in de kern heel eenvoudig, zegt Schaap. Volg het geldspoor en pak criminelen vervolgens in hun portemonnee. Dat zei hij al tegen zijn rechercheurs toen hij commissaris was. En toen hij in Den Haag officier was, pleitte hij er voor om in elke zaak ook een ontnemingsprocedure te beginnen. „Logisch toch? Bijna 80 procent van de strafzaken draait om geld.” Maar ook dat was jarenlang tobben, zegt hij. Want zo’n procedure kost veel tijd en gebeurt vaak als een zaak al voor de rechter is geweest. „De meeste officieren wilden gewoon een zaak naar de zitting brengen, veroordeling krijgen en door naar de volgende zaak.”

De vastgoedfraudezaak laat volgens hem daardoor zien dat grote veranderingen de afgelopen jaren bij justitie geholpen hebben. Sinds 2003 bestaat het Functioneel Parket, dat gespecialiseerd is in financiële fraude. De wetgeving om criminelen hun vermogen te ontnemen is veel beter op orde. In 2003 werd er ‘slechts’ 10 miljoen euro van criminelen ontnomen. In 2009 was dat bijna 50 miljoen euro. De Clickfondszaak die in 1997 begon, mislukte jaren later in de rechtzaal grotendeels doordat justitie fouten had gemaakt. „Gebrek aan kennis.” Met name bij de opsporingsdienst FIOD, zegt Schaap, is nu veel meer kennis. „En dat kwam allemaal samen bij de vastgoedfraude.”

Schaap constateert alleen één probleem. Officier van justitie Robert Hein Broekhuijsen die de zaak deed, heeft per 1 januari het Openbaar Ministerie verlaten. Hij was juist in 2005 overgekomen van de advocatuur. Eerder bewandelde Hendrik Jan Biemond dezelfde route. Van advocaat werd hij officier, deed de zaak rond het boekhoudschandaal bij Ahold en vertrok vervolgens weer naar de advocatuur. Biemond uitte toen de kritiek dat er niet genoeg specialisten bij het OM waren en dat de top van het OM te weinig affiniteit had met financiële fraudebestrijding. Broekhuijsen heeft zich daar zelf niet over uitgelaten, maar volgens betrokkenen liep hij bijvoorbeeld ook tegen capaciteitsproblemen aan. Schaap: „Het zou goed zijn als er meer in- en uitstroom in het OM plaatsvindt vanuit de advocatuur. Advocaten die uit de praktijk weten hoe het werkt. En als er meer officieren zijn, kunnen de zaken ook beter verdeeld worden.”

Maar ook dan blijft er altijd een beetje geluk nodig bij een fraudeonderzoek, zegt Schaap. „Het aantal fraudezaken dat door de controlerend accountant wordt ontdekt, is helaas erbarmelijk laag. Klokkenluiders lijken vervelend, maar zijn wel van maatschappelijk belang.” De vastgoedfraude kwam aan het licht door een belastinginspecteur die een routineonderzoek uitvoerde in de administratie van een bouwbedrijf. Daar kwam ze gekke overeenkomsten tegen, die uiteindelijk de basis bleken voor de enorme fraudezaak.

Zelf ving hij ooit een valsemunter door stom toeval. Er kwam op een dag een vrouw bij de politie klagen dat ze last had van de bovenbuurman die tot die in de nacht gedreun veroorzaakte. De politie ging kijken. Bleek de man stapels valse dollars in de keuken te hebben liggen. Bij een winkel had hij een nummerstempel gekocht en die zo bewerkt dat hij twee keer hetzelfde serienummer afstempelde. „Want op een dollarbiljet staat onder en boven een serienummer.” Daarna ging hij aan de slag. „Kedoeng, kedoeng, op de keukentafel. Tot die vrouw zich meldde.”