OM twijfelt bij zaak Zorreguieta

Het Openbaar Ministerie twijfelt over berechting van de vader van prinses Máxima wegens het laten verdwijnen van mensen tijdens de Videla-dictatuur in Argentinië. Dat blijkt uit een brief van officier van justitie Hester van Bruggen aan de advocaten die aangifte tegen Jorge Zorreguieta deden.

Zorreguieta kan volgens justitie alleen worden vervolgd als er concreet bewijs is dat Zorreguieta „persoonlijk betrokken is geweest bij of op de hoogte is geweest van concrete verdwijningen”. Van Bruggen heeft de advocaten gevraagd dat bewijs te verstrekken.

De advocaten, Liesbeth Zegveld en Góran Sluiter, vinden dat het OM verplicht is tot een onderzoek tegen Zorreguieta, onder meer op grond van het Verdrag ter bescherming tegen gedwongen verdwijningen. Tijdens de Argentijnse dictatuur (1976-1983) werden zo’n 30.000 mensen vermoord; duizenden werden gedrogeerd vanuit vliegtuigen in zee gegooid. Zorreguieta was toen bewindsman voor landbouw. Van Bruggen vindt het meer voor de hand liggen dat Argentinië de aangifte behandelt. De advocaten schrijven er in principe geen bezwaar tegen te hebben als Nederland „zich inspant” om in Argentinië „een serieus en oprecht strafrechtelijk onderzoek” tegen Zorreguieta te regelen.