In Den Haag worden de leraren consequent niet gehoord

De minister beledigen gaat te ver, vindt de voorzitter van onderwijsvakbond AOb, maar het ‘afbraakbeleid’ van Den Haag roept wel woede op. Leraren zijn géén luilakken.

Het conflict tussen de leraren en het kabinet over de werkdruk in het voortgezet onderwijs lijkt zich te verharden. Duizenden docenten, conciërges en ander ondersteunend personeel kwamen gisteren in Utrecht bijeen om te protesteren tegen een wetsvoorstel van minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) het aantal lesuren op 1.040 uur te houden. Aanvankelijk had ze met de bonden 1.000 uur afgesproken.

Voorzitter Walter Dresscher van de Algemene Onderwijsbond (AOb) kondigt meer acties aan. „Dit afbraakbeleid moet stoppen.”

Bent u tevreden over de stakingsdag?

Dresscher: „De opkomst was hartverwarmend, dus ja: wij zijn zeer tevreden. Volgens onze schattingen waren gisteren ruim 20.000 mensen aanwezig in Utrecht. Daaruit blijkt dat wij de juiste toon te pakken hebben: dit kan zo niet langer, de politiek moet tot inkeer komen en in elk geval de 1.040-urennorm terugdraaien.”

Hoe tevreden kunt u zijn als een van uw bestuursleden de minister een gebrek aan intellectuele bagage verwijt, tot woede van de regeringspartijen?

„De opmerkingen van mijn collega Kircz waren buiten de orde. Hij is te ver gegaan. Ik heb me dan ook gedistantieerd van zijn opmerkingen. We moeten over de inhoud spreken, niet over personen. Maar goed: in de hitte van de strijd wordt weleens wat geroepen. Er is sprake van veel opgekropte frustratie onder onze leden. Het is wel komisch dat uitgerekend de Kamerleden die consequent op de man hebben gespeeld nu moord en brand schreeuwen. Ja, dan heb ik het onder anderen over de heren Elias [VVD] en Beertema [PVV]. Met name Elias lijkt er een genoegen in te scheppen om onze beroepsgroep telkens te schofferen met insinuaties dat leraren lui zouden zijn.”

Gaat u uw excuses maken, zodat de AOb voor de regeringspartijen een gesprekspartner blijft?

„Daar gaan we nog even over nadenken. De gemoederen zijn over en weer nogal verhit op dit moment. We kunnen een en ander beter even laten bezinken. Eventuele excuses communiceer ik in elk geval niet via de media. Ik krijg bovendien ook mailtjes van leden die vinden dat ik me juist niet moet distantiëren van Kircz’ uitspraken.”

Komt u niet rijkelijk laat in actie? De Tweede Kamer heeft de wet op de onderwijstijd al aangenomen.

„Je moet eerst de geesten rijp maken voor zo’n staking. Dat gaat niet van vandaag op morgen. Leraren komen niet snel in actie. Hun hart ligt bij de leerlingen. Die laten ze niet zo snel in de steek. Maar die 1.040-norm, gekoppeld aan een week minder vakantie zonder financiële compensatie, was voor velen de bekende druppel.”

Minister Van Bijsterveldt noemde uw actie onverantwoord.

„Daar zijn wij niet zo gevoelig voor. Ook wij hebben stakingsrecht. Daar moet zij ook niet nog eens aan gaan morrelen. Iedereen, ook de schoolbestuurders, was ruim op tijd op de hoogte van deze actie. Iedereen heeft dus tijdig maatregelen kunnen nemen door lessen of toetsen te verzetten. Onze beroepsgroep wordt consequent niet gehoord door Den Haag. Men doet en bedenkt maar, zonder ook maar een moment te beseffen wat de gevolgen van al die ingrepen zijn. En die zijn redelijk desastreus, kan ik u verzekeren. De onderwijskwaliteit holt achteruit.”

Waarom heeft u geen politici uitgenodigd voor de manifestatie? Was u bang voor weerwoord?

„Nee, maar de politici hebben hun zegje al meer dan eens gedaan. Op de publieke tribune in de Tweede Kamer moet ik ook mijn mond houden. Nu waren wij aan de beurt. Wij kennen hun standpunten, dus hun aanwezigheid had geen toegevoegde waarde. Meneer Elias is vorig jaar al eens bij ons langs geweest en dat was geen onverdeeld genoegen. Hij werd weggehoond.”

Het publiek vindt ook dat leraren wel wat harder mogen werken.

„Beelden en vooroordelen zijn hardnekkig, zeker in het onderwijs. Ik wijt dat vooral aan de politiek die voortdurend het beeld voedt met allerlei kletspraatjes dat wij luilakken zouden zijn en dat de kwaliteit te wensen overlaat. Het tegendeel is waar. Juist door al die ingrepen staat de kwaliteit onder druk.”

Als die 1.040 uur toch doorgaat, hebben nieuwe acties dan wel zin?

„Wij zijn altijd bereid tot een dialoog, maar we willen wel serieus genomen worden. Zolang dat niet het geval is, blijven wij ageren tegen dit afbraakbeleid. Ook de prestatiebeloning en het passend onderwijs tasten de onderwijskwaliteit aan.”