Cor van der Laak, dr. Clavan en Tedje van Es zijn onsterfelijk

Na jaren vragen gaven Kees van Kooten en Wim de Bie interviewer Coen Verbraak toestemming voor een documentaire over hun leven en werk als tv-duo. Hoe werkten ze? En welke betekenis hadden ze? Hoogleraar Herman Pleij ziet in hun satire een vooruitwijzing naar de tijd van nu. Inclusief Tegenpartij.

Vaststellen dat Van Kooten en De Bie hun tijd vooruit waren is weinig origineel, maar daarom niet minder waar. Populisme, de marxistische heilstaat, de verbeelding aan de macht en de verruwing van de omgangsvormen werden trefzeker geridiculiseerd in de oudere jongere Koos Koets, de Vieze Man en zwerver Dirk. Wethouder Hekking van Juinen lijkt zelfs geboren voor Facebook en andere podia voor zelfpromotie. Telkens zijn gezicht voor de camera schuivend verbeeldde hij de postideologische honger naar prestige van nu. Het geloof in hemelse beloningen of arbeidersparadijzen op aarde is vervaagd, je moet hier en nu aan je trekken komen want later is te laat. Daarbij werd ook de draak gestoken met wat later het routinegedrag vormde van menig politicus. Hekking keek recht de camera in en overviel de kijker met een quasipersoonlijke benadering, lang voordat deze techniek goed en wel bestond.

Egocentrisme vulde ook het programma van De Tegenpartij waarmee Jacobse en Van Es aan de verkiezingen wilden deelnemen. Ze presenteerden zich als vrije jongens die lak hadden aan de Haagse machtspelletjes. Geen plucheplakkers maar zichzelf bedruipende ondernemers die de taal van het volk spraken. Zij garandeerden dat de massa nu ook aan zijn trekken zou komen, zoals de partijleuzen aankondigden: ‘Geen gezeik, iedereen rijk’ en ‘Samen voor ons eigen’.

Zo’n tegenpartij is er ook gekomen, inclusief de stuitende onbeschaafdheid in woord en gedrag. Die zet zich inderdaad af tegen het establishment, schuift alle frustraties van de gewone man in de schoenen van de Haagse uitbuiters en bepleit de handhaving van de Oudhollandse waarden. Jacobse en Van Es kwamen zo overtuigend over, dat er zich werkelijk kiezersvolk aanmeldde om de beweging de Tweede Kamer in te helpen. Daarop besloten de makers, met alweer vooruitziende blik, hun helden op het Binnenhof om zeep te brengen.

Populisme stond destijds in goede reuk bij de progressieven: de arbeider aan de macht, weg met de vermolmde structuren, de dood aan het gezag der vaderen. In plenaire vergaderingen zou het gezonde verstand iedereen een rijk bestaan bezorgen. Heel wat intellectuelen werden beheerst door zulke gedachten die men vooral binnen de universiteiten in praktijk probeerde te brengen – van de fabrieksvloeren werden ze snel verwijderd door echte arbeiders.

Maar ook die waren niet veilig voor Van Kooten en De Bie. Vakbondsleider Aad van der Naad was een wandelende ontwenningskuur voor elk optimisme over arbeiders aan de macht. En de creativiteit van Koos Koets bleek te vervliegen in hasjdampen en het gemompel van zijn strijdkreet ‘Mozes kriebel’. Daarmee werd het opgeruimde populisme van toen de nek omgedraaid en vervangen door het vooruitzicht op collectieve verhuftering.

Alles werd opgehangen aan typetjes. Die beheersen nu het tv-amusement. Maar de allegorische personages van het duo zijn daarbij wel vervlakt tot imitaties van werkelijke personen. Zelf deden ze dat ook een enkele keer. Maar hun echte typen boorden diepere sentimenten aan door de belichaming van ondeugden en humbug op elk vlak van de samenleving. Dat komt harder aan dan na-aperij van bestaande figuren. Inhakend op het populaire onderuithalen van autoriteiten – Wim Kan was hun grote voorbeeld – ontwierpen ze de tv-deskundige. Die is onsterfelijk gemaakt in Dr. Remco Clavan, Oost-Europakenner. Niet alleen werd met deze binnensmonds galmende windbuil de wetenschap te kijk gezet, ook de journalistiek kreeg verregaande gemakzucht aangewreven door het inzetten van een ‘geleerde’ in plaats van het eigen vernuft: Clavan had niets van enige betekenis te vertellen.

Zelf zegt het duo graag dat de werkelijkheid hun satire heeft ingehaald. Daarbij zijn de gesignaleerde misstanden niet alleen door hun humor tegengehouden maar ook bevorderd. Eigenlijk voorspelden ze fundamentele maatschappelijke veranderingen, waarmee ze menigeen bewust maakten van nieuwe opties. En dat kon ten goede en ten kwade uitpakken. Misschien is het eerder zo dat ze de tijd bespeelden. En een enkele keer dirigeerden ze de toekomst.

Zo werden de obsessies over goed en fout in de Tweede Wereldoorlog opgeschud door de daden van de gebroeders Gé en Arie Temmes. Die ruzieden permanent over onbenullige zaken. Juist daardoor brachten ze het nodige reliëf aan, wat de erkenning van veel grijs gedrag gedurende de Bezetting ook in bredere kringen mogelijk maakte. Tijdens de Dodenherdenking stonden ze onder een wapperende driekleur stram in de houding voor hun tuinhuis.

Arie maakte van de gelegenheid gebruik om ook hun vader te gedenken. Maar die was in 1957 overleden, fluisterde Gé, mag dat wel? Meteen kreeg hij op zijn donder van zijn broer, want hoorde je niet doodstil te zijn tijdens deze plechtigheid? Samen herdachten ze ook een eigen verzetsdaad. Een Duitser, op zoek naar het station, was met doodsverachting door Arie om de tuin geleid. ‘Do ist de Bahnhof’, had hij gezegd, een heel andere kant opwijzend – de broers waren er nog vol van.

De tijd werd het sterkst bewogen door De Bie’s oud-leraar Duits. Die was niet speciaal leuk. Hij verbeeldde de barse autoriteit van wie Nederland zich zojuist bevrijd had – zeker in het onderwijs. Daar droegen de leraren inmiddels truien en spijkerbroeken, terwijl ze de kinderen dwongen om je en jij te zeggen. Maar deze Germanist hield verbitterde tirades tegen de achterlijkheid van zijn gewezen leerlingen en hun gebrek aan goede manieren. Niets wisten of wilden ze. Nee, dan vroeger: iedereen kon rijtjes opdreunen en Goethe citeren. Daarvan gaf hij aandoenlijke demonstraties, soms met het schuim op de mond.

Deze leraar Duits had ook iets tragisch in zijn verzet. De kijker kon moeilijk menen dat de door hem verdedigde waarden totaal zonder betekenis waren. De tragiek zat vooral in het wanhopige van zijn eenzame strijd, zelfs gereflecteerd in het meegevoerde boodschappennetje voor een halfje melk. Nooit vond hij weerklank. En zijn getier stokte abrupt, waarna hij woedend weg beende.

Toch heeft deze leraar gelijk gekregen. De onverschillige omgang met cultuur en de losse manieren zijn inderdaad ontaard in ordinaire zelfpromotie. Maar dat vond die leraar Duits ook al.

Zulke satire is fenomenaal. Dat geldt ook voor heel wat van hun andere typetjes die voor scherpe maatschappijvisies staan. Van Kooten en De Bie hielden niet alleen een spiegel voor, maar haalden de tijd ook overhoop. En soms wisten ze die zelfs onze kant op te duwen.