Prachtig, maar wat wil dit zeggen?

Angela Bulloch, Short Big Drama. T/m 9 april in Witte de With, Rotterdam. Di t/m zo 11-18u. Inl: wdw.nl ***

Al in de eerste zaal van de tentoonstelling Short Big Drama wordt duidelijk wat Angela Bullochs belangrijkste kenmerk is: ze speelt graag met afstand. Neem het werk Fundamental Discord: 16 (2005). Dat bestaat uit zestien kubusvormige lichtboxen (van ruim vijftig centimeter) in vier rijen op de grond. Samen tonen ze een weelderige symfonie van licht: alle kleuren uit het spectrum trekken voorbij, in de meest verrassende combinaties. Alleen: waarom die kleuren, en waarom zo? Tot je de begeleidende tekst leest: daaruit blijkt dat Bulloch de kleuren afleidde uit Ran, de Akira Kurosawa-klassieker die bekend staat om zijn symbolische kleurgebruik; tegelijk vertegenwoordigen de kleuren (deels) de hoofdpersonen uit de film. Meteen is er die afstand. Waarom zo’n diepe kloof tussen verbeelding en inhoud? Wat wil Bulloch daarmee zeggen? En wat moet je er als toeschouwer mee?

Het curieuze is: hoe langer je rondloopt over Short Big Drama, hoe sterker de indruk wordt dat Bulloch in die laatste vraag nauwelijks is geïnteresseerd. Bulloch is duidelijk een artist-artist die zich druk maakt om haar verhouding tot andere kunstenaars – niet alleen Kurosawa, maar ook de Russische constructivisten en kunstenaars uit de traditie van het vroege conceptualisme als Lawrence Weiner en Sol LeWitt. Die laatste is sowieso een belangrijke inspiratiebron voor Bulloch, bijvoorbeeld in haar Drawing Machines: machines die semi-automatisch nogal saaie, monochrome muurtekeningen maken, aangestuurd door een computer of een minieme handeling van de toeschouwer. Daarmee refereert Bulloch aan LeWitts beroemde frase over conceptuele kunst waarbij ‘het idee de machine wordt die kunst maakt’.

Eenzelfde verwijzing naar LeWitt en regels zit in Bullochs Rules-serie die bijna de hele tweede verdieping van Witte de With beslaat. Deze serie bestaat uit tekstwerken, waarvoor Bulloch steeds een instructietekst uiteenrafelt, om de afzonderlijke zinnen vervolgens op de muur te schilderen volgens patronen die sterk doen denken aan het Russische constructivisme van Tatlin en El Lissiztky. Het vreemde is: net als Bullochs lichtwerken zien deze Rules-werken er prachtig uit, perfect getypografeerd en opgezet, waardoor je als toeschouwer meteen wordt geprikkeld te gaan lezen en reconstrueren. Maar, net als bij de lichtboxen, beland je vervolgens in limbo.

Oké, het is duidelijk dat veel van de regels die Bulloch gebruikt een vorm van (anti)idealisme in zich dragen (of het nu de regels van de Cosa Nostra zijn of de Big Mac-index) en dat daarin een verband zit met het idealisme van de constructivisten, LeWitt en Lisitzky. Maar dan? Wil Bulloch laten zien dat zulk idealisme altijd vast loopt in onbegrip en multi-interpretabiliteit? Wil ze verwarring scheppen? Maar waarom gebruikt ze dan zo nadrukkelijk het middel van balans en esthetiek?

En juist doordat alles zo open blijft, gaan allerlei raadsels en oneffenheden je ergeren. Waarom staat bijvoorbeeld op de laptop die de tekenmachines aanstuurt Hokusai’s beroemde Grote golf van Kanagawa? Waarom draaien die zogenaamde interactieve tekenmachines voornamelijk op de automatische piloot? En die tikfout in een wandtekst, heeft die ook een betekenis? Langzaam slaat Bullochs werk je zo met een raar mengsel van opstandigheid en melancholie. Je besef dat Bulloch enerzijds een product is van de tijd dat kunstenaars nog ongegeneerd konden rondwaden in hun eigen wereld, maar dat ze tegelijk, heel hedendaags, lonkt naar het publiek.

Dat maakt Short Big Drama een adequate afscheidstentoonstelling van Witte de With-directeur Nicolaus Schafhausen: Bullochs werk verbeeldt heel goed de overgang van de grootste en meeslepende zelfingenomenheid naar de fase waarin de post-conceptuele kunstenaars proberen het publiek voor zich te winnen zonder hun verworvenheden op te geven. Helaas lukt dat bij Bulloch allebei maar half, en precies dat laat de toeschouwer onbevredigd achter.