Boos is fijn, maar ’t onderwijs heeft er ongeveer niets aan

In groep acht zitten 26 leerlingen. Er zijn maar 5 meisjes. Hoeveel procent ongeveer van de leerlingen van groep acht is een meisje? A ongeveer 1/5%, B ongeveer 5%, C ongeveer 20%, D ongeveer 25%. Deze rekenvraag (kladpapier toegestaan) uit de Cito-toets (‘Eindtoets Basisonderwijs’) van 2011 vat aardig samen wat er ‘ongeveer’ mis is met

In groep acht zitten 26 leerlingen. Er zijn maar 5 meisjes. Hoeveel procent ongeveer van de leerlingen van groep acht is een meisje? A ongeveer 1/5%, B ongeveer 5%, C ongeveer 20%, D ongeveer 25%.

Deze rekenvraag (kladpapier toegestaan) uit de Cito-toets (‘Eindtoets Basisonderwijs’) van 2011 vat aardig samen wat er ‘ongeveer’ mis is met het rekenonderwijs in Nederland. Kinderen gaan naar het voortgezet onderwijs met een globaal gevoel voor getalletjes, ontwikkeld aan de hand van verhaaltjes. Zij leren winkelen maar niet echt rekenen.

Dat krijg je met te veel dokters aan het bed van een vrij gezonde patiënt. Aan het Nederlandse onderwijs is decennialang geopereerd door idealisten en kleine kapiteins. Allen hadden het beste voor met zichzelf, en natuurlijk met de kinderen. Iedere ingreep riep een radicale correctie op. Op den duur klonk steeds de wijsheid ‘Nu afblijven’, maar dan bedacht iemand de definitieve verbetering.

Deze week sloegen de stoppen weer eens door. Als 10.000, misschien wel 20.000 leerkrachten hun klaslokaal onbemand laten en met toeters en spandoeken naar de Jaarbeurs reizen om te demonstreren, dan is er wel iets aan de hand. Hun boosheid gaat over 40 verplichte lesuren uur per jaar extra en een vakantieweek minder. Althans zo lijkt het als je de geschiedenis vergeet.

O wat een verwende werknemers, zeggen de coalitiepartners die het onderwijs weer pittig willen maken. Ga toch niet zo 19e-eeuws staken, grijp je kans en maak je meester van het onderwijs, schreef Harm Beertema, PVV-Kamerlid met een missie die docenten zou moeten aanspreken. Een bestuurder van de onderwijsvakbond AOb verklaarde de minister te dom voor haar taak. Iedereen boos. Excuses volgden, standpunten bleven. Lastig, iedereen heeft een beetje gelijk.

Beertema was jaren leraar Nederlands in het middelbaar beroepsonderwijs. Hij zag zijn school opgaan in fusies en werd door onderwijskundigen gedegradeerd tot zaalwacht terwijl de leerlingen van de computer les kregen. Via Beter Onderwijs Nederland kwam hij in de Kamer voor de PVV. Nu wil hij het verschil maken: leerlingen gaan weer leren, docenten lesgeven en weg met de eigen agenda’s van bonden en bestuurders.

Maar hoe doe je dat? Door je stempel te zetten op een eindeloos bepolderd akkoord tussen de minister en ‘het veld’ – raden, bonden, besturen, noem het hele niet-lesgevende hogere schalen-circuit maar op. Best begrijpelijk dat Beertema een strijdpunt kiest: 1040 uur les per schooljaar. VVD en CDA hebben hun gedoogpartner z’n zin gegeven. Kwaliteit=voldoende lesuren.

Niet handig. Iedereen weet nog de scholierenstaking van 2007 over de ‘ophokuren’. Zoals het ook niet handig is scholen en dus docenten meer uren les te laten geven en tegelijk een week zomervakantie af te nemen. En de kinderen uit het bijzonder onderwijs in de gewone klassen erbij te zetten.

Een potje kijven over en weer is evenmin handig. Zou het kunnen zijn dat de onderwijsbonden hun eigen rol als belangenbehartigers materiëler definiëren dan goed is voor het beroep van leraar?

Wat zou het mooi zijn als een bevlogen leraar opstond die uitlegde dat de beroepsgroep inderdaad graag serieus genomen wil worden. Een lerarenvoorvrouw of –man die kon uitleggen dat al het didactisch gebabbel even genoeg is geweest. Een boegbeeld dat de nieuwbouwwaan van bestuurders als die van het ROC Arcus in Heerlen (zie VPRO’s De Slag om Nederland van 23 januari) aan de kaak stelt.

Het is tijd dat leerkrachten, in het basisonderwijs en allerlei soorten voortgezet en hoger onderwijs uit hun schulp kruipen. Hun status kon zo afkalven omdat iedereen het liefst z’n eigen les geeft. Mokken in de docentenkamer hielp niet. Wie meer wilde verdienen moest gaan coördineren of leiding geven. De VVD wil nu met prestatiebeloningen het goede lesgeven aanmoedigen. Maar het verschil met de buitendienst van een dubbele beglazingsfirma is groot en hoort dat ook te zijn. Het gaat nu om geld maar het gaat niet echt om geld.

Docenten die murw zijn van de veranderlawine uit Den Haag moeten voortaan eerder opstaan. Beertema vroeg deze week terecht in De Volkskrant: ,,Waar waren de boze leraren toen het realistisch rekenen werd opgelegd door de bestuurders waardoor onze kinderen niet meer kunnen cijferen? Waar was de boze leraar toen van hogerhand werd besloten dat het vak geschiedenis er niet meer toe doet?’’

Nu iedereen het Chinese en het Indiase wonder steeds dichterbij ziet komen en bijna iedereen beseft dat Nederland het moet hebben van slimme diensten en producten, is een deltaplan voor het onderwijs nodig. Hou op met oude ruzies. Zorg dat de pedagogische academies weer als de hazen leren rekenen en spellen, zorgen voor aardrijkskunde en geschiedenis, een vreemde taal op de basisschool. Martel gekwalificeerde zij-instromers voor het voortgezet onderwijs niet af met semi-universitair geneuzel voor een papiertje.

Excellentie Van Bijsterveldt, u bent helemaal niet onbekwaam voor uw vak als u kans ziet een groot deel van het fictieve onderwijsveld om te scholen tot docent – aan de slag. Beste vakbondsleiders, kom op voor het vak van uw leden, niet zo opzichtig voor hun verworven rechten. Vakbekwaamheid en een vonk tussen docent en leerlingen, de rest is ondersteunend.

,,Maaike heeft 130 euro, ze koopt een jas (44,90) en een broek (29,95). Hoeveel euro ongeveer heeft Maaike dan nog over?’’ Over anderhalve week gaan al die achtste groepers weer zweten op de misverstanden van hun ouders’ generatie.

 

P.S. ‘Bijzonder onderwijs’ hierboven moet natuurlijk ‘speciaal onderwijs’ zijn. Stom.