ANC niet altijd even blij met een boycot

Het is hier eerder gezegd: het buitenland is in Zuid-Afrika nagenoeg non-existent. Het land heeft genoeg eigen problemen om de nieuwsrubrieken en opiniepagina’s mee te vullen en ziet zichzelf bij voorkeur ook als het onvermijdelijk middelpunt van de wereld, of op zijn minst van Afrika.

Dat verandert onverwijld als de portemonnee in gevaar komt. De prijs van een liter benzine is de laatste drie jaar met 40 procent gestegen en dreigt komende week op zo’n 1,18 euro uit te komen. „Schokkend”, kopt een van de kranten.

Dat de Europese Unie deze week een olie-embargo heeft ingesteld tegen Iran is slecht nieuws: Zuid-Afrika haalt 29 procent van zijn olie uit Iran. Alleen Turkije en Sri Lanka zijn meer afhankelijk van Iraanse olie. Tezelfdertijd is de Europese Unie, ondanks het agressieve Afrikabeleid van China, nog altijd de grootste handelspartner van Zuid-Afrika.

Onder druk van de EU en ook van de Verenigde Staten, dat eerder een olieboycot tegen Iran instelde en een onderminister naar Pretoria stuurde om dat uit te leggen, kijkt Zuid-Afrika nu of de afhankelijkheid van Iraanse olie verminderd kan worden.

Makkelijk is dat niet, zei een topambtenaar in de Cape Argus, omdat de meeste Zuid-Afrikaanse raffinaderijen in het bijzonder geschikt zijn voor Iraanse ruwe olie. En de Zuid-Afrikaanse automobilist wil volgens haar bovenal niet opdraaien voor de aanpassingskosten.

Na een recent staatsbezoek aan Angola, de tweede olieproducent van het continent, dook president Jacob Zuma afgelopen week niettemin plotseling op in Qatar. Voor de zekerheid.

Maar Zuid-Afrika, dat deze maand het roulerend voorzitterschap van de VN-Veiligheidsraad bekleedt, is bovenal bang om zich voor of tegen Iran te moeten uitspreken, schrijft Peter Fabricius die in zijn eentje de buitenlandredactie van The Star en dertien andere dagbladen bestiert. Van kiezen houdt de regering-Zuma in het algemeen niet erg.

Je zou zeggen dat de ANC-regering na de VN-sancties tegen het apartheidsregime vanaf de jaren zestig groot voorstander van die strafmaatregel is. Maar Zuid-Afrika is nog groter voorstander van ‘Zuid-Zuid-handel’.

Het Zuid-Afrikaanse telefoonbedrijf MTN haalt eenvijfde van zijn omzet uit Iran en energiegigant Sasol, genoteerd op de New York Stock Exchange, heeft juist grote investeringen in Iran gedaan. De partners in het BRICS-overleg, vaste Veiligheidsraadsleden China en Rusland in het bijzonder, zijn daarbij geen al te grote voorstanders van sancties en Zuid-Afrika wil die zorgvuldig gesmede relaties met die landen ook niet in gevaar brengen.

Bovendien weet Zuid-Afrika als geen ander hoe contraproductief internationale sancties kunnen zijn. Tijdens de internationale isolatie van het apartheidsregime werd het land steeds inventiever en daardoor minder afhankelijk van de rest van de wereld. Zelfs als het ging om olie.

Sasol (Suid Afrikaanse Steenkool en Olie) opende in de jaren tachtig de grootste ‘Coal-to-liquid’-fabriek ter wereld en produceert nog altijd dagelijks 160.000 vaten synthetische olie.

De vraag is, schrijft buitenlandredacteur Fabricius, hoe lang Zuid-Afrika in de Veiligheidsraad een stemming over VN-sancties kan omzeilen. Het tijdelijke lidmaatschap loopt eind dit jaar af.