Via de lymfe springen prionen snel over

De barrière die prionen ondervinden om over te springen tussen soorten is veel kleiner dan gedacht. Dat blijkt uit experimenteel onderzoek met muizen.

Prionen die oorzaak zijn van gekkekoeienziekte kunnen veel makkelijker naar de mens overspringen dan eerder werd aangenomen. Dat komt omdat prionen heel lang subklinisch (zonder ziekteverschijnselen) kunnen overleven in het lymfesysteem, waar ze zich sneller dan in hersenen vermeerderen en ook meer varianten genereren. Door die grote variatie en de grote aantallen is de kans groter dat prionen overspringen van soort op soort. Dat suggereren Franse onderzoekers vandaag in het wetenschappelijk tijdschrift Science.

Hoewel het al langer bekend was dat ziekmakende prionen zich ook vermeerderen in lymfeklierweefsel, hebben wetenschappers „grotendeels over het hoofd gezien” dat hier een extra risico aan zit, zegt eerste auteur Vincent Béringue in een toelichting. Het lymfesysteem bestaat onder meer uit de amandelen, milt, blinde darm en lymfeklieren.

De Fransen gebruikten voor hun onderzoek genetisch gemanipuleerde muizen die in plaats van hun eigen prionen normale prionen van de mens, het rund of het schaap hadden gekregen. Vervolgens injecteerden ze deze muizen met ziekmakende prionen (BSE of CWD, zie kader). Alleen de muizen met runderprionen, werden (allemaal) ziek na de injectie met BSE. De anderen werden niet ziek, maar raakten soms wel geïnfecteerd. De onderzoekers bekeken ook of de muizen aan het einde van hun leven nog ziekmakende prionen in hun organen hadden.

Na injectie met BSE-prionen in de hersenen van muizen met mensprionen werden de verkeerd gevouwen runderprionen na lange tijd bij gemiddeld 7 procent van de muizen in de hersenen teruggevonden. „Maar als je bij dezelfde dieren in de milt kijkt, kom je de prionen bij 65 procent tegen”, zegt Béringue. „De lymferoute is dus ongeveer tien keer zo efficiënt. Bij muizen met schapenprionen die geïnjecteerd waren met CWD-prionen zagen we dat ook.”

De implicatie van het onderzoek is dat er ook bij mensen nog ‘stille infecties’ kunnen zijn van BSE. Met name in Groot-Brittannië, waar naar schatting meer dan een miljoen gekke koeien in de menselijke voedselketen terecht kwamen en waar inmiddels 176 mensen zijn overleden aan de gevolgen van Creutzfeldt-Jakob. Béringue waarschuwt dat om die reden bijvoorbeeld heel erg voorzichtig omgesprongen moet worden met bloedtransfusies, „want als ziekmakende prionen in de lymfe zitten, is de kans aanwezig dat ze ook in het bloed zitten.”

„Dat prionen nog steeds in de populatie rondwaren zonder ziekte te veroorzaken wisten we al lang”, zegt priondeskundige Fred van Zijderveld van het Centraal Veterinair Instituut in Lelystad. „In Groot-Brittannië hebben ze daarom al ingevoerd dat iemand die ooit een bloedtransfusie heeft ontvangen geen donor meer mag zijn voor anderen. Zo voorkom je secundaire infecties.”

Uit studies van verwijderde amandelen en blinde darmen in Groot-Brittannië bleek dat een op de vierduizend Britten besmet is met ziekmakende prionen. „Prionen hebben zo’n allemachtig lange incubatietijd dat de meesten van hen nooit ziek worden”, zegt Van Zijderveld.

Maar uit het onderzoek van Béringue en zijn collega’s blijkt ook dat de prioninfectie lange tijd zo laag kan zijn dat hij aanvankelijk niet detecteerbaar is. Zo´n Sluimerende infectie zou later nog gevaarlijk kunnen vormen. „Risicomanagers moeten er rekening mee houden dat het aantal stille dragers van prionziekten mogelijk veel groter is dan aanvankelijk werd gedacht. Onze resultaten laten zien dat prionen in de lymfe jarenlang stil kunnen overleven.”

De gevaren van prionziekten kunnen worden onderschat als niet ook rekening gehouden wordt met de sluimerende infectie van de lymfe. „Onderzoekers hebben eerder vastgesteld dat CWD-prionen zich niet vermeerderen in muizen met mensenprionen. Maar zover ik weet heeft niemand ooit naar het lymfeweefsel van deze muizen gekeken.”

CWD komt in de Verenigde Staten voor bij herten en elanden en mogelijk hebben jagers daar Creutzfeldt-Jakob opgelopen door het eten van wild.

Dat is „een punt van aandacht” zegt Van Zijderveld, maar ten aanzien van BSE zijn er naar aanleiding van deze studie volgens hem geen extra maatregelen nodig. „De BSE-epidemie is zo goed als bestreden. We zitten echt aan de staart van de epidemie.”