De zorgeloze, datende vrijgezel blijft over

Zoeken jonge vrouwen eigenlijk wel een vaste relatie? De cijfers suggereren anders, zegt Jan Latten. En alles verandert na hun dertigste.

Universiteitssteden in Nederland zijn regelrechte meisjessteden geworden. In Utrecht wonen bijvoorbeeld per 130 meisjes in de twintig slechts 100 mannelijke twintigers. Een Luilekkerland voor jonge hoogopgeleide mannen, zo zeggen onderzoekers. Deze mannen zouden het voor het uitkiezen hebben met die overvloed aan gewillige en toegeeflijke dames.

Het moet gezegd, dat is een interessante analyse met veel waarheden. Maar toch is het beeld niet compleet. In feite hebben de jonge dames in de leeftijd tot dertig jaar meer kenniskapitaal dan de heren en vaak nog geen behoefte aan een definitieve binding. Liefdes zijn nog vaak tijdelijke verliefdheden. Ze redden zich best als meisjes in de grote stad. Misschien is er wel sprake van een latrelatie of willen ze wel graag samenwonen. Maar cijfers over verbroken relaties laten zien dat er ook dan nog weinig definitief is.

Vriendschap, de wereld verkennen, van het leven genieten en leren omgaan met de andere sekse zijn belangrijk. Voor beide partijen. Je moet immers een fase overbruggen die van pubertijd tot begin dertig loopt. Voor sommigen wel twintig jaar, want maatschappelijke en sociale volwassenwording duurt lang.

Meer dan ooit investeren nieuwe generaties twintigers het eerste kwart van hun leven in opleiding, en dan moeten ze zich nog waarmaken in een baan. Hoe hoger het diploma, hoe langer die periode. Vooral hoger opgeleide dames en heren veroorloven zich een lange zoekperiode tot ze zich willen binden aan die ene echte. Het moederschap wacht tot na het dertigste. Eén op de vijf bruiden is inmiddels veertig-plus. Eén op de zeven vaders is ouder dan veertig bij de geboorte van een kind. Sommige vrouwen wachten zolang dat ze hun eicellen moeten invriezen.

Intussen houden twintigers zich bezig met daten, ze zijn niet anders gewend. Velen mochten als puber van hun ouders thuis al het bed delen met hun vriendje.

Dat verandert als de leeftijdsgrens van dertig gepasseerd is: de hersenen hebben inmiddels een aantal jaren het volwassen stadium bereikt, de tijdelijke baan is een vaste geworden en de wereldreizen zijn gemaakt.

Geëmancipeerde dames denken dan concreet aan kinderen en zoeken daarbij een gender balanced man: iemand die bereid is die pappadag te nemen, omdat haar baan net zo telt als die van hem. De criteria veranderen. Getrainde buikspieren verliezen aan waarde en de foute man die tijdelijk aantrekkelijk leek, wordt overbodig. De voorkeur kan wijzigen in een ander type man. Uiteraard komt verleidingskunst om de hoek kijken, maar de vraag blijft of dat andere type man inmiddels háár verleidt door uit te dragen dat hij best ook wel wil stofzuigen. Een slimme vrouw biedt een man tegenwoordig nogal wat voordelen. Dus: wie verleidt wie met wat?

Maar dan slaat opnieuw een krapte toe voor de grote aantallen hoog opgeleide dames, en wel op de markt van geschikte vaders. Sinds kort is onder mannen van begin dertig 37 procent hoogopgeleid, tegenover 42 procent van de vrouwen. Aan de andere kant heeft 20 procent van de mannen een laag opleidingsniveau, tegenover nog maar 15 procent van de vrouwen.

Dan desnoods een ex, liefst zonder kinderen. Mannen zullen het niet op die manier zien, vrouwen ook niet. Maar kille cijfers tonen: gescheiden mannen met of zonder kinderen vinden sneller een nieuwe partner. Bijkomend voordeel: de maatschappelijke status is inmiddels uitgetrild en bekend.

En dan nog. Stel: je geniet als jonge man van gratis seks omdat je op een leuke avond een nieuwe onenightstand verovert of via internet een gescheiden vrouw weet gek te maken, hoe moet dat verder met je als je veertig of vijftig wordt en niet over de nodige kwaliteiten beschikt? Dan ben je nog steeds aan het daten, maar zijn er geen vrouwen meer die daar in trappen: die zijn overgestapt op de werkende, zorgende vaderfiguur die gezellig bij hen op de bank zit.

De zorgeloze datende vrijgezel blijft over. Niemand die naar je omkijkt, geen kinderen, geen partner, de fles blijft over – althans dat risico loop je. Jasperina de Jong zong er vroeger al over: uiteindelijk is er alleen een hondje dat je nodig heeft. De natuur heeft dat toch weer geregeld: gemiddeld gaan mannen zonder partner vier jaar eerder dood. Dan tellen seksuele mores niet meer.

Jan Latten (1952) is hoogleraar sociale demografie aan de Universiteit van Amsterdam en hoofddemograaf bij het CBS. Hij was co-auteur van het boek Liefde à la carte.