Kunstenaars op 'Herfsttij' sluiten zich hermetisch af voor het publiek

Herfsttij van het modernisme, t/m 18/3 in de Vleeshal en De Kabinetten van de Vleeshal, Middelburg. Inl: vleeshal.nl *

De ruitjes van de Gotische Vleeshal in Middelburg zijn kleurloos, op één na. Dat is bedekt met blauw folie, een bescheiden ingreep van Remko Torenbosch met een minder bescheiden titel: European conceptualization in analytical philosophy on history and present. De zeer goede verstaander begrijpt daaruit dat dit het blauw van de EU-vlag is. De titels staan in een zaaltekst die dan ook een must is voor bezoekers: het kan voorkomen dat je kleine ingrepen over het hoofd ziet – drie sigaretten in een nis vormen met een tijdschrift en spuitbus een installatie van gerlach en koop. Het kan soms een beetje helpen bij pogingen deze raadselachtige kunst te begrijpen.

Vleeshaldirecteur Lorenzo Benedetti selecteerde 15 kunstenaars voor deze tentoonstelling, Herfsttij van het modernisme, wat klinkt als een heel wezenlijke titel. We hebben ongeveer een eeuw moderne kunst achter de rug, hoe staat het er nu mee? Modernismen bestonden in allerlei smaken, onvergelijkbaar, maar deelden een verlangen om de wereld te verbeteren. De abstracte composities van Mondriaan waren, hoe naïef ook, bedoeld als een blauwdruk voor een wereld vol harmonie. Ook de kunst van El Lissitzky was bedoeld om in het echt uitgevoerd te worden, als architectuur. De avant-gardes bloeiden tussen de wereldoorlogen in, tijden van grote onrust. Ook nu zijn er tijden van crisis. Deze expositie wil tonen hoe kunstenaars van nu omgaan met tijden van grote verandering.

In de tentoonstelling zijn er verschillende verwijzingen naar de 20ste eeuw. Sara van der Heide projecteert abstracte beelden die lijken op Mondriaan, Lissitzky. Volgens Benedetti doet ze dat met een 16mm film voor een nostalgisch effect. Dat lijkt een heimwee naar vorm, niet naar inhoud. Zo ook bij de 16mm-film waarin Martijn Hendriks zichzelf toont in zijn atelier, net als Bruce Naumann deed in zijn films. Hendriks verwerkt een driehoek in animatievorm in een film. Die technieken hadden Naumann en consorten niet, maar daar ging het hen ook niet echt om. Naumann wilde de grenzen van kunst en kunstenaarschap oprekken, door het lichaam en het atelier als uitgangspunt te nemen. Wat Hendriks wil oprekken, blijft in de tentoonstelling onduidelijk. Benedetti verklaart: „Mensen nu zullen Martijn Hendriks niet begrijpen. Want Van Gogh werd destijds ook niet begrepen.”

Maar Van Goghs tijd is niet de onze. Kunstliefhebbers staan open voor vernieuwende kunst, maar aan de Vleeshal hebben ze een zware dobber. Deze kunst doet geen handreiking naar het publiek, ze sluit zich ervoor af. Volgens Benedetti reageren deze kunstenaars op crises door de waan van de dag te ontstijgen. Zo verwerkte Remko Torenbosch snippers van de Financial Times in betontegels als reactie op de financiële crisis. En schilderde Piet Dieleman zwartwitversies van eerder gemaakte kleurenabstracties. De illusie van het beeld is exemplarisch voor de illusies in deze tijd, waarin banken omvallen.

Een mooi verhaal, maar door je aan alles te onttrekken blijft nauwelijks iets over – betontegels, plasticfolie, een reeks glasplaten, een tekstbundel in perspex waardoor de inhoud onleesbaar blijft. Hermetischer kan kunst niet zijn. Dit zijn abstracte tekens die bijna nergens naar verwijzen. Als reactie op crises is zoiets vooral struisvogelpolitiek. Arm modernisme, dat hoopte op zo’n mooie toekomst.