De man die de scherpe randjes van de haalde SP

Emile Roemer scoort als politiek leider. Zowel bij de leden van zijn eigen SP als bij andere kiezers. Hoe komt dat? Over een eenvoudige onderwijzer uit Boxmeer die zijn woede leerde temperen en appelleert aan opkomend regionalisme.

Wie zijn grappen navertelt, merkt dat de crux vooral in de timing zit. Neem die ene waarmee hij zich in één keer een plek veroverde in de Nederlandse politiek. De SP’er Emile Roemer, alias „de rode boom” was nog maar net lijsttrekker en mocht het opnemen tegen zijn collega’s van andere partijen in een RTL-televisiedebat. Hij kreeg een vraag over de slechte peilingen van de SP. „Ik ben nu acht weken bezig”, antwoordde hij. „U kunt me van alles verwijten, maar niet dat ik te vroeg heb gepiekt.”

De zaal lag plat. Opvallend, want zo goed is de grap niet. Maar hij kwam op precies het goede moment.

Het is een gave waar ook collega’s over beginnen uit een vorig leven, toen Roemer nog onderwijzer was op een basisschool. Ze zeggen dat hij goed is in het klaren van de lucht; op de moeilijkste momenten komt hij met een bevrijdende kwinkslag. Het maakt hem uiterst geschikt voor de politiek. Overduidelijk voorgekookte, ingeblikte oneliners doen het daar slecht. Spontaniteit doet het goed.

Maar is dit een afdoende verklaring voor Roemers enorme succes als SP-leider? Waarschijnlijk niet. Want Roemer is meer dan een goedmoedige Brabo met fijne, spontane kwinkslagen. Een rondgang langs oud collega-onderwijzers, politici in Boxmeer en Haagse SP-Kamerleden leert dat er ook een Roemer bestaat die de buitenwereld zelden ziet. Een fanatieke, soms zelfs driftige man die graag alle touwtjes in handen heeft.

De combinatie is opmerkelijk: iemand die in netelige, gespannen situaties altijd een grap weet te maken en tegelijk fanatiek zijn doelen nastreeft.

Maar ze werkt. De feiten liegen er niet om. De SP komt in de meeste peilingen als tweede uit de bus, net kleiner dan de VVD en tientallen zetels groter dan de PvdA. Roemer is mateloos populair, zowel in eigen gelederen als bij kiezers. Die geven hem, zo meldde onderzoeksbureau Synovate donderdag, het hoogste rapportcijfer van alle fractievoorzitters. De lof komt overal vandaan. Zelfs voormalig VVD-leider Frits Bolkestein zegt: „Als ik links was, stemde ik op Roemer.”

Veevoederfabriek

Emile Roemer werd in 1962 geboren in Boxmeer, als vierde in een gezin met vijf kinderen. Zijn vader zat tijdens de oorlog in het verzet en werkte later op de administratie van een veevoederfabriek. Moeder werkte aan de emancipatie van plattelandsvrouwen.

Roemer is altijd in Boxmeer gebleven. Of zoals een SP’er het zegt: „De rode boom is geworteld in een gemeenschap die hij nooit heeft verlaten.” Ook niet toen hij na acht jaar mavo en havo de pabo deed in Nijmegen. Daarna heeft hij enige tijd stickers op lijmpotjes geplakt bij Stork en vrachtwagens gevuld bij Nestlé. Ondertussen wachtte hij op kansen bij basisscholen in de buurt.

In 1986 kon hij aan de slag op basisschool ’t Schrijverke in Beuningen, later op basisschool De Peppels in Boxmeer. Zijn bijnaam: „Mieleke van de Peppels”. Hij werd er ‘locatiehoofd’. Maar van vergaderen hield hij niet, zegt lerares Doreth van der Maazen (47). Roemer wilde vooral weten: wat gaan we doen? „Hupsakee, niet lullen maar poetsen.”

Leerlingen waren dol op Roemer. „Hij benadrukte wat ze wél goed konden, niet waar ze minder goed in waren.” Als een kind jarig was, mocht het op zijn schouders zitten en danste hij door de klas. En met weeksluitingen speelde hij regelmatig typetjes. Zo deed hij een pinguinact op een lied van André van Duin.

Roemer was toen allang lid van de SP. Op zijn achttiende zag hij SP’ers langs de deuren gaan met partijblad De Tribune. Ze belden aan bij de buurman, maar liepen voorbij het huis van de Roemers. Emile stormde naar buiten, zei: „Hé, omdat er een CDA-poster op de ramen hangt, moet je ons niet overslaan. Er wonen hier meer mensen dan mijn ouders.” Hij werd lid. Revolutionair was dat niet: zijn broer was hem voorgegaan.

De discussies thuis waren fel, vertelt Roemer in het boekje dat hij over zijn leven schreef Tot hier. En nu verder. Ze gingen vaak over de vraag: wat mogen ouders hun kinderen voorschrijven? Zijn broers en hij vochten een generatieconflict uit waarin vooral zijn vader klassieke rolverhoudingen verdedigde. „Achteraf gezien waren we erg hard tegen vader en moeder. Maar ze zijn er wel anders door gaan denken.”

Samen met de oprichter van de SP in Boxmeer, Theo Weenink, colporteerde Emile Roemer jarenlang met het partijblad. Ook ouders van kinderen uit Roemers klas, kregen hem aan de deur. Weenink: „We waren een buitenparlementaire partij. We gingen de wijk in om te horen wat er leefde. Soms moesten we oppassen dat er geen honden achter ons aan werden gestuurd.”

Hun eerste memorabele actie was het ’s nachts uitgraven en verplaatsen van fietsenrekken. „Met een paar SP-jongens.” Het ding stond op een gevaarlijke plek, buurtbewoners klaagden, maar de gemeente wilde het pas over een jaar verzetten, met 4.000 gulden uit het nieuwe budget.

Toch bleven de katholieke dorpelingen gewoon op hun vertrouwde CDA en dorpspartijen stemmen. Toen de SP in 1990 voor het eerst meedeed aan de verkiezingen in Boxmeer, werd het „een drama”, zoals Roemer het zelf noemt: 124 stemmen. „Maar we waren doordouwers”, zegt Weenink. Als „Rode Jehova’s” bleven ze van deur tot deur gaan. Ze boden hulp, praktische oplossingen. Als ze klachten hoorden over achterstallig onderhoud van huurwoningen, kwamen ze terug met een enquête en stapten ze naar de woningbouwvereniging. Zo haalden ze dan weer 26 stemmen binnen. Eén voor één wonnen ze de dorpelingen voor zich.

Ontzuiling

Toen ontkerkelijking en ontzuiling vier jaar later ook in Boxmeer hoogtij vierden, waren die „rare jongens van de SP” (historicus Gerrit Voerman) een serieus alternatief. PvdA stemmen deed je nog altijd niet, dat waren „die rooien uit de grote stad”. Maar de jongens van de SP, die hadden het verdiend. Ze waren fatsoenlijk – ook in die tijd heeft niemand Roemer ooit in spijkerbroek gezien – en dorpelingen kenden hen.

Weenink en Roemer kwamen in 1994 met z’n tweeën in de raad. En in 1998 opnieuw. Toen volgde een periode waarin het fantastisch was oppositie te voeren. Het college had het zwaar als gevolg van een gemeentelijke herindeling en Roemer bleek, net als nu, goed in het bundelen van de kracht in de oppositie. Samen met de VVD en het Vijf Dorpen Belang zat hij het college dwars. Dat werd beloond: vier jaar later scoorde de SP zes zetels, en groeiden ook beide andere oppositiepartijen. Ze vormden samen een coalitie met het CDA. Roemer werd wethouder en locoburgemeester. De landelijke SP kreeg in de smiezen: hier was een nieuwe partijheld aan het werk.

Maar er was nog wel iets aan hem. VVD’er Gijs Moes (62) zat met hem in één college. De oud-wethouder waardeerde Roemer omdat je goed zaken met hem kon doen. „Het was bij hem: een man een man, een woord een woord.” Maar Moes kreeg ook te maken met Roemers woedeaanvallen. „Als een voorstel van hem het niet haalde in het college, werd hij stil en zag je hem rood worden. Met regelmaat liep hij kwaad weg. Soms bleef hij een half uur boos, soms een paar uur. Bovendien wilde hij een afgewezen voorstel een paar weken later nog wel eens opnieuw indienen. Dat tekent zijn fanatisme.”

Bikkelhard

Toenmalige collega-wethouder Marc Oudenhoven (47) van Vijf Dorpen Belang: „Roemer wordt nu afgeschilderd als humoristisch en gezellig. Dat is hij ook, maar achter de schermen kon hij bikkelhard zijn, op de man spelen.” Oudenhoven herinnert zich de gemeentesecretaris die destijds slecht functioneerde. „Onder Roemers aanvoering werd die rücksichtlos de laan uitgestuurd.”

Weenink vindt dat Roemer zijn woede steeds beter onder controle heeft. „Ik zie op televisie nog wel wanneer die woedemomenten voorkomen, maar anderen zien dat niet, want hij weet nu rustig te blijven. Daar is hij in gegroeid.”

Tiny Kox, fractievoorzitter van de SP in de Eerste Kamer, kent Roemer al sinds de jaren tachtig. Kox is ook Brabander en was destijds partijsecretaris, een belangrijke post bij de SP. Hij zegt: „Je moet veel doen om hem boos te krijgen, maar er is een grens, absoluut. Dat moet ook wel, want anders had hij die Verenigde Naties van Boxmeer niet tot een succes weten te maken.”

Dat Roemer zich beter heeft leren beheersen, vindt Kox typerend voor de ontwikkeling van de hele partij. Kox: „Want dat geldt voor ons allemaal. We realiseren ons steeds beter dat ook politieke tegenstanders het goed bedoelen, hoe slecht hun ideeën ook zijn. Vroeger kon ik razend worden om de afbraakvoorstellen van liberalen. Nu niet meer. Ik zet mijn eigen denkbeelden en oplossingen er tegenover. Datzelfde zie ik bij Emile.”

Kamerleden uit zijn fractie zijn het erover eens: Roemer is de juiste man, op het juiste moment en op de juiste plek. Zijn voorganger Agnes Kant strandde omdat zij het beeld van snibbige streber niet kon afschudden. Ze werkte keihard en is slim, zelfs gepromoveerd in de epidemiologie. Maar ze miste het vertrouwenwekkende van Marijnissen. Dus toen zij zich terugtrok, brak lichtte paniek uit: de SP heeft veel snelle en slimme Kamerleden, maar wie kon een vaderfiguur zijn als Marijnissen? Een politicus waar mensen zich mee kunnen identificeren.

Niet Ronald van Raak, afgestudeerd in de wijsbegeerte en gepromoveerd in de politieke filosofie. Niet Ewout Irrgang, de econoom die bij De Nederlandsche Bank heeft gewerkt, noch Harry van Bommel, buitenlandspecialist van de partij. De fractie kende eigenlijk maar één vaderfiguur: Roemer. Maar in de uren na Kants vertrek, twijfelden invloedrijke SP’ers over zijn intellectuele capaciteiten. Roemer begreep dat. In zijn boekje schrijft hij: „Ik ben nooit een filosoof geweest.” En in dat boekje vraagt hij zichzelf af: „Die eenvoudige onderwijzer uit Boxmeer, kan die een grote politieke partij leiden?”

Normalisatie

Ja, zo blijkt nu. Maar de vraag is wel: wil hij ook iets met de partij? Vooralsnog zet Roemer de lijn door die onder Marijnissen is ingezet. Die van de ‘normalisatie’ van de SP. De scherpe randjes gaan van de standpunten af en het verlangen is duidelijk: van de oppositie naar de macht. De verhalen van Roemer als oliemannetje in een college van SP en de VVD helpen daarbij.

Maar drukt hij ook zelf een stempel op de partij? Of luistert hij naar de partijtop, met oude rotten als Marijnissen, Kox en partijsecretaris Hans van Heijningen?

Kamerleden van de SP vertellen dat het „meer dan logisch is” dat in de eerste maanden van Roemers leiderschap Marijnissen nog vaak het woord voerde in fractievergaderingen – waar hij aanzit als partijvoorzitter. Maar allengs komt dat minder voor, verzekeren zij. Roemer treedt ook steviger op. Door de succesvolle peilingen zeiden enkele fractieleden deze week: nu moeten we met onze eigen plannen komen. Nee, zei Roemer, absoluut niet. Slecht idee zelfs. We moeten op dezelfde manier verder waar we de huidige winst aan hebben te danken. Nog lang geen tijd om die te incasseren.

Maar beslist zijn is iets anders dan een stempel drukken. Kamerleden vinden dat niet belangrijk. Van Raak: „Emile zet niet de koers uit, hij verpersoonlijkt die.” En: „Emile zit niet in de politiek om zijn partij te veranderen, maar om die te dienen.”

Dat lijkt vooralsnog goed te lukken. Hoe? Met talloze kwinkslagen, een goedmoedige uitstraling en kennelijk, zo nu en dan ingehouden woede.

Is dat dan zijn geheim? Nee, er is meer, zegt Kox: „Zijn kracht is dat hij altijd dicht blijft bij wie hij zelf is.”

Maar wie is dat precies? Een gewone man. Roemer maakt allesbehalve bezwaar tegen dat predicaat. Om het te illustreren vertelt Weenink graag (en vaak) dat zijn gezin en dat van Roemer elk jaar op Kerstavond samen komen om te wokken of te fonduen. „Dan spelen we Pictionary en lachen we ons een bult. En later op de avond zetten we een hardrock cd op – daar houdt Emile heel erg van – en dan headbangen we wat.”

Dat gewone vinden mensen aantrekkelijk, denkt hoogleraar politieke geschiedenis aan de Universiteit van Nijmegen Remieg Aerts. Hij wil niet het succes van de SP alleen in de figuur van de leider zoeken. „Rijk worden in de oppositie tegen een omstreden kabinet is vaker gebeurd. Zeker als anderen hun handen vuil moeten maken.” Toch is er iets aan Roemer dat volgens Aerts bijzonder aantrekkelijk is, juist nu. „Roemer appelleert aan een regionalisme dat je de laatste jaren stevig ziet opkomen. Het mooiste voorbeeld vind ik die reclame van de ‘regiobank’. Daarin hoor je gezellige, gewone mensen met een regionaal gekleurd accent. Luisteraars geloven direct: anders dan die snelle jongens van de grote banken, zullen deze mensen goed op mijn centen passen. Terwijl het gewoon een onderdeel is van de SNS-bank met het hoofdkantoor in Utrecht. De reclame speelt in op het sentiment tegen de managerskaste. Roemer belichaamt dat sentiment.”

Senator Kox ziet hetzelfde. „Kijk, de stille meerderheid in Nederland heeft gezien hoe Randstedelingen in geaffecteerd Nederlands ogenschijnlijk bijzonder geleerd decennialang vertelden hoe het moest. Nu is gebleken dat die het helemaal niet zo goed wisten. Zie de crisis. Mensen vertrouwen die geleerde Randstedelingen niet meer.”

Weenink is trots. „Het klikt tussen Roemer en het volk. Ik schat in dat hij deze goede peilingen vast kan houden en na de volgende verkiezingen zal gaan regeren. En als de SP de grootste wordt, dan wordt hij zelfs premier. Een hele normale.”