Staat verkleint risico op staatsschuld door langer uit te lenen

Om beter gewapend te zijn tegen een hogere rente in de toekomst, verhoogt de Nederlandse overheid geleidelijk de looptijd van staatsleningen. Bijkomend voordeel is dat de lage rente van dit moment ervoor zorgt dat er relatief goedkoop voor een langere periode kan worden geleend.

Vorige week heeft de agent van Financiën, die de financiering van de schulden regelt, een dertigjarige lening afgesloten. Dat gebeurt vaker, maar in de praktijk wordt die lening daarna verkocht aan andere financiële partijen en vervolgens komen daar leningen met een looptijd van zeven jaar voor in de plaats.

Dat maakte minister Jan Kees de Jager (Financiën, CDA) gisteren bekend tijdens een kamerdebat over de financiering van de staatsschuld. Hij reageerde op vragen van de Tweede Kamer waarom Nederland met het huidige lage renteniveau niet langer leent. Tot nog toe was het streven van Financiën om de gemiddelde looptijd van staatsleningen op zeven jaar te houden.

De Jager benadrukte dat de keuze voor langere looptijden vooral ingegeven is door prudentie, en minder door kostenvoordelen. „Financieel gezien is het voor de korte termijn het goedkoopst om alles kort te financieren.” Tot nog toe werd een looptijd van zeven jaar als veiligste middel beschouwd om bijvoorbeeld rentestijgingen op te vangen. Omdat de rente voor langlopende leningen nu relatief laag is geworden, is de kans op een substantiële stijging groter dan op een daling. Op een lening met een looptijd van dertig jaar betaalt Nederland zo’n 2,5 procent.

Het is overigens in de praktijk niet mogelijk om de staatsschuld van 400 miljard euro volledig met bijvoorbeeld 30-jarige leningen te financieren. Daarvoor ontbreekt volgens De Jager de markt. „Financiële partijen verlangen dat wij verschillende leningen met verschillende looptijden aanbieden.”

De Kamer reageerde positief op het nieuws dat de looptijd van staatsleningen nu oploopt tot boven de zeven jaar. Volgens Ed Groot (PvdA) is het „een teken van kracht” dat Nederland zulke leningen kan wegzetten. Landen als Italië en Frankrijk zijn juist gedwongen om voor kortere periodes te lenen.