'De hond kost 150 euro per maand' Hij:

Eric: „We hebben een gezamenlijke rekening waar we allebei iedere maand hetzelfde bedrag op storten. Rindert beheerde die rekening jarenlang, maar sinds kort doe ik het.”

Rindert: „Ik moest gaan internetbankieren. Dat weiger ik.”

Eric: „Rindert is hardnekkig anti-modern. Hij heeft ook geen mobieltje.”

Rindert: „Wat moet ik ermee? In de trein zit iedereen op zijn telefoon te turen. Ik wil niet zo zijn. Ik geef niets om geld. Als ik af en toe een boek kan kopen, ben ik tevreden. Daar geef ik het meeste geld aan uit.”

Eric: „En aan die dure hond. Hij had ooit een tennisbal ingeslikt. De operaties kostten 3.000 euro!”

Rindert: „Dat ging van zijn zakgeld af.”

Eric: „Wat geef je eigenlijk uit aan hem?”

Rindert: „Iedere maand zo’n 150 euro. Eten, varkensoortjes en hart. Ik ben altijd thuis, dus ik onderhoud de hond en doe de boodschappen.”

Eric: „Soms denk ik: ‘verdomd, ik ben al een maand niet in de supermarkt geweest.’ Dan koop ik wijn en een fles maltwhisky voor Rindert.”

Rindert: „Ik heb het door. Dat geslijm werkt niet.”

Eric: „We hebben geen dure hobby’s, we gaan weinig op vakantie en als we een auto nodig hebben, huren we er een via Greenwheels. Mijn geld gaat vooral naar muziek.”

Rindert: „Je kunt ook de radio aanzetten.”

Eric: „Dat doe ik ook! Maar dan hoor je weer wat leuks en voor je het weet heb je weer honderd nummers gedownload via iTunes.”

Rindert: „Je geeft ook veel aan Afrika.”

Eric: „Ik betaal het schoolgeld voor 7 kinderen in Kameroen en Kenia. Elk jaar zo’n zesduizend euro. Ik heb in Kenia gewoond en ken die kinderen. Daardoor weet ik dat het geld goed terecht komt.”

Rindert: „Als er misbruik van Eric’s gulheid zou worden gemaakt, zou ik er wat van zeggen.”

Jorg Leijten