Liefde, het is wind door de rozenstruiken

Knut Hamsun: Victoria. Uit het Noors vertaald door Cora Polet. De Geus, 124 blz. € 14,90

‘Vraag iemand wat liefde is; ze is niets anders dan het suizen en wegsterven van de wind door de rozenstruiken.’ Dit poëtische beeld keert in de roman Victoria (1898) van de Noorse schrijver en Nobelprijswinnaar Knut Hamsun enkele keren terug. Met kleine variaties, als een muzikaal motief. Telkens ligt de nadruk op de vergankelijkheid en vergeefsheid van de liefde, al komt het voor – maar bijna nooit – dat de liefde standhoudt. ‘Maar al haar wegen zijn bezaaid met bloemen en bloed, bloemen en bloed,’ noteert Hamsun elders met een veelzeggende herhaling van ‘bloemen en bloed’ als uiterste polen van de liefde.

De korte roman Victoria is nu opnieuw door De Geus uitgegeven. De eerste druk van de vertaling kwam in 1976 bij De Arbeiderspers uit. Deze heruitgave is terecht, evenals het eerder uitgekomen Mysteriën. Ondanks de beknoptheid is Victoria een rijke roman; in nauwelijks 120 bladzijden vertelt Hamsun het verhaal van de tragische liefde tussen jonkvrouw Victoria en de molenaarszoon Johannes.

Al vanaf hun vroegste jeugd zijn ze voor elkaar voorbestemd, maar het klasseverschil heeft hen altijd op bittere wijze gescheiden. Zij rijdt in koetsen, hij begeeft zich te voet; zij bewoont een landgoed, hij een nederig huis. Victoria gaat gekleed in stralend wit en zit aan bij kaarsverlichte diners; de molenaarszoon eet van een ruwhouten tafel.

Maar de onmogelijkheid van hun liefde is niet de enige verhaallijn. Op ingenieuze wijze betrekt Hamsun meerdere personages en hun noodlottige levensloop in de vertelling. Zo pleegt de landjonker, Victoria’s vader, zelfmoord door het landgoed, de Jonkerhof, in brand te steken. Kort daarvoor kwam het bericht binnen dat hun zoon Otto bij de jacht is omgekomen. Een kogel heeft zijn hoofd in tweeën gespleten. En over al deze tragische gebeurtenissen zweeft de witte gestalte van Victoria, als een onbereikbaar droombeeld.

Zeldzaam indrukwekkend. Victoria is een liefdesroman in poëzie. Tegen het slot richt Hamsun zich nog eens tot de lezer: ‘Vraagt iemand wat liefde is; ze is niets anders dan het suizen en wegsterven van de wind door de rozenstruiken.’ Suizen en wegsterven: vluchtiger kan de liefde niet beschreven worden.