Prelaat: in Vaticaan veel corruptie

Het Vaticaan is in opspraak gekomen door beschuldigingen van een hoge prelaat dat nepotisme, corruptie en vriendjespolitiek schering en inslag zijn bij de contracten die Vaticaanstad afsluit.

De beschuldigingen komen naar voren in brieven van aartsbisschop Carlo Maria Viganò, de voormalige tweede man van Vaticaanstad.

Hij claimt te zijn weggepromoveerd naar Washington, waar hij als apostolisch nuntius de ambassadeur van de paus is.

De Italiaanse tv-zender La 7 maakte woensdagavond brieven openbaar van Viganò aan zijn superieuren en aan de paus zelf.

Daarin schrijft hij onder andere dat in het Vaticaan een lastercampagne tegen hem is opgezet omdat hij stond op transparantie en openheid bij alle financiële transacties.

Viganò trad in 2009 aan als vicegouverneur van Vaticaanstad, het kleine staatje in het hart van Rome. Hij was in die functie verantwoordelijk voor infrastructuur als gebouwen, tuinen, de musea en de straten.

Het wordt voor een groot deel op zijn conto geschreven dat het stadstaatje in een jaar tijd een tekort van 8 miljoen euro wist om te buigen naar een overschot van 33 miljoen.

Daarbij kreeg hij al snel de reputatie een lastpost te zijn, omdat hij een einde maakte aan veel bestaande praktijken. Zo bleek de enorme kerststal op het Sint-Pietersplein 200.000 euro goedkoper te kunnen dan de 550.000 euro die in 2009 werd betaald.

Hij ontdekte ook dat Vaticaanstad voor bepaalde werkzaamheden zeker twee keer zoveel betaalde als vergelijkbare contracten in Rome zelf.

In maart vorig jaar werd hij van zijn functie ontheven, hoewel hij volgens planning had moeten aanblijven tot 2014. Kort daarop schreef hij in een brief aan de paus dat zijn ontslag „verwarring zou veroorzaken onder al degenen die geloofden dat het mogelijk is zoveel situaties van corruptie en oneerlijkheid op te schonen.” In oktober werd Viganò tot nuntius benoemd.

Het Vaticaan betwist de echtheid van de brieven niet. In een lange verklaring zei de woordvoerder van de paus gisteren dat het tv-programma „onvolledig en banaal” was opgezet. De beschuldigingen illustreren volgens hem de vooringenomenheid van een deel van de pers.