De agent die alleen regels volgt begrijpt zijn vak niet

Even terug naar het Anna van Rijn College in Nieuwegein. Daar werd vorig jaar een docent door de politie aangehouden omdat hij een wild trappende leerling bij zijn kraag uit de klas had getrokken. De ouders vonden dat geweldpleging. Het leidde tot een nationaal debat over gezag op school en de vraag of leraren disciplinerend mogen optreden. En de vraag waar de politie stond. Het Openbaar Ministerie maakte tenslotte excuses. De docent had niet aangehouden moeten worden.

Ik kom daar op terug vanwege de ophef over de vrijwilligers die de Haagse politie in de As Soennah-moskee wierf om Oud en Nieuw veiliger te laten verlopen. Honderden moslims deden mee aan het project ‘Rolmodellen’. Dat bestond uit observeren op straat en de buurtpolitie bellen bij onraad. In Den Haag bleven de rellen dit jaar mede daarom redelijk binnen de perken. De PVV vond de bijdrage van deze moslimvrijwilligers echter de gebruikelijke schande en noemde hen ‘sharia-politie’. De partij meende „islamitische ondermijning van het gezag”, te zien. Terwijl het omgekeerde uiteraard aan de hand was.

Wat laten Nieuwegein en de Haagse Rolmodellen nu zien over de staat van de politie? In de kwestie Nieuwegein werden de agenten aanvankelijk verdedigd door hun korps. Zij handelden ‘volgens de protocollen’. Bij een stevige ruzie, waarbij een verdenking van geweld is en een escalatie dreigt, wordt de verdachte meegenomen naar het bureau. Dat is de regel. Kennelijk voelden deze agenten zich niet vrij om daarvan af te wijken. Terwijl iedere agent een erkende discretionaire bevoegdheid heeft, zich vakman voelt, naar professionele normen handelt en daaraan een zekere autonomie ontleent. De Hoge Raad heeft er zelfs een criterium voor geformuleerd. Optreden is legitiem indien dat door „de omstandigheden naar redelijk inzicht vereist is” (arrest Zeijense Nachtbraker, 1962). De agent mag afwijken van het protocol, improviseren, anders ingrijpen of het laten bij wat ‘sussen en blussen’ wordt genoemd.

Nu is een politieman ook onderdeel van een strakke hiërarchie. Daarin onderscheidt de agent zich van andere professionals: de huisarts, wetenschapper, docent of journalist. Die werken weliswaar ook binnen een functiekader, maar hun protocollen zijn vrijwel nooit zó dwingend dat ze hun ‘redelijke inzichten’ opzij moeten zetten. Een agent moet echter kunnen schakelen tussen salueren en naar eigen ‘redelijk inzicht’ handelen. Een agent handhaaft, maar kan en mag ook plooien, reguleren en improviseren. Dat betekent dus communiceren en naar eigen inzicht handelen. De korpsleiding hoort dat te steunen. Zoals een huisarts een klinische blik ontwikkelt, zo bouwt de agent praktische wijsheid op voor de beste aanpak. Neem ik die docent mee naar het bureau, of juist niet? Laat ik die graffitispuiter lopen, bekeur ik of zoek ik even z’n vader op? Een goede agent staat daarom in de gemeenschap, in de buurt en bij de moskee. Als rotjochies in een saaie Vinexwijk dan een homostel ontdekken om weg te pesten, zit een goede agent daar vanzelf bovenop. Nu moest het Utrechtse Terwijdestel acht aangiften of meldingen doen voordat de politie aantrad.

Als oudejaarsfeesten in volkswijken jaar in jaar uit op rellen met de ME uitlopen, dan zoekt de politie dus de burger op. Vandaar een Haags ‘rolmodellen’-project, waarbij burgers ook wordt geleerd hoe ze de buurt zelf veilig kunnen maken. Dát is de kern van politiewerk.

Zulk optreden is in een rechtsstaat legitiem omdat de burgers het aanvaarden, er een wettelijke basis voor is, de politie vanzelf het minst ingrijpende middel kiest, burgers gelijk worden behandeld, gewekte verwachtingen worden gerespecteerd en het politiehandelen ook wordt verantwoord. Dan heb je een rechtstatelijke politie, tussen burger en overheid. En geen repressieve politie die danst naar het pijpen van de ‘hard aanpakken’-golf in de politiek. En de burger er onder houdt.

En nu de pointe. Buiten de publieke belangstelling wordt nu de Nationale Politie opgericht. Dat is een mega-reorganisatie waarbij uit 26 zelfstandige korpsen een hiërarchie van tien districten moet worden gemetseld. 49.500 fte’s worden opnieuw ingedeeld – 230 miljoen tegelijk bespaard met ‘slimmer’ beheer. De politie gaat zich de komende jaren intensief met zichzelf bezighouden. Het zal dan over van alles gaan, behalve over de kern van het politiewerk. Welk soort politie willen we – de maatschappelijk geïntegreerde professional die kan improviseren? Of de ‘nationale politieagent’ nieuwe stijl die de mantra van hard aanpakken letterlijk uitvoert? Ik vrees de protocolagent die voor alles wil voorkomen dat zijn buurtinitiatieven worden afgerekend als theedrinken met de vijand.

Folkert Jensma

Debat via nrc.nl/rechtenbestuur, Twitter: #rechtenbestuur