Cel voor verdachten in vastgoedfraude

Voor het eerst heeft het Openbaar Ministerie (OM) een omvangrijk fraudeonderzoek succesvol voor de rechter gebracht. Alle elf verdachten in de fraudezaak met vastgoed van Bouwfonds en het Philips Pensioenfonds werden gisteren door de rechtbank in Haarlem veroordeeld voor hun rol in de affaire. Wel kregen alle verdachten op één na een lagere straf dan het OM had geëist. Eerder betaalden verschillende verdachten in totaal al tientallen miljoenen euro’s aan benadeelde partijen.

De hoofdverdachten, voormalig Bouwfonds-directeur Jan van V. en voormalig Philips-Pensioenfondsdirecteur Will F., werden tot vier jaar veroordeeld voor onder meer valsheid in geschrifte, witwassen, niet-ambtelijke omkoping en deelname aan een criminele organisatie. Tegen hen was respectievelijk zeven en vijf jaar geëist. Meest opvallend was de straf voor oud-bestuursvoorzitter van Bouwfonds Cees H. Hij kreeg een taakstraf van 240 uur voor witwassen en valsheid in geschrifte. Tegen hem was vier jaar geëist. Maar de rechtbank achtte niet bewezen dat hij deel had uitgemaakt van de criminele organisatie geleid door Jan van V.

Onder het motto ‘we worden allemaal rijk’ heeft Van V. volgens de rechtbank als directeur van Bouwfonds enorme bedragen aan zijn werkgever onttrokken. Zo leidde hij volgens de rechtbank een soort „onderneming binnen een onderneming”. Door valse facturen kwamen er miljoenen van Bouwfonds terecht bij bijvoorbeeld makelaars en onderaannemers, die dat geld via via doorbetaalden aan Van V., die het vervolgens verdeelde onder de verdachten.

Bij de vastgoedtak van het Philips Pensioenfonds werden de oud-directeuren Will F. en Rob L. omgekocht en gefêteerd met reisjes en cadeautjes, zodat ze grote pakketten vastgoed waar het fonds vanaf wilde aan Van V. gunden. Die verkocht die pakketten vervolgens met mooie winsten door.

De straffen voor de verdachten vielen gisteren lager uit, juist doordat de rechtbank stelde dat het Philips Pensioenfonds door de verdachten niet was opgelicht. Volgens de rechtbank is niet aangetoond dat het vastgoed van het pensioenfonds door de directeuren van het fonds tegen te lage prijzen werd verkocht aan Van V. „Algemeen bekend was dat deze pakketten onroerend goed voor een prijs werden verkocht die net iets boven de taxatiewaarde lag”, zo stelt de rechtbank in het vonnis. Ook concludeert de rechtbank daaruit dat „commerciële belangen binnen Philips Pensioenfonds en Philips Real Estate Investment Management kennelijk niet voorop stonden.”

Voor het OM was deze strafzaak van enorm belang. Het was het grootste fraudeonderzoek uit de Nederlandse geschiedenis. De zaak begon in november 2007. Toen werden in binnen- en buitenland op meer dan vijftig adressen huiszoekingen verricht. Vijftien verdachten werden opgepakt, maar er waren er meer dan honderd. Met veel kleinere verdachten werd later geschikt. In de formulering van de strafeisen haalde het OM vorig jaar september hard uit naar de verdachten. Ze hadden „de integriteit van het Nederlands bedrijfsleven op het spel gezet”. Het OM hoopte met hoge straffen een voorbeeld te stellen voor anderen.

De rechtbank bleef in haar vonnis gisteren weg van morele beschouwingen. In een urenlange zitting zette de rechter in zakelijke, juridische taal feitelijk uiteen waar de zaak om draaide. De rechtbank gaf Van V. een iets lagere straf, omdat hij op de zittingen openheid van zaken had gegeven. „De verdachte heeft uitleg gegeven zonder daarbij de vinger naar anderen te wijzen of de schuld af te schuiven.”

Vastgoedfraudeurs: Economie, pagina 4-5