Antikapitalistische SP

Toen de SP in 1972 werd opgericht, was het de politieke partij die meende dat pas van een „demokratie” kon worden gesproken als „Nederland een socialisties land is geworden”. Niet veel kiezers waren dat met de SP eens. De partij veroverde wel zetels in enkele gemeenteraden (Nijmegen, Oss), maar kwam er nationaal niet aan te pas. Pas twintig jaar later brak de SP landelijk door. De slogan ‘Stem tegen, stem SP’ was toen goed voor twee zetels in de Tweede Kamer.

Veertig jaar na haar oprichting is de SP een machtsfactor van betekenis geworden. Ze leverde al wethouders, met name in Noord- Brabant, en na de Provinciale Statenverkiezingen van vorig jaar vergrootte ze haar invloed door voor het eerst in de geschiedenis toe te treden tot enkele colleges van Gedeputeerde Staten.

De actiepartij van voorheen, die er mantelorganisaties als Bond van Huurders en Woningzoekenden (BHW) en Milieu Actiecentrum Nederland (MAN) op nahield, is actiepartij gebleven, zeker op lokaal niveau. Maar ze is ook een bestuurderspartij geworden, die lonkt naar regeringsdeelname. Ze heet niet meer Socialistiese maar Socialistische Partij en heeft zelfs een enkele ideologische veer van zich afgeschud. De SP blijft voor een gekozen staatshoofd, maar als Nederland nu eenmaal een monarchie wenst: vooruit. De NAVO moet wel worden omgevormd, stelt ze in haar verkiezingsprogramma uit 2010, maar Nederland hoeft niet meer op stel en sprong uit de verdragsorganisatie.

Maoïstisch is de partij ook allang niet meer. „Wij hebben ons in de jaren zeventig schuldig gemaakt aan utopisch denken toen we te lang positief waren over de gang van zaken in China”, zegt voormalig partijleider Jan Marijnissen op de website van de SP tegen filosoof Hans Achterhuis.

De realiteit van nu is dat de SP in ledental de derde partij van Nederland is, na CDA en PvdA maar ruim voor de VVD, die bij de verkiezingen vorig jaar de meeste stemmen verwierf. Volgens een van de peilingen van de afgelopen week zou de SP nu bij verkiezingen de grootste partij van Nederland worden. De strakke organisatie van de SP, die in de loop der jaren wel minder autoritair, minder hiërarchisch en opener is geworden, zal menig andere partij met afgunst bezien.

Maar alle veranderingen ten spijt: de SP is primair de antikapitalistische partij gebleven die zij vanaf 1972 is. In haar kernvisie Heel de mens, daterend uit 1999 en nog geldig, wordt in ferme bewoordingen afgerekend met het brute kapitalisme, met liberalisering en privatisering en is er veel ruimte voor scepsis over de vrije markt. De SP is de partij van het geloof in gratis onderwijs en gratis gezondheidszorg, dus ook van forse belastingverhogingen en van drastische nivellering: niet alleen het minimumloon moet wettelijk zijn verankerd, maar ook een maximumloon. Dat bestuurders of volksvertegenwoordigers van de SP verplicht zijn een groot deel van hun inkomen aan de partijkas af te staan, laat zien dat de partij rigide opvattingen heeft over inkomensverschillen.

Voor een open economie als die van Nederland zijn de plannen van de SP feitelijk onuitvoerbaar; ze zouden desastreus uitpakken. Maar zij vormen wel een reactie op de donkere kanten van de vrije markt, op het wangedrag van de financiële sector, waarvan de kredietcrisis en schuldencrisis mede een gevolg zijn. Daarmee is ook het succes van de SP mede verklaard, al hoeft dat zeker niet van permanent karakter te zijn, zoals al eerder is gebleken. Was de SP met 25 zetels in 2006 nog de grootste oppositiepartij, in 2010 verloor zij onder de kersverse leider, Emile Roemer, tien zetels. Omdat dit nog alleszins meeviel, werd hem dat niet aangerekend.

Niettemin: de verkiezingsuitslagen van de laatste jaren en de peilingen van de laatste tijd laten zien dat er een voedingsbodem is voor het soort socialisme dat de SP voorstaat. De opkomst van dit anti-kapitalisme is slechts door het kapitalisme zelf te bestrijden. Dat betekent: in eigen huis orde op zaken stellen en in eigen belang excessen bestrijden en uitwassen wegsnoeien.